PZAVerhalen overJongens

Tony Podia

Tony en zijn vriendjes


Click to Download this video!

Samenvatting

Twintig fantasieën van Tony Podia over contacten met jongens.

Publ. Jul 2000-2001 (Tony Podia's webpagina); deze site Nov 2017
Under construction, Jan 2018; 33.500 woorden (67 bladzijden)

Karakters

Diversen.

Categorie & Story codes

Consensual Man-boy story
Mb – cons geen sex / mast oral
(Explanation)

Disclaimer

Als je nog minderjarig bent of niet van dit soort verhalen houdt, stop dan met lezen.

Als je er niet van houd om verhalen te lezen waarin mannen seks met jongens hebben, hoe ben je dan op deze pagina terechtgekomen?

Het verhaal is volledige ontsproten aan de verbeeldingskracht van de auteur en het is dus fantasie, het is helemaal verzonnen, dus het is nooit gebeurd en het is ook niet bedoeld om dit soort acties op wat voor wijze dan ook goed te keuren. De auteur wil absoluut niet dat de dingen die in zijn verhaal gebeuren, ook met iemand in het werkelijke leven gebeuren.

Het is dus maar een verhaal, ok?

Introductie

De verhalen die je hier vind heb ik allemaal zelf geschreven. Ik mag van mezelf zeggen dat in mijn verhalen doorgaans de gevoelens een minstens even belangrijke rol spelen dan de begeerte en de seks. Verhalen die enkel over seks gaan vind je genoeg op het net. Volgens mij zijn ze trouwens weinig realistisch, of ze houden in elk geval te weinig rekening met de omringende realiteit.

Céladons toevoeging
Tony Podia schreef zijn verhalen meest in 1997 en publiceerde ze op zijn website, die vanaf februari 2000 tot medio 2001 on-line was. Zijn e-mail adres werkt niet meer - na 16 jaar niet zo gek toch. Ik ga er van uit dat Tony zijn verhalen gelezen wil hebben, en heb ze daarom onveranderd hier op PZA gezet.

Inhoud

  1. Alinoë - 2000 woorden (4 blz.)
  2. Cedric - 1900 woorden (3¾ blz.)
  3. Is er leven na de dood? - 12.500 woorden (25 blz.)
  4. Blote borsten - 1100 woorden (2¼ blz.)
  5. Dialoog - 550 woorden (1 blz.)
  6. Dertien - 1800 woorden (3½ blz.)
  7. Een kamer in mijn hart - 5.500 woorden (11 blz.)
  8. Mijn naturistje - 2.000 woorden (4 blz.)
  9. Mijmeringen - 2.000 woorden (4 blz.)
  10. De president is nooit alleen - 1.500 woorden (3 blz.)
  11. Spijt - 2.000 woorden (4 blz.)

Alinoë

Alinoë was één van de eerste verhalen waar ik echt trots op was, waarvan ik dacht dat er meer mensen dan alleen ik waren die er van zouden kunnen genieten. In die tijd kende ik nog geen internet en kende geen gevoelsgenoten in levende lijve, dus liet ik het lezen aan enkele goeie vrienden die van mijn gevoelens wisten. Ze waren er lovend over. Een vriendin zei zelfs dat ze me door dit verhaal veel beter was gaan begrijpen en zelfs een tikkeltje jaloers was op het jongetje in het verhaal :-)
Ga mee op reis naar een onbewoond eiland. De titel en de beschrijving van het jongetje heb ik gepikt van een Thorgal-album met dezelfde naam. Lezen dat ding!

Het was een zeer vreemde ontmoeting. Nu nog denk ik soms dat ik het allemaal gedroomd heb, maar dan kijk ik naar de littekens van tandebeten in mijn arm. Stilzwijgende getuigen van een heerlijk avontuur dat ik slechts éénmaal mocht beleven.

Het begon allemaal 'gewoon aardig'. Met een of andere wedstrijd had ik een twee weken durende cruise langs de Stille Zuidzee gewonnen, samen met nog 19 andere gelukkigen. Onder de passagiers was een 12-jarige pracht van een jongen, die echter nooit meer dan een onderwerp voor mijn dromen zou worden, want hij was steeds vergezeld van één van zijn ouders of van zijn 17-jarige zus.

Halverwege de reis sloeg het weer om. Het was tot dan toe zalig geweest, maar nu ging het flink stormen. "Geen probleem," beweerde de kapitein, "zolang iedereen binnen blijft, kan er niks gebeuren. Ons schip kan tegen een stootje." Het was natuurlijk niks voor mij om binnen te blijven, en op een ogenblik dat ik het rustig genoeg achtte om even een luchtje te scheppen, waagde ik me op het dek.

Het schip stampte en kolkte. Het dek wiegde vervaarlijk heen en weer. Ik had een stevige zuidwester aangetrokken, zodat ik me niet al te veel van natte kleren zou moeten aantrekken. Op het ogenblik dat ik het minst iets verwachtte, gebeurde het. Eén van de reddingsboeien brak los uit haar omknelling. Ik zag het gevaarte als een razende op me af komen en kreeg de volle lading in de maag geplant. Alles werd zwart om me heen.

Toen ik weer bij bewustzijn kwam, dreef ik – samen met mijn belager, de reddingsboei – in het zwarte water van de oceaan. Het schip stoomde met volle snelheid van me weg en mijn hulpkreten werden in de kiem gesmoord door het bulderen van de wind. Ik wist me verloren, maar de overlevingsdrang die eigen is aan elk zoogdier, zei me niet op te geven.

Hoe lang had ik rondgedobberd? Lang kon het niet zijn, want het was nog steeds nacht. De zee was rustig geworden maar mijn schip was in geen velden of wegen (wat een uitdrukking, midden op zee!) meer te bekennen. Ik had kou. Mijn zuidwester was uiteraard niet voldoende om me tegen het koele zeewater te beschermen, en mijn greep op alles begon te verzwakken. Dat ik zo aan mijn einde moest komen. Plots zag ik twee lichtende puntjes vlak bij, net wolve-ogen, maar dàt was onmogelijk op volle zee. Hallucinaties, was mijn conclusie. Toen ik stevig onder mijn armen werd beetgepakt, verloor ik – verzwakt door honger en kou – het bewustzijn.

Een eeuwigheid nadien ontwaakte ik uit de inktzwarte duisternis. De zon prikte in mijn gezicht en een weldadige warmte gloeide over mijn hele lichaam. Ik realiseerde me dat een onbekende me gered had en me naar dit eiland had gesleept. Alleen begreep ik niet goed waar ik kon zijn, want net voor ik aan dek ging, had ik de kapitein nog horen zeggen: "Het dichtstbijzijnde eiland ligt op zo'n 80 km van hier. Als hier een schip vergaat, moet men alvast niet denken een nieuwe Robinson Crusoë te worden."

Dat was me dus wel overkomen. Ik was minstens 80 km verder gesleept, vraag me niet door wie of wat. Nog vreemder was dat mijn redder me had uitgekleed, toegedekt met een vreemdsoortig deken en mijn kleren had laten drogen. Toch was hier niets dat op menselijke aanwezigheid wees in de buurt. Geen hut, geen vuur, geen sloep. Ik kleedde me aan, dat wil zeggen onderbroek, broek, T-shirt en schoenen en ging op verkenning. Het eiland was verrassend groot en werd gedomineerd door een reusachtige heuvel in het midden. De strandstrook was ongeveer 20 meter breed op de plaats waar ik terechtgekomen was, maar versmalde soms tot enkele meters en verbreedde tot 200 meter. Dat leerde ik uit een eerste vluchtige verkenning. Het was merkwaardig stil op het eiland. Op het ruisen van een waterval die zich van op de heuvel in de diepte stortte na, hoorde ik niks. Er leek geen levend wezen aanwezig te zijn. En toch, iets had me gered. Toen ik het hele eiland langs het strand rondgewandeld was, deed ik een ontzettende vaststelling. Waar ik gelegen had, was mijn afdruk nog goed te zien. Ook het gewoel en mijn voetsporen zag ik duidelijk, maar daarbuiten zag ik geen enkel spoor. Dit ging mijn petje te boven. Gewapend met een stevige stok wilde ik aan de beklimming van de heuvel beginnen en ging op zoek naar de plaats waar de waterval zich in de zee stortte.

Daar aangekomen hoorde ik, tot mijn grote verbazing, gezang uitstijgen boven het denderen van het water. Hetgeen me gered had moest daar zijn, en het kon zingen. De tekst kon ik niet verstaan, maar mijn kennersoor herkende het zoetgevooisde stemgeluid van een jongetje van een jaar of tien. Mijn hart hoopte alvast iets moois te zien, maar mijn verstand zei me dat zoiets niet kon. Kon een jongetje van tien me 80 km door de zee gesleept hebben, me uitgekleed (maar al te graag!) en ondergestopt hebben zonder één spoor na te laten in het mulle zand? Ik besloot me op alles en niets voor te bereiden en ging op het gezang af. Het klonk in elk geval vrolijk, en dat gaf me moed om het mogelijke gevaar tegemoet te gaan.

Wat ik achter de rots zag, tartte alle verbeelding. Ik zag inderdaad een jongetje van een jaar of tien. Hij stond onder de waterval en leek zich te douchen. Nu ja, 'stond' is niet het juiste woord, hij hing namelijk een metertje of zo in de lucht, zonder zich ergens merkbaar aan vast te houden. Het enige wat ik van die afstand verder nog kon zien, was dat hij bijzonder knap was en lang, groen haar had. Dapper als ik ben, besloot ik op de knaap toe te stappen. Wat kon een tienjarige mij immers aandoen? Fysiek geweld allicht niet. Toch sluimerde er een sprankeltje ongerustheid in me. Een zwevend knulletje met groen haar, wie weet wat heeft die nog allemaal in petto? Het joch zag me komen en glimlachte breed. Hij daalde af en stapte als een gewoon mens op me toe. Ik voelde me onmiddellijk op mijn gemak en kreeg de tijd om de snaak in al zijn schoonheid te bewonderen. Hij was slank, had een erg blanke huid en zwarte ogen. Rond zijn pols droeg hij een armband van wit metaal. Zijn gezicht straalde een zalige rust uit. Hij was helemaal naakt, op een wit lendendoekje na. Ik weet niet hoe het komt, maar ik voelde direct het warme gevoel van liefde door me stromen. Ik wist gewoon dat hij het was die me gered had, maar begreep het fijne ervan niet.

De jongen nam mijn hand en drukte ze tegen zijn borst. Als vanzelf spreidden mijn vingers zich een beetje en een lichte schok ging door me heen. Plots werd ik meegevoerd door een wervelende show van beelden: de geboorte van een baby'tje met groen haar op een planeet in een vreemd zonnestelsel, ergens ver van hier, ergens lang geleden. Een allesvernietigende oorlog: groenharigen tegen blauwharigen. De baby die in een speciale capsule werd weggestuurd en zo behoed voor de vernietigingen van deze oorlog. De capsule die duizend jaar geleden op dit eiland terechtkwam. Alinoë, zo heette de knaap, groeide de eerste tien jaar als een mensenkind en stopte sindsdien met groeien. Hij was duizend jaar oud en toch tien.

Eén beeld bleef maar terugkomen. Om van dit vervloekte eiland weg te komen had hij een soort bloedbroeder nodig. Hij hoopte dat ik dit wilde zijn. Het was heel eenvoudig: we moesten elkaars bloed drinken. Het was een oude en bekende traditie bij sommige volkeren op deze planeet en het deed nauwelijks pijn, want dat aardse begrip kende hij wel, alhoewel hij niet wist hoe het voelde. Hij stelde voor dat we, na de kennismaking, in elkaars arm zouden bijten om het verbond te bezegelen.

Dit alles kwam ik te weten zonder dat Alinoë een woord zei, want spreken kon hij niet zoals mensen dat deden. Vervolgens scheurde hij vastberaden mijn T-shirt van mijn lijf en drukte zijn hand tegen mijn borst. Het voelde aangenaam kriebelig. Het volgende ogenblik had ik, geheel vrijwillig, toestemming gegeven aan Alinoë om mijn persoonlijke geschiedenis uit te pluizen. Beelden die hem een idee moesten geven van mijn liefde voor jongens, passeerden regelmatig de revue. Ook moet hij ongetwijfeld mijn begeerte naar hem toe aanvoelen.

Alinoë vraagt om onze band nu te bestendigen. Ik bied hem mijn arm aan. Zijn beet doet wonderwel geen pijn. Toch spuit het bloed uit twintig wondjes tegelijk, maar de groenharige snaak zuigt het gretig op. Dan brengt hij zijn arm bij mijn mond. Het is een doodgewone jongensarm die een beetje naar zon en zee riekt, maar vooral naar een doodgewoon jongetje. De zachte, onzichtbare haartjes kriebelen me. Ik aarzel, wil zo'n prachtlijf niet beschadigen, maar denk aan wat ik te weten gekomen ben en bijt. Het voelt aan alsof ik in doodgewoon gebakken vlees bijt, ik zuig het bloed. Net als bij mij stopt het bloeden nogal plots.

We verkennen samen het eiland. Alinoë loopt eerst een eindje voor me uit. We communiceren zonder woorden, zonder taal. Bepaalde golven bewegen zich tussen hem en mij. Terwijl hij me inlicht over het eiland, groeit mijn begeerte nu ik hem zo voor me zie lopen. Zijn groene haren wapperen lichtjes, hoewel er geen wind is. Zijn schouderbladen zijn duidelijk afgelijnd tegenover de rest van zijn rug. De naad van zijn rug verdwijnt onderaan in zijn lendendoek. Langs beide uiteinden van de dunne strook stof toont zich een mooi gewelfde bil. Zijn welgevormde benen zijn esthetisch zeer verantwoord.

Naarmate we klimmen wordt ons contact intenser. Alinoë komt naast me lopen en geeft me een hand. Ongekende erotische prikkels lopen door me heen. Dit is duidelijk geen gewone hand. Het voorspel is begonnen! Ik leg mijn arm om Alinoë's schouder, hij slaat zijn arm om mijn middel en laat zijn hoofd rusten tegen mijn schouder. We staan stil en omhelzen elkaar. Wat onhandig trek ik de knaap zijn lendendoek langs zijn benen omlaag. Hij heeft een droompiemel die met geen woorden te beschrijven is.

Plots zet mijn prinsje een stap achteruit. Heeft hij er al genoeg van? Maar neen, hij wijst met zijn hand naar mijn kruis. Als bij toverslag springt de knop van mijn jeansbroek en zakt deze, samen met mijn onderbroek, tot op de grond. Ik ga in kleermakerszit zitten en strek mijn armen naar Alinoë. Hij komt vlak bij me staan en zet zich schrijlings op me. In de daaropvolgende omhelzing is mijn zintuiglijke waarneming honderd maal sterker. Ik voel en verken elk vezeltje van zijn lichaam. In een zalige verkenningstocht prikkelen we elkaar keer op keer en test Alinoë al mijn erogene zones. Het eindigt uren later – zo lijkt het – in een totaal orgasme. Onbeschrijfelijk! Op mijn horloge, dat op één of andere manier gered werd van de ondergang, zie ik dat er een vijftal minuten voorbij zijn. Ik begrijp dat Alinoë er wel uitziet als een 10-jarige, maar oneindig veel meer ervaring heeft, niet alleen op seksueel gebied. Het maakt me niet uit en het kan me niet schelen hoe hij daaraan komt. Ik hou van hem.

Een week na mijn ongeluk (een zalige week waarin Alinoë en ik leven van vruchten, de zon en de liefde) komt een schip me oppikken op het eiland. Niemand begrijpt hoe ik daar terecht gekomen ben, behalve Alinoë en ik. Het blijkt zelfs dat ik geen 80, maar driehondertwintig (!!!) kilometer verwijderd ben van waar ik in het water viel. Ik zeg het niet te weten en dat het wel eeuwig een raadsel zal blijven. De publieke opinie neemt daar genoegen mee.

Bij mijn vertrek is Alinoë nergens te bespeuren, maar ik maskeer mijn verdriet met mijn vreugde om terug te kunnen naar mijn thuiswereld. Bovendien zegt iets binnen in me steeds weer "We zijn toch bloedbroeders!?"

***

Het spijt me, beste lezers, maar ik moet mijn verhaal beëindigen. Een zekere macht vraagt me om naar de slaapkamer te komen. Een zekere macht die in de romp van een zeker schip meegekomen is en op een zekere manier me gevonden heeft. Ik kom eraan, Alinoë!

Cedric

juli 1997

Vraag me niet naar de ontstaansgeschiedenis van Cedric. Het zal ongetwijfeld wel begonnen zijn met één of andere mooie foto of een flard van een gebeurtenis, zoals meestal het geval is. Cedric is één van de weinige jongens die van zijn ouders een genuanceerd beeld mee krijgt in verband met pedofilie/jongensliefde/boylove. Hij plukt er de vruchten van.

De twaalfjarige Cedric loopt achter zijn vriendjes aan het bos in. Jonathan had een geweldig plan. Ze zouden van oude eierdozen, satéstokjes en plastic zakken een knaller van een zeilboot maken. In minder dan een uur was de klus geklaard. Ze mochten aan de slag in Filips bungalow. Cedric heeft Jonathan en Filip leren kennen op de camping waar hij met zijn ouders verblijft. Hoewel hij vaak met hen speelt, heeft hij niet echt het gevoel bij hen te horen. Maar wat wil je, Jonathan en Filip komen hier al zes jaar en kennen elkaar van in het begin, Cedric is hier voor de eerste keer.

Ze passeren aan de grote speeltuin. Een meisje fluit naar hen, of beter gezegd, naar Cedric. Jonathan en Filip lachen, maar Cedric voelt zich er niet zo makkelijk bij. Op school had hij ook al alle meisjes achter zich, kan hij het helpen dat hij zo knap is? Soms, als zijn ouders er niet zijn, staat Cedric naakt voor de spiegel en bekijkt zichzelf. Als hij lang genoeg kijkt gaat hij zichzelf best wel mooi vinden. Zijn blonde krullen steken fel af bij zijn bruine ogen, zijn gezicht lijkt nog het meest op een omgekeerde driehoek. Cynthia, zijn ex-lief – veertien is ze – schreef in een brief, nadat ze hem in het zwembad gezien had: "Je buik lijkt heerlijk zacht om te aaien. Je benen zijn zo mooi dat ik ze niet kan beschrijven. Jouw fijne lippen zou ik graag kussen."

Cedric had deze brief graag gelezen en was beginnen verkeren met Cynthia. Zij wilde hem altijd kussen en hem strelen en zo, maar Cedric had dat nooit toegelaten. Op een keer nodigde Cynthia, die vaak alleen thuis was, hem voor het eerst op haar kamer uit. Daar praatten ze wat, luisterden naar muziek en bekeken Cynthia's jeugdfoto's. Plots had Cynthia, met een blik als van een wilde vos in de ogen, hem op het bed geduwd, hem gekust en met haar hand in zijn broek naar zijn piemel gezocht. Cedric had gegild, was als door een wesp gestoken recht gesprongen. Vervolgens was hij als een gek het huis uit gerend en had enkele uren doelloos door de stad gezworven. Pas toen hij er heel zeker van was dat er op zijn gezicht niets ongewoon meer te zien was, had hij naar huis durven gaan. Enkele dagen later had hij een brief naar Cynthia geschreven dat hij haar niet meer wilde zien, want dat zij niet naar hem geluisterd had toen hij haar knuffels afwees. Hij had nog eens duidelijk onderstreept dat hij niet wilde vrijen, dat zijn lichaam van hem was en dat niemand er iets mee moest doen dat hij zelf niet wou. Dat had hij zeer goed geleerd van zijn ouders na de zaak-Dutroux.

"Als je niet zelf wil dat er iemand aan je lichaam komt, laat het dan niet gebeuren. Of die iemand nu een onbekende man van dertig jaar is, of een meisje uit je klas, doet er niet toe," had zijn vader gezegd. Cedric had dat goed onthouden en ook heel duidelijk aangevoeld dat wat Cynthia deed, niet was wat hij wilde. Hij had het haar nog steeds niet kunnen vergeven. Ook niet toen hij het, twee weken later, vertelde nadat zijn ouders vroegen waarom ze Cynthia niet meer zagen. Ze hadden heel rustig gereageerd, eerst en vooral geluisterd en hem zeker geen vermaning gegeven. Cedric voelde werkelijk aan dat zijn ouders hem behoorlijk vrij lieten in zijn zoektocht naar de mogelijkheden van zijn eigen lichaam. Ze praatten vrijuit over seks en meer dan eens liepen ze bloot in huis rond. Er was één regel die ze tot in den treure herhaalden: "Laat niemand aan je lijf komen als je dat niet wil." Ze vertelden dat er ook pedofielen waren die graag met kinderen vreeën en probeerden hen geen kwaad te doen. Cedric vroeg hun toen wat ze zouden doen als hij zelf met zo'n man contact zou hebben. Dat was een moeilijke vraag gebleken, maar Cedric had aangedrongen: "Stel nu dat ik het zelf wil!" Uiteindelijk kwamen ze tot de slotsom dat Cedric het hen zou vertellen en dat zijn ouders dan zouden proberen met die man kennis te maken. Als hij hun een goed gevoel gaf, zouden ze er niet zo'n moeite mee hebben. Cedric moest dan zelf maar zien wat hij deed, maar "niets tegen je zin." Toen Cedric daar op school over begon, botste hij op een muur van afschuw en onbegrip bij zijn vriendjes en de leraars. Daarom had hij er verder maar over gezwegen.

Cedric was ervan op de hoogte dat je met je lichaam heel prettige dingen kan doen. Hij vond het heel aangenaam om op de afscheidsfuif van het zesde leerjaar met Elise te dansen. Hij vond haar het liefste meisje van de klas, en ze voelde heel warm aan om mee te dansen. Datzelfde gevoel ervoer hij na een zwembeurt met Jochen uit de vijfde klas. Ze waren samen in een kleedhokje en Jochen begon met zijn piemel te spelen. Even later waren ze bij elkaar aan de piemel en de ballen aan het voelen. Tenslotte hadden ze elkaar omhelsd en had Cedric met zijn vinger zachtjes tussen Jochens billen gewreven. Cedric vond het heel jammer dat Jochen nadien niet meer met hem speelde. Toen hij er over wou beginnen, zei Jochen dat het vies was en niet mocht van zijn ouders. Wanneer Cedric dat thuis vertelde, begrepen zijn ouders heel goed dat hij het prettig gevonden had. Ze probeerden uit te leggen dat Jochens ouders het niet zo prettig hadden gevonden en daarom Jochen zo onder druk zetten. Ze dachten wel dat Jochen zelf het ook graag had, maar bang was dat zijn ouders boos zouden worden als hij het nog eens probeerde en daarom niets meer wilde.

Cedric herinnerde zich ook dat Lieven, zijn scoutsleider toen hij acht was, hem vaak op schoot had genomen om te knuffelen en soms heel voorzichtig aan de binnenkant van zijn dijen streelde. Cedric had dit altijd prettig gevonden en soms was zijn piemel er zelfs stijf van gaan staan. Lieven was een jaar later plots uit de scouts verdwenen, omdat – volgens Cedrics ouders – de andere leiding vond dat hij tè lief was voor de jongens, eigenlijk omdat ze dachten dat hij ook met hen wilde vrijen. De laatste tijd dacht Cedric steeds vaker aan leider Lieven zoals hij die toen kende. Hij droomde er over en fantaseerde dan dat hij met hem in bed lag. Lieven streelde hem en kuste hem overal waar Cedric aanwees, ook aan zijn piemel…

"Kijk dan, Cedric!" Jonathan haalt hem bruusk uit zijn dagdromen. Ze zijn bij het meertje aangekomen en nu zullen ze de zeilboot te water laten. Met een plechtige plons drijft het ding het water op. Door met stenen te gooien zorgen de jongens ervoor dat het vaartuig de goede koers behoudt. Gedurende meer dan een uur spelen de jongens apetrots met hun werkstuk. Plots worden ze wat moe, en Filip en Jonathan ruziën een beetje. Daardoor drijft het vaartuig weg van de rand en kunnen ze er niet meer aan. Jonathan verwijt Cedric dat het zijn schuld is en beent samen met Filip weg. Cedric blijft in gedachten verzonken bij het meer achter.

Nauwelijks vijf minuten nadat zijn vrienden (of zouden het nu ex-vrienden zijn?) vertrokken zijn, merkt Cedric dat de boot weer naar de kant drijft. In al zijn opwinding neemt hij wat risico's om terug aan het speeltuigje aan te kunnen. Hij merkt niet dat de grond onder zijn voeten langzaam wegschuift en is dan ook totaal verrast als hij in het water plonst. Na enkele seconden beseft hij plots wat er gebeurd is en begint volop met zijn armen en benen te spartelen om weer boven te geraken. Dan grijpen twee sterke armen hem en trekken hem hijgend op de kant. In de armen van zijn redder neemt Cedric even de tijd om te bekomen. Hij voelt de regelmatige ademhaling van de man en stemt de zijne erop af. Hij hoort het zachte gezoem van een vriendelijke stem, maar wil zich absoluut niet concentreren op de betekenis van de woorden. Dan neemt de onbekende hem op en draagt hem het bos in, in de richting van het bungalowpark.

Enkele minuten later draagt de man hem een tweedeklas bungalow binnen en brengt hem rechtstreeks naar de slaapkamer. Zonder zich te bekommeren om het beddengoed laat Cedric zich op de lakens leggen. Als de man de natte kleren van de jongen behoedzaam afstroopt, gaat Cedrics hart eventjes sneller slaan. Voorzichtig droogt de redder hem af over zijn hele lichaam, en Cedric heeft de grootste moeite om zijn toestand van schijnbewusteloosheid te handhaven, vooral als de man zijn piemel en zijn billen droogt. Cedric vraagt zich af hoelang hij dit nog straffeloos zal kunnen laten gebeuren. Hij wordt toegedekt met een lekker warme deken en besluit zijn ogen te openen.

"Hoe voel je je?" vraagt de man. Het is nog een jonge man, hij draagt nu een witte kamerjas van badstof, want zijn kleren waren uiteraard ook kletsnat. Hij heeft donkerbruin, halflang haar en grijsblauwe ogen. Die ogen stralen bezorgdheid en warmte uit. Cedric heeft al mogen ervaren dat de handen van de man ook voor heel wat warmte kunnen zorgen.

"Ik voel me best," antwoordt Cedric laconiek. "Ik heet Cedric, hoe heet jij?"

"Ik heet Tony. Wat is er gebeurd?"

"Dat heb je toch gezien? Je was er vlakbij!"

"Da's ook waar," reageert Tony, "jij was al die tijd wakker, hè?"

Cedric voelt zich een beetje betrapt, en toch ook blij, want dat betekent dat Tony hem heeft uitgekleed en afgedroogd terwijl ie wist dat hij bij bewustzijn was. Hij wikt zijn woorden eer hij zegt: "Ja. Ik vond het prettig om zo behandeld te worden."

"Ben je niet bang dat ik je wat doe?", een blik van onzekerheid in Tony's ogen. Cedric besluit nu het spel voluit te spelen.

"Neen, want als je iets slecht van plan was, had je dat al gedaan toen ik nog bewusteloos leek te zijn." Tony haalt opgelucht adem. Hij streelt Cedrics rechterwang. Cedric neemt Tony's hand en duwt diens vingers tegen zijn lippen. Tony laat dit gewillig gebeuren. Dan kijkt Tony op zijn klok: "Negen uur al! We moeten dringend je ouders verwittigen!"

Even later wandelt Cedric – getooid in een veel te grote short en T-shirt van Tony – naast zijn redder naar zijn bungalow. Uiteraard moeten ze het hele verhaal nog eens doen, en wordt Tony als een held door Cedrics ouders ingehaald. Dat van die schijnbare bewusteloosheid wordt niet gezegd, maar Cedrics ouders kennen hun zoon goed genoeg om uit diens reacties ten overstaan van zijn redder één en ander op te maken. Ze hebben er dan ook geen bezwaren tegen als Cedric Tony wil uitnodigen om de dag nadien te gaan zwemmen in het meertje. Het wordt laat als Tony naar zijn bungalow weerkeert.

De volgende middag amuseren Tony en Cedric zich te pletter aan het meertje. De twaalfjarige knaap is zijn 'vriendjes' al lang vergeten. Tony was al lang vergeten dat een twaalfjarige knaap voor zo'n plezier kan zorgen. Als beiden elkaar in een opwelling omhelzen, drukt Tony een kus op het voorhoofd van zijn beschermeling. Bij wijze van antwoord likt Cedric, zonder enig gevoel van schaamte, Tony's lippen. Ze beseffen beiden heel erg dat dit nog maar een begin is.

Is er leven na de dood?

Daryll… of het zoeken naar mezelf

Het op dit ogenblik langste verhaal is ongetwijfeld Daryll. Eigenlijk is dit een reisverslag, doorspekt met een massa flash-backs, een samenraapsel van erotische, seksuele en minder aangename gebeurtenissen.

Dag 1

Het is goed voor mezelf dat ik het aanbod niet heb laten schieten. Hier in Australië kan ik tenminste even tot rust komen. Ver weg van alle Belgische beslommeringen. In het land van Dutroux is het immers momenteel 'not done' om van een jongetje te houden. Sommige jongetjes vinden het zelf te ver gaan en komen dan in de knoop met hun eigen zijn. Op zo'n moment is het beter voor degene die hen dat aangedaan heeft, tijdelijk uit hun leven te verdwijnen.

Toen mijn vriend me op die droomkans wees, 'drie weken Australië voor bijna geen geld', heb ik dan ook stante pede al het verlof opgenomen dat ik mocht opnemen. Ook al mis ik hierdoor mijn jaarlijkse vakantie met Jonas. Ach nee, die mis ik waarschijnlijk zo ook wel, na wat zijn ouders te weten gekomen zijn toen hij in een hysterische bui er alles uitflapte. Ik kan het hem niet kwalijk nemen.

Misschien klopt het wat mijn vriendin al jaren zegt: ik moet op zoek naar mezelf.

Als kind was ik steeds het kneusje van de klas, de underdog, de zondebok, de mindere, het hoerenjong, de ik-weet-niet-wat-allemaal… Dat veranderde toen Hans in mijn leven kwam. Hans was een 19-jarige stagiair in ons vijfde klasje, waar ik onmiddellijk dol op was, en hij op mij, zo bleek later. Helaas heeft het niet mogen duren. Hans was wat onvoorzichtig en meester Debruyckere kwam er achter. Ik heb hem nooit weergezien. Ik voel nog altijd zijn hand over mijn rug wrijven, en hoe hij in het kommetje van mijn schouder ademt. Toen meester Debruyckere kwam kijken waar zijn stagiair en zijn leerling bleven, was het sprookje ten einde. Het had welgeteld twee dagen geduurd. Van die twee dagen had ik er een halve op wolken geleefd. Meester Hans, van wie alle leerlingen het er over eens waren dat hij de beste was, hield veel van mij. Onnoemelijk veel.

Omdat ik altijd de traagste was bij het omkleden, bleef Hans op me wachten. Toen we alleen waren, kwam hij naar me toe en omhelsde me. Ik liet me helemaal gaan en genoot van zijn stevige hand onder mijn billen. Ik herinner me een geur die verre van onaangenaam was, een combinatie van frisse buitenlucht en een warm lichaam. In gedachten voerde Hans me mee naar weidse verten, waar ik voor de rest van mijn leven veilig was. Ik wilde mijn gevoelens voor hem duidelijk maken en stak mijn hand uit om hem op zijn beurt over zijn rug te strelen. Onbewust hoorde ik de klik, maar schonk er geen aandacht aan. Dat deed ik pas toen Hans me plots los liet. Ik wilde hem al bevelen voort te doen, maar zag dat zijn gezicht verwrongen was in een combinatie van verbazing, angst, bezorgdheid en woede. De snerpende stem van meester Debruyckere haalde me uit het wereldje dat Hans en ik gecreëerd hadden en toen ging alles heel snel. Het volgende waar ik me terdege bewust van ben is een zeer chaotisch verlopen ondervraging, waarbij nauwelijks naar me werd geluisterd. Ik herinner me woorden als 'pervers, dat weerloze kind, wolf in schaapsvacht', maar kon nauwelijks bevatten wat er bedoeld werd. Hans was in tranen en snikte voortdurend: "Het is voorbij! Het is voorbij!" Meester Debruyckere sommeerde me naar het zwembad te gaan en mee te doen met de les. Wanneer we ons weer kwamen omkleden vertelde de meester dat meester Hans plots ziek was geworden en niet meer zou terugkomen. Even ontsnapte een zucht van teleurstelling aan de groep, maar toen werd alles zwart voor mijn ogen.

Ik was thuis toen ik weer bijkwam, mijn ouders waren op de hoogte en hadden de raad gekregen me goed op te vangen. Steeds weer vroegen ze me of meester Hans me pijn had gedaan, maar toen ik probeerde duidelijk te maken wat het werkelijk voor me betekend had, wilden ze – net als meester Debruyckere – niet luisteren.

Ten einde raad vertelde ik het de dag nadien aan mijn vriendje Karel. Karel zat op dezelfde school in de zesde klas, maar woonde vlakbij. Hij bracht me naar zijn kamer en trok me op zijn bed. Hij aanhoorde mijn verhaal en we vertroetelden elkaars naakte lijf. Gelukkig dat mijn ouders of meester Debruyckere nooit van mijn relatie met Karel hebben geweten.

Sinds ik weet dat ik dezelfde gevoelens heb naar jongens als Hans indertijd, heb ik vruchteloos gepoogd hem op te zoeken. Hij lijkt wel van de aardbodem verdwenen.

En nu is er de zaak-Dutroux. Sinds augustus '96 is mijn relatie met Jonas steil bergaf gegaan. Jonas' ouders vertrouwden het zaakje niet en zijn op hun zoon beginnen inpraten. De knaap verkoos uiteindelijk de liefde van zijn ouders boven de mijne (hetgeen geen keuze is) en liet me verstaan dat hij me niet meer wilde zien. Als toen mijn vriend me niet op die reis naar Australië had gewezen, hing ik nu misschien aan een stevige eik te bengelen.

Hier sta ik dan in het land onzer tegenvoeters. Hier kent men geen zaak-Dutroux. Althans, niet in de hysterische mate waarin ze in België tot ontplooiing komt. Ik ben me er zeer goed van bewust dat ik niet ongevoelig kàn blijven voor de 'schone knaapjes' die op Australisch grondgebied paraderen. Morgen zal ik het stadje waarin we verblijven aan een kundig onderzoek onderwerpen.

Dag 2 (ochtend, 8u30)

Mijn neus voert me naar de haven van het stadje. Ik word onweerstaanbaar aangetrokken door een langgerekte, grijsbruine pier die het meer in twee deelt. Langs de 4 meter brede pier liggen aan weerszijden plezierjachten, sloepen en vissersboten gemeerd. Het is rustdag vandaag, dus is het er onwezenlijk stil. Ondanks het vroege uur is het al behoorlijk warm. Ik vraag me af of er op dit uur al gezwommen wordt, en of er überhaupt in dit meer gezwommen wordt.

Een pittoresk bootje trekt mijn aandacht. Het schip ziet er compleet verlaten en verwaarloosd uit. Mijn nieuwsgierigheid wint het en voorzichtig daal ik het krakende trapje af. De verkenningstocht draait op niets uit. Binnen is niets te zien behalve een heleboel stof. Deze schuit ligt er al eeuwen verlaten bij. Het glas van het kompas is gebarsten. Er is nog maar één ruitje in de stuurhut heel. Het enige dat hier niet thuis hoort is een gloednieuw zakmes. Ik raap het op en steek het in mijn broekzak, waarna ik mijn verkwikkende ochtendwandeling verder zet. Er liggen steeds minder boten aan de kade. Deze 'begroeiing' verdwijnt helemaal wanneer de pier heftig begint te stijgen. Op een afstand van 500 meter klim ik zeker 50 meter. Dan raak ik gefascineerd door een bouwvallige trap langs de linkerkant van het pad. Hoewel er een bordje 'Danger! Don't walk.' staat, begeef ik me behoedzaam naar het wateroppervlak. Ik kom aan een antieke kaai die vermoedelijk ooit dienst heeft gedaan, maar waar nu geen kat te bekennen is. Tal van vermolmde houten trapjes reiken in het water, maar nu gooit een nieuw element de zaken om.

Zo'n 200 meter voor me rijst de massieve stenen muur van het pad voor me op. Op het laatste trapje ontwaar ik een jongensgestalte. Zelfverzekerd stap ik door. Ik heb toch niets misdaan? Mijn hart bonkt hevig in mijn keel wanneer ik op zo'n tien meter genaderd ben. De jongen is volledig naakt en volledig droog. Alles lijkt erop dat hij op het punt staat om te gaan zwemmen, maar daarin door mijn onverwachte komst werd gestoord. De knaap komt niet ver boven de hoge leuning uit. Hij leunt met gekruiste armen op de houten dwarsbalk. Zijn kin rust op zijn handen. Zijn rechtervoet streelt de wreef van zijn linkervoet. Ik kan zijn navel en zijn tepels zeer goed waarnemen. Zijn balletjes zijn behoorlijk ver uitgezakt. Zijn piemeltje is een bekoorlijk slangetje. Zijn donkerbruine haar hangt tot in zijn nek. Rond zijn hals bengelt het hangertje van een dolfijn. Ik schat hem een jaar of tien. Een eindje verderop liggen zijn kleren op een hoopje. Bovenop prijkt een hagelwit onderbroekje. Aan het lispje van zijn korte jeansbroek bengelt een lege sleutelhanger.

Ik toon hem het zakmes: "I found this. You know whose it is?"

"Yeah, it's mine. Please put it on my clothes."

Terwijl ik me buk om het mes boven op zijn slipje te deponeren, hoor ik een plons. Mijn onbekend naaktmodel duikt in het water en zwemt met zelfverzekerde slagen weg. Verweesd beklim ik de trap en laat het hele tafereel – dat bijna te mooi was om waar te zijn – rustig bezinken. Ik ben getuige geweest van een uniek verschijnsel. Australië is fijn!

10u00

Eenmaal aan het ontbijt in het hotel, suizen de gedachten door mijn hoofd. Allicht heeft de jongen van mijn goedgelovigheid gebruik gemaakt om een zakmes rijker te worden. Ik heb me traditiegetrouw weer laten inpakken. Jammer genoeg word ik me pas achteraf van dat soort dingen bewust. Maar… wat dan nog? Om een stom zakmes ga ik me niet druk maken. Of is het niet het zakmes dat van belang is, maar het principe? Ik weet duivels goed van mezelf dat ik ook als het om minder futiele details gaat, op mijn kop laat zitten. Zodra iemand een grote bek tegen me opzet, laat ik me overdonderen als een papkind.

Zenuwachtig schud ik met mijn schouders, als om deze gedachten van me af te doen lopen. Ik probeer aan iets vrolijker te denken, en kom bijna automatisch uit bij het gebeurde vanochtend. Het lijkt me weinig waarschijnlijk dat de knaap me stond op te wachten. Ik moet hem verrast hebben op het moment dat hij wilde duiken. Toch blijven een aantal opmerkelijke vragen onopgelost. Hoe zou een 10-jarige in België reageren als hij naakt gezien wordt door een onbekende volwassene? Hij zou hoe dan ook niet blijven staan totdat die volwassene hem uitgebreid kan bewonderen. Hij zou zich hoogstwaarschijnlijk snel weer aankleden. Deze jongen zag me komen, wachtte en verdween pas toen hij met me had gepraat. Bovendien was hij mondig genoeg om ook nog even een zakmes op te eisen dat waarschijnlijk niet eens van hem was.

Terwijl ik voor mezelf een uitgebreid ontbijt met fruit en muesli samenstel, bedenk ik dat ik nog steeds de gave heb om me te laten inpakken door een jongetje. Eigenlijk is dat een gave, ja. En ik herinner me weer hoe mijn allereerste seksuele contact in feite voortvloeide uit een zeer duidelijke vraag van het betrokken jongetje.

Ikzelf was amper zeventien, Kenny, een roodharig schatje, hooguit tien. Ik was me nog maar pas bewust van mijn seksuele geaardheid en vond in Kenny een vriendje om mee te gaan zwemmen. We maakten altijd gebruik van de gemeenschappelijke kleedkamer. Ik had dat weliswaar voorgesteld, maar Kenny maakte er geen bezwaar tegen. Na enkele keren werd onze omgang in de kleedkamer steeds speelser, we spendeerden steeds meer tijd in deze ruimte. Het haalde bij mij bepaalde herinneringen op aan mijn kindertijd, zo'n kleedruimte in het zwembad. Meestal speelden we nadat onze zwembroek al op de grond lag en voor we ons verder aankleedden, tijdens het afdrogen, volledig naakt dus. Kenny had – uit gewoonte? – steeds een handdoek om zijn middel geslagen, maar tekende nooit verzet aan als ik hem oppakte en daarbij soms mijn hand onder zijn 'rok' schoof om zijn billen te ondersteunen.

Dan was er die ene keer. Kenny had zijn handdoek niet omgeslagen en gunde mij aldus een blik op zijn fraaie lijfje. Billen om in te bijten, een buik om mijn gezicht in te verstoppen, een fijn piemeltje in rusttoestand. Hij stond op één van de bankjes waar je normaal op kan zitten om je om te kleden, een bankje dat de kleedruimte in het midden doorsneed. Boven dat bankje was een kapstokkenstandaard geïnstalleerd. Kenny hing/leunde wat aan deze standaard en toonde als zodanig ook nog zijn haarvrije oksels. Een vlaag van begeerte beving me. Ik beende op hem af – hij leek op me te wachten – en sloot mijn armen om zijn romp. Terstond klemde hij zijn prachtige benen om mij en zei, nee, fluisterde: "Ik wil vrijen."

Toen ging alles vrij snel. Zwembroeken weer aan, spullen gauw in de zwemzak gestopt en voor we het goed en wel doorhadden, hadden we ons – veilig afgeschermd van alle nieuwsgierige ogen – opgesloten in een klein kleedhokje. De zwembroeken gingen weer uit en beiden toonden we onze emoties aan elkaar met een erectie. Kenny glimlachte verliefd naar me en hing zijn armen om mijn schouders. Ik streelde zijn rug en zijn billen en we kusten elkaar op de mond. Geen tongzoen, want dat wou hij niet. Al bij al duurde onze 'vrijpartij' nog geen vijf minuten.

Nadien verwaterde het contact met Kenny. Nog twee keer kwam het tot seksueel aandoende contacten.

We hadden gevoetbald op het pleintje in de omgeving en rustten wat uit onder de bomen achter het doel. Was ik met mijn hand onder zijn bloes gegaan? Streelde ik zijn buik? In elk geval had Kenny plots zijn short omlaag gedaan en liet me toe om met zijn piemeltje te spelen. Ook dat duurde maar even. Aan de overkant van het veldje speelden kinderen op de meccano.

Over de waarde van het laatste contact zal ik allicht nooit de waarheid weten.

Ik had gevoetbald met Kenny en een vriendje van hem. We zaten alle drie op de meccano en praatten wat. In het daarop volgende spel stond het vriendje beneden en zat ik op de rand van de meccano op mijn hukken, de knieën gespreid. Plots kwam Kenny achter me staan en legde zijn handen op mijn knieën, vanwaar hij ze naar binnen toe liet glijden. Daar zat ik dan, Kenny streelde mijn (ingepakte) penis en het vriendje geloofde zijn ogen niet. Op de man af vroeg hij of wij soms met elkaar vreeën en botweg antwoordde ik van niet. Mogelijk voelde Kenny zich verraden, maar nadien was het vrij snel afgelopen met onze vriendschap en seksuele spelletjes.

Achteraf bekeken denk ik een reuze kans te hebben laten glippen, door mijn onervarenheid. Misschien had ik in een gelijkaardige situatie nu wel heel anders gevreeën in dat kleedhokje, heel andere manieren om samen te zijn gezocht, heel anders met Kenny omgegaan. Misschien hadden we dan een jaar of vier samen een spetterende relatie met spetterende en opwindende seks gehad. Misschien…

Ik heb geen honger meer en ruim alles op. In het buitengaan vang ik een flard op van een gesprek tussen twee roddeltantes. Het gaat over 'the Tinman's boy' die, in hun ogen, één brok arrogantie is. "I hope the other children will teach him a lesson." Bij mezelf denk ik nog hoe kun je zoiets denken?, maar even later ben ik het voorval vergeten.

14u00

Ik word echter met mijn neus op de brutale waarheid gedrukt wanneer ik, in de vroege namiddag, een wandeling maak door het dorp. Ik kan het uiteraard niet laten de plaatselijke school met een bezoekje te vereren, en ik heb geluk. De speelplaats is aan de straatkant gelegen en slechts een muurtje van ± 1 meter hoogte scheidt de echte wereld van de namaak-kinderwereld, een muurtje dat – in de meeste gevallen – vaak nog te hoog is voor de doorsnee jongensminnaar. Ik hoor de anders zo bekoorlijke kinderstemmetjes krijsen, met nu een meer dan negatieve bijklank. De ondertoon in de stemmen is er een van bloeddorst, en meteen word ik herinnerd aan een donkere passage uit mijn leven.

We hebben net een prachtstukje gemaakt van macramé. Het gaat hier om een hanger voor bloempotten, en ik ben er – al zeg ik het zelf – apetrots op. Het werken is tamelijk goed gegaan, steeds was de meester er om – in geval van nood – me te beschermen tegen die bloedhonden van klasgenoten van me. Nu is er echter iemand op de deur komen kloppen en is de meester even buiten. Het duurt niet lang of het systeem treed in werking. Stefan, die voor me zit, keert zich naar me om en kijkt me aan met een blik van 'we zullen die eens even liggen hebben!' Tergend langzaam steekt hij zijn hand in mijn richting. Hij reikt echter niet tot mijn gezicht om me een tik te verkopen. Neen, hij legt zijn hand op mijn bank en schudt er zachtjes mee. Ik heb niet door wat hij van plan is. Mijn twee buurjongens hebben in de mot wat Stefan doet en steken letterlijk een handje toe. Nu merk ik wat er te gebeuren staat: mijn bloempot met macramé hanger, compleet gevuld met bloemetje in potaarde, davert naar de rand van mijn bank. In paniek grijp ik de pot en hou hem stevig vast. Gelukkig is er niemand die me dat wil beletten. Ik weet niet meer hoe lang deze nachtmerrie geduurd heeft, ook wanneer en hoe ze geëindigd is behoren niet meer tot mijn actieve herinnering, maar dàt het een nachtmerrie was, dat was zeker.

Ik zie een groep jongens rond een worsteling staan. Ze supporteren voor een grote, rosse knul die een onzichtbare tegenstander een paar meppen in zijn gezicht verkoopt. "Hit 'm, Joe, hit 'm in the face! Make Tinman feel who's the boss." Walgend keer ik me af, de roddeltantes in de hotelrestauratie krijgen hun zin. Tinman krijgt op zijn lazarus. Wie het ook is, ik kan me perfect in hem inleven, wat de anderen doen is het begin van het einde. Gelukkig komt op dat moment een leerkracht tussenbeide. Joe wordt hardhandig verwijderd, maar aan zijn ogen kan ik zien dat hij vastbesloten is die rotzak van een Tinman ergens achter een hoekje een afrossing te geven die hem nog lang zal heugen.

Ik voel plots een onbedwingbaar verlangen om Tinman te leren kennen, om hem in bescherming te kunnen nemen en om hem te leren hoe hij van zich af moet bijten. Ik weet dat dit een bijna onmogelijke opdracht is die ik mezelf opleg, en teleurgesteld keer ik me om en wandel verder. Het zal me nooit lukken om alle Tinmans ter wereld te helpen, al is mijn hart nog zó groot. (Ben ik trouwens wel zo altruïstisch als ik mezelf acht? Zie ik in zo'n gepest jongetje niet gewoon een gemakkelijk vriendje?)

18u30

Na een stevig avondmaal besluit ik – deze streek is toch zo adembenemend mooi – nog maar een wandeling te maken. Deze keer laat ik het dorp links liggen en trek het bos in. In een lange dreef duikt een andere herinnering op die ik met plezier over me heen laat vloeien.

Het is een late augustusdag. De zonnewarmte drijft me de lommerte van het Peerdsbos in. Ik kruis twee jongens van een jaar of twaalf, maar schenk er eigenlijk geen aandacht aan. Ik ben op weg naar mijn nadenkplekje, een open plek in het bos waar je niet komt als je niet de sluipwegen kent. Tussen struikjes en achter bomen baan ik me een weg door het schijnbaar ondoordringbare oerwoud en beklim een heuveltop die een mooi uitzicht biedt op de vlakbij gelegen rotsformatie, ook wel De Kiezels genoemd. In gedachten verzonken bestudeer De Kiezels, zodat ik pas vrij laat merk dat de twee jongens van daarnet er aan komen wandelen. Vanuit mijn nadenkplekje kan ik hen wel zien, maar nooit zullen zij van daaruit mij kunnen zien. Ik ben dus in feite een gluurder. De jongens zitten naast elkaar en praten over de school. Ik realiseer me dat één van hen Herwig Verjans is, een knaap uit het zesde leerjaar in de school waar ik de juf van het vierde vervang. Hij is een opgeschoten, lange slungel met zwart, sluik haar. Tijdens het zwemmen liet hij me al genieten van zijn ranke lichaam (visueel dan) en ik weet dat hij een zeer fijne piemel heeft. De andere jongen ken ik niet. Hij heeft licht krullend, ros haar en tal van sproetjes op zijn gezicht. Hij is kleiner dan Herwig, ik weet al niet meer hoe ik ertoe kwam hem daarstraks ook twaalf te schatten. Hij is negen, hooguit tien. Herwig en Roodhaar slaan aan het stoeien. Ze giechelen, rollebollen en hijgen. Plots maant Roodhaar Herwig aan te stoppen. Hij grijpt in zijn witte short en haalt er en vleeskleurig slangetje uit, waaruit een heldere straal wit water spuit. Herwig staart verrukt naar het slangetje. Onmiddellijk grijpt ook hij in zijn short en tovert zijn fijne piemel tevoorschijn. Hun stralen kruisen elkaar, hetgeen hen in hoge mate pleziert.

Het windt hen ook op, want Roodhaars piemel richt zich langzaam op. Lichtjes beschaamd verstopt hij hem weer in het alles verhullend textiel van zijn short. Ook Herwig beseft dat hij misschien te ver is gegaan en verbergt zijn erectie glimlachend in zijn knuist. Beiden lijken echter te beseffen dat hun schaamte slechts iets is dat door maatschappelijke omstandigheden werd opgelegd en dat zij hun ware gevoelens voor elkaar niet hoeven te verbergen. In enkele tellen grijpen ze elkaar vast en gaan tegen de grond. Het is echter geen gevecht maar een passionele en zeer erotische omhelzing. Herwig ligt onder Roodhaar, maar het zijn ongetwijfeld zijn handen die in Roodhaars short schuiven en zachtjes diens billen kneden.

Roodhaar blijkt behalve passioneel ook zeer bedreven in het liefdesspel – een oudere vriend? Veel films gezien? – want terwijl zijn rechterhand Herwigs gezicht streelt, maakt zijn linkerhand Herwigs jeans los. Een deel van diens witte slipje wordt zichtbaar. Algauw trekt Roodhaar Herwigs jeans omlaag langs diens ongelooflijk ranke benen. Ik wou dat ik er bij kon zijn. Hevig geëmotioneerd knoopt Roodhaar dan Herwigs hemd los, hij scheurt het bijna van zijn lijf. Wanneer Herwig nog slechts een slipje aan heeft, werpt Roodhaar zich boven op de gepassioneerde twaalfjarige. Ze drukken hun gezichten tegen elkaar en – hoewel ik het niet zou durven zweren – draaien een tong. Het duurt niet lang of ook Herwigs slipje glijdt langs zijn verrukkelijke benen naar zijn voeten, waardoor ik voor het eerst de fijne piemel in erectie zie. Het beeld beroert me zo hevig dat ik zelf een erectie niet kan onderdrukken.

Dan komt er verandering in het spel. Herwig – nog steeds buitengewoon opgewonden – gebruikt zijn kracht om Roodhaar op te heffen. Lichtjes verdwaasd staat de jongen naar zijn blote vriendje te kijken, maar Herwig heeft zijn hoofd al onder het T-shirt van zijn 'partner in crime' geschoven. Aan de bewegingen van Herwigs hoofd en de uitdrukking op Roodhaars gezicht te zien, wordt Roodhaars borst aan een zalig kus-ceremonieel onderworpen en zuigt Herwig tussendoor nog aan zijn tepeltjes ook. Herwigs lange armen slagen er moeiteloos in om Roodhaars T-shirt uit te schuiven, waarna ook de jongen zijn short er aan moet geloven. Roodhaar draagt een lichtblauw, ietwat ouderwets onderbroekje, maar daar doet Herwig niet moeilijk over. Hij doet alsof het textiel er niet is en neemt een flinke hap tussen de benen van de onbekende. Ik wist dat Herwig figuurlijk een grote mond heeft, maar nu toont hij dat dat ook letterlijk het geval is. Er past een hele kinderpiemel in!

Roodhaar trekt een bedenkelijk gezicht. Herwig voelt dit aan en kijkt langs het lichaam van zijn seksmaatje omhoog. Met een bezorgd gezicht vraagt hij: "Je vindt dit toch leuk, Jonas?" Met een schok herken ik Herwigs seksmaatje. Jonas, het zoontje van de apotheker uit onze straat. Jonas, het jongetje met de ongeschonden reputatie. Jonas, het knaapje wiens ouders er zorgvuldig op toezien dat hij niet door één of andere kinderlokker wordt meegevoerd, want hij is toch zo onschuldig. Diezelfde Jonas geeft zich hier, onder mijn ogen, ongegeneerd – ja, zelfs met plezier – over aan de seksuele verlangens van zijn kameraadje.

Bij wijze van antwoord op Herwigs bezorgde vraag grijpt Jonas de hand van zijn makker en duwt ze onder zijn rekker in zijn onderbroek. Herwig begrijpt direct wat Jonas Roodhaar bedoelt en trekt het slipje omlaag. Prompt duwt Jonas zijn verstijfde piemeltje in Herwigs mond. Nadien liggen ze weer op elkaar, likken ze elkaar aarsopening, kussen ze elkaar over het hele lichaam en doet het apothekerszoontje alsof hij zijn piemeltje bij Herwig naar binnen duwt. (Of deed hij het echt? Ik ben niet gaan kijken.) Na ongeveer anderhalf uur onafgebroken liefdesspel heeft Herwig iets wat op een orgasme lijkt. Geen 5 minuten later kleden de jongens zich weer aan en gaan weg. Met de zopas geziene beelden voor ogen kost het me geen moeite om binnen de minuut tot een zeer fijn orgasme te komen.

De huidige realiteit blijkt brutaler. Ik herken opnieuw de bloeddorstige kinderstemmen en kan wel raden wat er elders in het bos aan het gebeuren is. Vier jongens stampen en slaan naar en ineengedoken figuurtje tegen een boom. Opnieuw hoor ik de kreet: "Let Tinman feel who's the boss. Take his knife en cut him." Als ik dat goed begrepen heb, vindt daar iets plaats dat ik niet kan laten gebeuren. Ik storm door het struikgewas naar de plaats van het onheil. Vier paar jongensogen kijken me verrast aan. Joe is er ook bij. Het verwondert me hoeveel hij – uiterlijk dan toch – op Jonas lijkt. Het duurt geen vijf seconden voor Tinmans belagers het hazenpad kiezen. Ik ben nog helemaal niet van mijn verbazing over Joe's gelijkenis bekomen als ik me naar Tinman draai en me nogmaals een hoedje schrik. In Tinman herken ik het naakte jongetje aan wie ik eerder op de dag een zakmes terug gaf. Hij blijkt me ook te herkennen. Ik vraag hem of hij pijn heeft en hij wijst naar zijn zij. Werktuiglijk begin ik hem daar te wrijven tot hij te kennen geeft dat de pijn over is. Als ik hem voorstel om hem naar huis te brengen, barst hij in snikken uit en kruipt in een bolletje tegen me aan.

Dag 3 (voormiddag, 9u45)

Lichtjes heen en weer schommelend – ik voel me net een opa – geniet ik van het aangenaam prikkende zonnetje op het terras van mijn hotel. Ik heb net zo'n veertig lengtes volbracht in het plaatselijke 25 meter-bad. Daar was nauwelijks volk: een koppel van middelbare leeftijd, een opa en zijn bekoorlijke kleinzoon en ik. De kleinzoon had een zwembroekje dat enkele maten te groot was, waardoor er steeds een flapje stof achter zijn ranke billen bengelde. Ik herinner me een jongetje dat – in het zwembad in mijn woonplaats – plots kwam vragen of ik even het water in wilde duiken om een geel stuk stof enkele meters verder op te halen en aan hem te geven. Het bleek zijn zwembroek! Vanochtend gebeurde er echter niets gelijkaardig. Toch deed de eerder genoemde herinnering me dan weer denken aan één van mijn eeuwige nachtmerries, namelijk dat ik plots – als kind – naakt over het schoolplein moest hollen. Mijn kleren waren in geen velden of wegen te bekennen. Ik had enkel beschikking over twee brooddozen om me langs voor en langs achter te beschermen. Ik denk dat die droom een gevolg was van hoe ik me steeds naakt, onbeschermd, alleen… voelde tussen mijn klasgenoten. Een nieuwe, pijnlijke herinnering duikt op.

We leren over het thema 'Energie'. De activiteit is één van de door mij meest verfoeide: groepswerk. Een vraag die me helder voor de geest staat is "Op welke manier komen de meest bekende soorten energie tot ons?" Binnen de groep praten we over steenkool in blokken of blokjes, elektriciteit via leidingen, stookolie met tankwagens. Het gaat goed, is bijna prettig. Toch heeft Frederik, de verslaggever van ons groepje en één van de voortrekkers in de pest-beweging, een onaangename verrassing voor me in petto. Wanneer de meester aan hem vraagt wat de resultaten van ons groepje zijn, vertelt hij zonder blikken of blozen dat ik beweerde dat elektriciteit in blokjes geleverd wordt. Imploderend van schaamte zwijg ik als vermoord, hoewel de meester aan mijn ogen moet zien dat Frederik liegt, maar toch – als om me nog wat dieper in de put te duwen – vraagt hij aan mij: "Heb jij dat gezegd?" Omdat ik niet durf antwoorden kijkt hij me aan met een blik die ik interpreteer als "Waar haalt hij het toch vandaan?" Innerlijk ben ik razend, maar uiterlijk geef ik geen krimp. Wat ik te vertellen heb, gelooft toch niemand. Waarom zou ik dan nog moeite doen om me te verdedigen? Mijn imago is al lang gevestigd, van in het eerste leerjaar toen de meester me over zijn knie legde en een paar flinke tikken op de billen gaf omdat ik op een vloeipapiertje had getekend. Sindsdien hebben alle klasgenoten en meesters het op mij gemunt. Ik ben de eeuwige verliezer, de dikkerd, de stommeling, de lafaard. Ik zie geen reden waarom ik op deze school nog moeite zou doen om van imago te veranderen. Hoe kan je op drie maanden nog iets veranderen waar anderen meer dan vijf jaar aan gewerkt hebben? Binnenkort ben ik er toch vanaf!

Plots voel ik dat ik eigenlijk een razende honger heb. Snel begeef ik me naar het restaurant – dat om halfelf sluit – en schuif met een stevig ontbijt aan bij een half bezet tafeltje. Vrije tafeltjes zijn er niet meer over en de tijd dat ik niet bij onbekenden durfde gaan zitten is definitief voorbij. Er bekruipt me toch een vage tinteling als blijkt dat ik bij de opa en zijn kleinzoon ben gaan zitten. We raken aan de praat en tegelijkertijd heb ik uitgebreid de gelegenheid om het jongetje op te nemen. Hij heeft zeer lichtblond haar, bruine ogen en een vrolijk wipneusje. Toch kijkt hij buitengewoon ernstig. Ondertussen vertelt de opa dat de ouders van Chris, want zo heet de knaap, beiden hardwerkende zakenlui zijn en niet zoveel tijd met hun zoon kunnen doorbrengen. Ze zijn afkomstig uit de Verenigde Staten en opa Joshua is op vakantie gestuurd met zijn kleinzoon. Niet dat hij het niet graag doet, maar hij voelt zich toch een beetje babysit voor de knul. Als ik verneem dat Chris bijna dertien is, en daarop suggereer dat hij hem misschien een dagje alleen kan laten en zelf van de omgeving genieten, mompelt hij alleen maar wat. Even later ruimen Joshua en Chris af. In het weggaan bemerk ik dat opa alles voor zijn kleinzoon doet, en dat Chris daar schandalig van profiteert. Mijn gedachten gaan als vanzelf terug naar een andere Chris: zeer lichtblond haar, bruine ogen en een wipneusje.

Chris Verwilghen kwam in november '95 op de school waar ik als halftijdse kracht in het derde leerjaar werk. Deze school was ooit, in een grijs verleden, een oude en strenge jongensschool met een gerespecteerd internaat. Nu is de school gemengd, opengesteld voor 2,5 – tot 18-jarigen en met een klein internaatje. Chris is – naast een nieuwe leerling van het eerste middelbaar – tevens een nieuwe klant voor het internaatje. Reeds vroeg blijkt dat de jongens van het internaat, of ze nu tien of achttien waren, Chris adoreerden. Ze doen werkelijk alles voor hem. Stilaan lijkt ook zijn macht zich uit te breiden tot de externe jongens. Opmerkelijk is dat Chris voor de meisjes enkel een ver afstaande, aanbiddelijke schoonheid is, maar zelf nooit ofte nimmer contact zoekt met wezens van de andere kunne. Al bij al is dit niet ongewoon voor jongens aan het begin van hun puberteit.

Slechts zeer af en toe kom ik de eerstejaars tegen op de gang, bijvoorbeeld wanneer ik mijn klasje naar de turnles breng of iets op het secretariaat van het secundair moet regelen. Het mag dus niet verwonderen dat ik Chris eigenlijk nooit zie en dat hij niet meer dan een naam is die regelmatig op de teamvergaderingen opdook, want hetgeen hij bij zijn medestudenten en -leerlingen is, een populaire boy, is hij bij zijn leerkrachten hoegenaamd niet. Integendeel, hij stoort de les, eist steeds de volle aandacht van wie voor de klas staat. Des te merkwaardiger is dat de leraressen er geen problemen mee hebben. Bij hen is hij kalm, werkt goed mee en toont zich een positieve voortrekker.

Aan mijn eerste ontmoeting met Chris houd ik vooral letterlijk een verpletterende indruk over. Ik keer terug van de turnzaal, waar ik mijn schatjes aan de sportleerkracht heb overgelaten, en kruis een kwebbelende, jengelende groep eerstejaars. Een losse flard die me bijblijft, is "Als Chris zich niet haast, krijgt hij weer een opmerking. Waarom doet hij dat toch?" Instinctief weet ik dat het om Chris Verwilghen gaat, want één van de opmerkingen van de teamvergaderingen die ik me herinner, klinkt "Die Verwilghen komt altijd en overal te laat! Het is schandalig!" Dat is niet waar, maar het is wel gebleken dat Chris, bij de wisseling van lokalen, in één op drie gevallen te laat is. Bij leraressen is hij één op twintig keer te laat, vreemd.

In gedachten verzonken nader ik de hoek van de gang die ik al zeker honderd keer gepasseerd ben. Een schicht, een knal, en daar botst een brugpieper in volle vaart tegen me op. Met een sierlijke boog zweeft zijn geopende boekentas door de lucht, daarbij alle inhoud verliezend. De knaap kijkt ontzet naar zijn vliegende leerinhouden en begint dan vliegensvlug alles weer op te rapen. Als vanzelfsprekend help ik hem daarbij, maar de knul wordt wanhopig als blijkt dat zijn notities door elkaar geraakt zijn. Ik kan hem enkel sussen door te beloven met hem mee tot aan het lokaal te gaan en alles aan de betrokken leerkracht uit te leggen. Nu wordt hij rustiger en kunnen we zijn werkbladen kalmpjes bij de juiste vakken schikken. Ondertussen verneem ik dat hij de beruchte Chris is, en op die vijf minuten dat we samen zijn – tussen de hoek in de gang en de deur van het lokaal – voel ik een merkwaardige tinteling, een vreemd gebeuren tussen Chris en mij. Aan het lokaal gekomen en de situatie uitgelegd hebbende kan Chris' vertrouwen in mij helemaal niet meer stuk, want de leerkracht slikt het verhaal en Chris krijgt geen uitbrander. Vlak voor ik de deur sluit, wordt een oprechte, warme jongensknipoog mijn deel.

Twee weken later wordt Swa, de internaatsbeheerder, ziek. Daar zijn job halftijds is, ben ik de eerste aan wie wordt gevraagd of ik het mogelijk acht mijn baan met de zijne te combineren. Ik zie het eerlijk gezegd wel zitten zes weken de hoeder te zijn van een reeks jonge jongens (van 10 tot 18 jaar).

Het is ook een aangename job. Chris zoekt me meer op nu ik internaatsbeheerder ben. Hij praat veel, hij komt ongevraagd op mijn schoot zitten (hetgeen ik probleemloos toelaat: als die jongens een week hun vertrouwde thuissituatie moeten missen, kunnen ze best wat extra affectie gebruiken.

Op een dag vieren we zijn dertiende verjaardag waarbij hij erop staat dat ik hem drie kussen geef. Na de derde kus neemt hij mijn hoofd vast, drukt zijn mond tegen de mijne en geeft me een klappende zoen. Die avond – ik heb net mijn ronde gedaan – biept Chris me op. Je moet weten dat het internaat, hoe klein en ouderwets ook, over een ingenieus systeem beschikt om controle uit te voeren op de internen. Er is een geheel communicatiesysteem uitgewerkt waardoor de beheerder elk moment een intern kan opbiepen en omgekeerd. Er is zorgvuldig op gelet dat de beheerder de internen niet kan afluisteren, want dat zou schending van de privacy zijn. Chris contacteert me rond halfnegen met de vraag of ik even naar zijn kamer wil komen. Voor hij gaat slapen wil hij even, alleen met mij, nog eens zijn verjaardag vieren. Blij met deze onverwachte afwisseling stap ik nietsvermoedend naar kamer 26, Chris' eenpersoonskamer.

In Chris' leefruimte zie ik niets of niemand, maar als ik roep dat ik er ben, klinkt uit de slaapkamer zijn stem: "Kom maar hier, de verrassing wacht hier op je." Ik open de slaapkamerdeur en zie Chris, poedelnaakt op zijn rug liggend, zijn voeten tot aan zijn zitvlak opgetrokken en zijn knieën naar buiten toe, plat op het bed gedrukt. Het lijkt of, nee, hij lìgt effectief op me te wachten om samen de liefde te bedrijven. Ik geloof mijn ogen niet en vraag hem wat zijn bedoeling was. Zijn piemel, die daarnet nog een slap hangend worstje leek, verstijft. Hij kijkt ernaar, dan naar mij. Ik ga, rustig ademhalend om mezelf onder controle te houden, naast hem op zijn bed zitten. Ik leg mijn hand op zijn knie en zeg hem nogmaals: "Gelukkige verjaardag, Chris, en dat je nog heel gelukkig mag worden." Hij tuit zijn lippen, en ik geef hem een zoen op zijn mond. En nog één, en nog één. De begeerte, die al weken in me sluimert, wordt wakker. De begeerte, die blijkbaar ook al weken in hem sluimert, wordt wakker. We beleven een zalige nacht.

Nadien volgen nog zes droomweken. Zo goed als elke avond biept Chris me op. Zo goed als elke avond kan ik niet aan de verlokking weerstaan. Na het spel blijven we dikwijls nog lang bij elkaar liggen en praat Chris honderduit. Zo kom ik te weten dat hij met bijna alle jongens van het internaat seks heeft gehad, dat ze hem daarom zo graag hebben, omdat hij geeft wat zij willen. Chris stelt zichzelf daar vragen bij: of het wel zo goed is wat hij doet, of hij geen problemen zou krijgen als hij ermee wil stoppen. Hoe dan ook, en dat merk ik elke avond, voorlopig zijn de lusten die in deze jongen branden nog met geen honderd brandweerwagens te blussen.

Ach ja, Chris, na mijn interim-periode in het internaat duurde het nog drie maanden vooraleer het schooljaar voorbij was. Wekelijks nodigde Chris me uit om te gaan zwemmen, en je kan je wel voorstellen wat er toen in de zwemhokjes gebeurde. Het is allemaal vrij plots afgelopen, toen Chris' ouders naar de andere kant van het land verhuisden. Ik heb hem nooit meer gezien. Toch hou ik aan mijn avonturen met Chris geen wrang gevoel over. Ik heb zelfs het gevoel dat het zo moest lopen, dat het vroege afbreken van onze verhouding voor beiden een goede zaak was.

Van elke verhouding die ik al gehad heb, herinner ik me nog levendig de gevoelens die in me opborrelden aan het begin van zo'n periode, toen ik het jongetje nog maar net kende en er van een verhouding nog geen sprake was, tenzij in mijn dromen. Ik betrap me erop dat ik dat gevoel opnieuw ervaar nadat ik gisteren Tinman – zijn voornaam is Daryll, heb ik me laten vertellen – heb thuisgebracht. In het kort vertelde ik wat er gebeurd was, waarop een bezorgde moeder haar huilende zoontje al even snikkend in haar armen sloot. Nadat ze het arme joch naar bed had gebracht, vertelde ze een verhaal dat voor de rest van mijn leven in mijn gedachten zal blijven. Ze schetste daarin hoe Daryll eigenlijk voorbestemd was om de zondebok van zijn klas te worden. Hoewel hij uiterlijk geen opvallende kenmerken heeft, is er één eigenschap die hem in de ogen van zowat iedereen belachelijk maakt. Hij is homo – stop ander woord!! – uiteraard noemde zijn moeder hem niet zo. Zij beschreef het als een buitengewone belangstelling voor zijn geslachtsgenootjes en een overdreven aandacht voor het lichamelijke. "Daryll vraagt van iedereen meer dan gewone interesse. Hij vraagt tevens zeer veel lichamelijke aandacht," zo formuleerde zijn moeder het. Moeder kon daar wel mee om, maar Darylls vader had het daar bijzonder moeilijk mee, vooral omdat hij een tijdje kolonel was geweest in één of andere obscure 'militia'. Van daaruit had hij het imago meegebracht een sterke, onkreukbare en gevoelloze man te zijn, en hij kon het niet verkroppen dat zijn zoon niet over dezelfde eigenschappen beschikte.

Door het gesprek met moeder leerde ik dat zij Daryll eigenlijk wel wilde helpen, maar er niet echt toe in staat was. In mij groeide stilaan het verlangen om de jongen beter te leren kennen en, gedurende de korte periode dat ik hier was, hem een beter leven te geven. Tevens merkte ik dat de moeder – hoe moeilijk ik het ook had haar te verstaan – zeer blij was dat ik naar haar wilde luisteren. Hierdoor rees bij mij het vermoeden dat Darylls weinig benijdenswaardige positie ook wel te danken was aan het imago dat hij met zich meedroeg via zijn familie. Ik dacht dat van daaruit misschien ook de reactie van de kribbige oude roddeltantes te verklaren was. De moeder bleek inderdaad weinig sociaal leven te hebben – huishouden en haar bejaarde ouders bezoeken waren haar voornaamste bezigheden – en, hoewel ze het allemaal goed bedoelt, behoort zij tot die 90 % van ouders die hun kind willen opvoeden door het te kneden, en niet door het zichzelf te helpen ontwikkelen. Ook Herwigs moeder was zo iemand, en het was dankzij haar houding dat ik met Herwig een kortstondige, maar bloeiende relatie heb mogen beleven.

Mijn 17-jarige neef Tom heeft me uitgenodigd om mee te gaan zwemmen. Omdat ik voor het ogenblik toch niets beter te doen heb, zeg ik ja. Aan het zwembad aangekomen merk ik dat Tom ook zijn klasgenoot Mathias en diens twaalfjarige broer Herwig uitgenodigd heeft. Ik herken Herwig met een schokje: het is Herwig uit mijn school, Herwig die ik het liefdesspel heb zien bedrijven met de onkreukbare Jonas. We spreken af aan de douches en daar wachten Tom, Mathias en Herwig me op. Laatstgenoemde draagt een zwarte zwemslip met een Batman-figuur op zijn kruis. Na wat doelloos te hangen stelt Tom voor om tikkertje-onder-de-benen te spelen. In het water vertaalt zich dat in dat degene die werd aangetikt aan de rand moet hangen met zijn benen gespreid. Je kan elkaar alleen maar bevrijden door onder de benen door te zwemmen. Eens tikt Mathias me. Ik hang aan de rand en bemerk dat Herwig als een waterduivel op me af komt. Hij glijdt tussen mijn benen en remt plots af, zodat hij tussen mijn benen blijft hangen. Hij laat zich wat opstijgen en drukt tegen me aan met zijn rug. Vijf seconden maar, en dan is hij weer weg.

Het gebeurde laat me niet echt koud, maar ik besteed er geen aandacht meer aan tot Herwig het opnieuw doet. Dan merk ik dat hij het systematisch blijft doen en plots met de kruin van zijn hoofd in mijn kruis drukt. Nog later beweegt hij zijn lijf zachtjes heen en weer, hierbij tegen mijn benen en piemel wrijvend. Ik moet wel een erectie krijgen, en begrijp nu heel goed hoe hij er toen in slaagde de onkreukbare Jonas tot liefdespartner te maken. Niemand ontsnapt aan zulke doelbewuste verleidingen.

Wanneer het spelletje afgelopen is, hangen, zitten of staan we weer wat te lummelen. Ik zit naast Mathias en Tom aan de rand van het bad. Onze benen bungelen in het water. Herwig zwemt nog wat rond en stevent dan op me af. Hij grijpt de rand van het bad vast aan het korte stukje tussen mijn twee knieën en blijft hangen. Als hij dat weer, en weer, en weer doet, hijs ik hem – bij wijze van spel – aan zijn schouders uit het water en laat hem tussen mijn benen zitten. Van een bijna-twaalfjarige verwacht je dan dat hij onmiddellijk weer weg zwemt, maar Herwig blijft zitten. Hij gaat zelfs languit tegen me aan liggen, en ik sla mijn armen om hem heen, streel zijn buik.

Zijn broer en mijn neef gaan het water uit. Wij besluiten nog even te blijven. Tien minuten later volgen we hun voorbeeld. Terwijl ik mijn spullen pak, houdt hij de deur van zijn kleedhokje open en wacht op me. Of ik bij hem kom? Als hij dat wil, okee, ik wil niet liever (maar dat laatste zeg ik er niet bij). Even later staan we naakt bij elkaar en drogen we ons af. Ik bewonder zijn fijne lichaam. Herwig staat met zijn rug naar me toe. Begrijpelijk, je staat niet elke dag naakt met een leraar van je school in een hokje van 2 op 2 meter. Als hij zich naar me toe draait, schrik ik toch even. Zijn piemel staat hard, heel hard. Ik zeg niets. Het afdrogen duurt voort. Het duurt extra lang vandaag. Ik kijk hem aan, hij mij. Kijk terloops naar zijn piemel. Innerlijk vecht ik een tweestrijd uit. Nu of nooit, denk ik. Fluisterend zeg ik: "Amai. Je hebt nogal een stijve."

"Jij toch ook!" repliceert hij onmiddellijk.

Dat is niet helemaal waar. De zijne staat stijver. Ik besluit een volgende stap te zetten: "Heb je misschien zin om te vrijen?"

Hij: "Nee hoor! Jij wel?"

Ik, buitengewoon onvoorzichtig: "Een beetje."

Gesprek voorlopig afgesloten. We drogen ons verder af, maar noch hij, noch ik maken aanstalten om ons aan te kleden. Even later, het lijkt wel een eeuwigheid, probeer ik een tweede keer: "Ik heb eigenlijk wel zin, maar als jij niet wil… Jij moet het weten."

Hij kijkt me weifelend aan. Aarzelt: "Als je er tegen niemand iets van zegt."

Ik, stellig: "Beloofd!"

Ik hang mijn handdoek opzij, hij legt de zijne weg. Hij omhelst me. Hij trilt. Zijn piemel wiegt heen en weer. Ik streel zijn rug, zijn billen, zijn benen. Ik verberg mijn mond in zijn haar. Ik fluister: "Heb je hier al eerder aan gedacht?"

Hij: "Neen."

Ik: "Ik wel."

Nog even staan we daar zo. Dan maakt hij er een eind aan en begint zich aan te kleden. Ik vraag hét: "Wat vond je ervan?"

Hij: "Niet plezant!"

Dat doet me pijn. Ik hoopte dat hij er wel van zou genieten. Dat probeer ik hem ook te zeggen, maar ik struikel over mijn woorden. Hij reageert er ook niet op. Nog even vraagt hij of ik al een vriendin heb, waarop ik, allerlei smoezen bedenkend, ontkennend antwoord.

Afgelopen. Buiten wachten Mathias en Tom. We fietsen samen weg, maar echt hartelijk is de sfeer tussen ons niet meer. Hij moet nog heel wat verwerken, denk ik.

Ook aan mij knaagt het. Heb ik hem nu misbruikt? Hij wou het precies zelf. Die strelingen, samen in een hokje, die stijve. Of heb ik dat verkeerd geïnterpreteerd? Vlak voor hij bij hem thuis aanbelt – ik rij al verder – kijkt hij me na. Ik kijk regelmatig om. Verlangt hij?

Twee weken later belt Herwig me op. Of ik zin heb om mee te gaan zwemmen? Ik denk: "Al zou ik honderd andere activiteiten hebben, voor jou alles!"

Ik zeg: "Ja, lijkt me een goed idee."

We ontmoeten elkaar aan de ingang van het bad, kleden ons apart om en zwemmen wat in elkaars buurt. Echt hartelijk gaan we niet met elkaar om. Toch, door te spelen met enkele gemeenschappelijke kennissen, maken we weer lichamelijk contact. Herwig laat zich hierbij niet onbetuigd, en het wordt echt erotisch. Ik heb regelmatig een behoorlijke erectie. Als vanzelfsprekend belanden we weer samen in een kleedhokje, hoewel hij de vorige keer nadrukkelijk gezegd heeft het niet te willen. Opnieuw staat zijn piemel vreselijk stijf. Deze keer komen er geen woorden aan te pas. Hij staat met zijn rug naar mij gedraaid en droogt zich zo af. Ik houd een erectie niet tegen. Echt stijf krijg ik hem niet, vermoedelijk omdat ik teveel schrik heb om betrapt te worden. Ik hang mijn handdoek opzij en neem zijn schouders vast. Prompt draait hij zich om en omhelst me. Hij streelt mijn balzak en mijn penis. Ik laat mijn handen over zijn billen glijden. Even plots als het begonnen is, houdt het weer op, en weer laat Herwig blijken er eigenlijk niet van te hebben genoten. Opnieuw zit ik met een heleboel tegenstrijdige gevoelens, schuldgevoelens ook. Volgens mij worstelen Herwigs gevoelens met zijn gedachten. Hij vindt het heel prettig om te doen, maar weet dat het 'vies' is, dat een jongen zoiets niet doet met een man. Van één ding ben ik zeker: Herwig zal het niet thuis gaan vertellen, want hij heeft mij uitdrukkelijk gevraagd het niet verder te vertellen omdat hij zich ervoor schaamt (of omdat hij schrik heeft voor de gevolgen?). Ik voel me tamelijk veilig.

Aan het begin van de zomervakantie rinkelt mijn telefoon opnieuw. Herwig aan de lijn: "Hallo Tony, ik ben alleen thuis. Heb je zin om een filmpje te komen zien?" Ik zeg geen nee en wandel naar zijn woonplaats. Even later zitten we lekker dicht tegen elkaar voor het kleine schermpje. Toch is het allemaal een beetje onwerkelijk. Ik vermoed dat we van elkaar heel goed weten wat we willen, maar niemand durft de stap zetten. We schuiven langzaam dichter tegen elkaar aan. Ik raak met mijn voet de zijne aan, en trek hem – geschrokken? – onmiddellijk weer terug. Even later doet hij hetzelfde. De spanning is om te snijden. We kijken elkaar aan. Zwijgend vragen we elkaar: "Waar wacht je nog op?" Ik leg mijn hand op zijn been, hetgeen voor hem een signaal is. Geen twee seconden later ligt hij boven op mij. Hij glijdt met zijn hand onder mijn T-shirt en kust me op de mond. Even nadien kleedt hij mij uit! Gepassioneerd ontdoe ik hem daarna van zijn kleren, en we vrijen, elkaar tot een orgasme.

Ik voel een steek in mijn hart als ik eraan denk hoe het onze relatie verging. We hadden nog regelmatig seks, maar mijn relatie met Herwig was de eerste waarin ik seks en 'gewone' omgang met elkaar combineerde. Voordien had ik al wel wat seksuele contacten gehad, maar zonder dat we daarom meer hadden. Ook had ik al heel wat vriendjes gehad met wie het nooit tot seks kwam. Vooral in de aanvangsperiode van mijn pedofiele bewustzijn had ik vaak heel passionele verhoudingen, maar noch mijn vriendje, noch ik gingen uit de kleren om de liefde te bedrijven. Met Herwig was het anders: we gingen even gemakkelijk voetballen of naar een film als dat we elkaars naakte lichamen bepotelden. De fout die we maakten was dat we zijn ouders de kans gaven zich vragen te stellen. Maar ja, ik wilde het spel eerlijk spelen, en toen Herwig en ik hadden afgesproken een weekend samen weg te gaan, hadden we wel de toestemming nodig van de ouders. Het was de onmiddellijke aanleiding voor de onherstelbare breuk die, vreemd genoeg, een ander heerlijk tijdperk inluidde, maar dat wist ik toen nog niet:

Ik heb met Herwig afgesproken om een avondje door te brengen aan de oever van het plaatselijke recreatiemeer. Na wat gespeeld te hebben met de bal, na wat gezwommen te hebben, na wat pakkertje gespeeld te hebben (waarbij we elkaar overal mochten pakken en Herwig zich zeker niet onbetuigd liet), merk ik een klein gebouwd, roodharig jongetje op aan de overzijde van het strand. Het knaapje komt in onze richting, draagt een witte short, een lichtblauw T-shirt en loopt op blote voeten. Hij heeft een handdoek om de nek geslagen. Algauw weet ik dat het Jonas is, en gespannen houd ik Herwig in de gaten, als om zijn reactie te peilen. Mijn vriendje springt op en liep op zijn seksmaatje toe. Zij begroeten elkaar uitbundig worstelend, waarbij de kreungeluiden weinig aan duidelijkheid te wensen over laten. Tenminste, voor mij zijn ze duidelijk genoeg, want ik weet dat zij elkaars lichaam beter kennen dan jongens van hun leeftijd doorgaans doen. Ik vermoed eveneens dat zij niet van mij weten wat ik van hen weet, wat mij in een bevoorrechte positie brengt omtrent het interpreteren van hun signalen, hun gebaren, hun bewegingen en hun woorden.

Dan besef ik dat het voor Herwig wel erg moeilijk moet zijn om nu naar zijn beide seksmaatjes toe de schijn hoog te houden. Waarschijnlijk wil hij niet dat ik van zijn escapades met Jonas weet, terwijl Jonas niet van zijn avontuurtjes met mij mag weten. Terwijl ik dit bedenk, realiseer ik me nauwelijks dat het worstelen is opgehouden en dat de knaapjes innig gearmd op het zand liggen. Herwig en Jonas fluisteren elkaar van alles toe.

Als de jongens rechtstaan en naar me toe komen, tekent Herwigs stijve piemel zich nog duidelijk af in zijn zwembroek. Bij Jonas is het allicht niet anders, hoewel het bij hem niet te zien is wegens de grootte van zijn short. Ik doe alsof ik het niet merk, maar krijg het onafwendbare gevoel dat dit nog een merkwaardige avond wordt. Tijdens het spel tracht ik een beeld te krijgen van Jonas. Totnogtoe zag ik hem slechts af en toe, als hij met zijn ouders buiten kwam. Hij zit niet op de school waar ik les geef, hij speelt geen voetbal bij de club waar ik trainer ben. Hij komt niet naar de speelpleinen die ik 's zomers soms begeleid, kortom, ik ken hem niet. Toch weet ik iets van zijn ondeelbare geheim, en ik bedenk me dat het voor hen anders gelopen zou zijn als het niet ik maar een ander was die die bewuste dag in het bos hun spelletjes had gade geslagen. Ik zie in Jonas een buitengewoon uitgelaten kind met een gezonde belangstelling voor zijn en andermans lichaam. Dat merk ik als hij met Herwig worstelt: om grip te krijgen op zijn te sterke tegenstander grijpt hij hem op alle mogelijke plaatsen. Als ze rusten, liggen ze zalig tegen elkaar en strelen ze elkaar.

Als Jonas met mij het water ingaat, wil hij op mijn rug zitten of aan mijn borst hangen. Hij knelt me dan zo stevig vast alsof hij me nooit meer wil loslaten. Hij heeft overigens net dezelfde zwemslip aan als Herwig. Zo kan ik zijn lichaam prachtig zien en voelen. Zijn dijen zijn onmetelijk zacht, zijn schouders lekker glad, zijn rug geurt naar de zomer, zijn in textiel verpakte billen perfect gevormd. Dan wil hij in de waterglijbaan. De eerste keer zie ik hem en Herwig tot mijn verbazing vertrekken in perfecte symbiose: Herwig gaat op zijn rug, met Jonas doodleuk boven op hem liggend. Hun borst, buik en piemel drukken tegen die van de ander en ze genieten volop. Dit is een situatie die ik niet met woorden mag vernietigen. De jongens tonen mij hun liefde voor elkaar zonder gène. Dit mag ik niet verstoren door er een opmerking over te maken. Als ze mij erbij willen betrekken, wat ik vurig hoop, moet het initiatief van hen komen. Natuurlijk kan ik één en ander sturen, door in de eerste plaats even lichamelijk mee te doen met hun spelletjes, en hen geen dingen te weigeren die ik anders uit schrik voor de omgeving wel zou weigeren.

Ondertussen staan we weer boven aan de glijbaan en merk ik niet dat Herwig mijn arm vast neemt.

"Gaan wij nu samen naar beneden, Tony?" vraagt hij allerbeminnelijkst.

Op mijn vraag hoe hij dat precies wil, glimlacht hij: "Ik wil boven," hiermee gebruik makend van een vocabulaire die hij bij mij in bed geleerd heeft. Jonas lijkt dit alles normaal te vinden, dus ga ik op mijn rug en komt Herwig boven op mij. We grijpen elkaar stevig vast en laten ons door het woeste water zalig naar beneden glijden. Jonas plonst tien secondenna ons in het water, terwijl Herwig en ik elkaar nog steeds stevig samendrukken. Herwigs hand zoekt tussen mijn benen. Ik twijfel even als Jonas vraagt om weer naar boven te tenen, me er goed van bewust dat mijn opwinding door mijn zwembroek heen te zien is. Het wordt echter te gek als Herwig wel meegaat, zich geen spat aantrekkend van zijn begeerlijke piemel die even recht staat als de mijne. Jonas kijkt er onbeschaamd naar en kust Herwig op de wang. Gearmd gaan ze de trap op, en ik – bevrijd van weer een onzekerheid – volg hen. Tijdens het klimmen kijkt Jonas regelmatig naar me om. Hij moet mijn erectie gewoon zien, het kan niet anders. Ik wacht af en laat hem het spel beginnen.

"Mag ik nu boven?" vraagt hij me als we aan de ingang van de glijbaan staan.

"Doe maar," antwoordt Herwig in mijn plaats, "ik wacht beneden wel."

Herwig vertrekt en ik ben alleen met Jonas. Omdat ik de woorden niet vind, ga ik gewoon op mijn rug liggen. Jonas komt rustig boven op me liggen. Het bloed pompt in mijn slapen als ik zijn slangetje tegen mijn navel voel drukken. Zijn neus komt aan de mijne, zijn mond drukt tegen mijn lippen. Ik kus hem. We verliezen elkaar in de liefde, terwijl we tussen het bulderende water naar beneden glijden. Beneden gekomen laat Jonas me los, kust me nog een keer op de wang en loopt naar zijn maatje dat in het grote meer wacht. Ik tintel nog. Ik geniet nog na van het doorbreken van de grens, hetgeen zonet gebeurd is.

De jongens wenken me, dus zwem ik op hen toe. Ik wil hen beiden onder hun billen oppakken, en merk daarbij dat ik mijn hand op hun blote kont plaats. Ze kijken me stralend aan. Ik kneed hun billen en druk mijn blote schatjes tegen me aan. Ze leunen hun hoofd tegen mijn borst en kussen me haast onmerkbaar. Een onbeschrijflijk pact is gesloten.

Ik slik. De emotie wordt me even te machtig. Ik merk dat ik al kuierend in het dorp gekomen ben. Even aarzel ik, maar dan volg ik resoluut het pad dat naar de verlaten jachthaven leidt. Er is nu veel meer leven dan de laatste keer dat ik er geweest ben. Bootjes varen af en aan, het is een drukte van jewelste. Ik zet even mijn verstand op nul, maar kan de gedachte aan Herwig niet echt van me afzetten. Herwig… Jonas… en daarvoor ben ik nog talloze – zo lijkt het toch – vriendjes kwijt gespeeld. Om nog maar te zwijgen over de vriendjes voor één dag. Hoe dikwijls ben ik niet vurig verliefd geweest op een jongetje dat na één dag alweer uit mijn levenverdween. Hoe vaak ben ik niet, verscheurd door verdriet, verweesd achter gebleven? Ik kan er nog heel wat voor mijn geestesoog laten passeren. De dertienjarige Koen, rosse Koen met zijn oorbelletje, die zo veel van me hield maar aan de andere kant van het land woonde. De achtjarige Rob, die ik leerde kennen in een hotel in de Ardennen. De elfjarige Joeri, met zijn legendarische woorden: "Schat, mag ik eens aan je ballen krabben?" in datzelfde hotel. Het is er nooit van gekomen. De tienjarige Michaël, die zich waarschijnlijk te oud vond om zich in het openbaar door een volwassen man te laten knuffelen. Toen ik hem echter tegen me aan trok, nadat hij zijn handen in de mijne had gelegd, omhelsde hij me bijna plat. Zo zijn er tal van jongetjes (heel soms ook meisjes) geweest met wie ik in gunstiger omstandigheden een vriendschapsrelatie en misschien meer had kunnen uitbouwen.

Mijn gedachten hebben me naar het verlaten bootje gevoerd waar ik Darylls zakmes gevonden heb. Deze keer is er niets bijzonders te vinden. Gauw verlaat ik het bedompte kajuitje en ga op de voorplecht zitten. Zo, met gekruiste benen uitkijkend over het water, heb ik ook gezeten die avond na het heerlijke spel met Herwig en Jonas, maar wel nadat ik Herwig naar huis had gebracht. Het was vreselijk…

Nadat Jonas naar huis gegaan is, blijven Herwig en ik zalig liggen. Ik tracht mijn gevoelens te verwoorden: "Ik vond het heerlijk. Ik vind dat wij met drieën een heel bijzondere vriendschap hebben."

Herwig kijkt me gelukzalig aan. Ik overweeg of ik hem zal vertellen wat ik toen in het bos gezien heb, maar besluit van het voor me te houden. Hij zou waarschijnlijk beschaamd zijn, en me misschien een gluurder vinden. Hij zou gelijk hebben ook. Ik bedenk of ik nog iets lief kan zeggen, maar Herwig stelt vast dat het voor hem tijd is om naar huis te gaan. Zijn vader zal al wel thuis zijn, en die heeft niet graag dat hij zo lang weg blijft. Niet dat hij zich wat aantrekt van zijn vader, maar hij is toch een beetje bang van die man. We kleden ons aan, waarbij ik de idee laat vallen om eens een weekendje met twee of drie te gaan wandelen.

Herwig is enthousiast: "En 's avonds in een tentje en vrijen!" zegt hij. Ik lach, ben blij dat Herwig dat ook denkt en geniet alvast op voorhand.

Plots lijkt Herwigs gezicht te verdonkeren. Lichtjes ongerust kijk ik hem aan met wat ongetwijfeld een vragende blik moet zijn, want hij zegt: "Het moet wel mogen van papa. Ga je mee om het te vragen?"

Weer papa. Een gewezen legerkolonel, zo lijkt het tenminste. Ik heb hem een paar keer gezien op schoolmanifestaties. Herwig is een geadopteerd kind. Zijn adoptiefouders hebben wel een eigen dochter, maar namen Herwig aan toen diens echte ouders niet in staat bleken te zijn hun kind behoorlijk op te voeden. Herwig was nog maar drie maanden op het ogenblik van de adoptie. Hij wéét dat hij geadopteerd is, hij kent zijn echte ouders maar heeft geen enkele emotionele band met hen. Hij mijdt hen liever. Toch is Herwig niet volmaakt gelukkig, voornamelijk door zijn vader. Van die stuurse man krijg ik nooit hoogte. Terwijl de moeder heel vriendelijk is en honderduit praat, houdt hij zich liever op de achtergrond. Zijn gezicht staat steeds op onweer, en hij zal niet meer zeggen dan het strikt noodzakelijke. Op zo'n schoolfeest straalde hij altijd een houding uit van "Ik ben hier omdat ik moet van mijn vrouw, maar ik zou veel liever thuis gebleven zijn.".

Daar denk ik aan wanneer we op de fiets stappen en naar Herwig thuis rijden. Waar ik niet op reken is dat Herwigs vader ons zonder slag of stoot toestemming zal geven om met vakantie te vertrekken. We rijden de voetgangerstunnel onder de spoorweg in, en plots drukt Herwig zijn remmen in. Ternauwernood kan ik een botsing vermijden, en vragend kijk ik de jongen aan. Het is duidelijk wat hij wil. Om onszelf moed in te spreken, omhelzen we elkaar stevig. Ik druk een kus op de lippen van mijn schat. Razend gevaarlijk, en daarom des te opwindender. Dan spannen we ons op om de confrontatie met Mister Hell (zo noemt Herwig zijn vader soms zelf) aan te gaan. In stilte repeteer ik nog eens mijn openingszin: "Dag meneer. U kent me wel van de school van Herwig. Herwig had aan mij voorgesteld om eens samen, met z'n tweeën, een paar dagen op vakantie te gaan. In juli. Voor mij is dat oké, maar ik wilde uiteraard eerst om uw toestemming vragen."

Aan huize Verjans aangekomen laat mijn ranke schoonheid zichzelf binnen met de huissleutel. "Papa!", roept hij de lege gang in, "Tony is hier. Hij wil iets vragen."

Meneer Verjans komt de gang in en kijkt me ijzig aan. Ik haal diep adem, slik een paar keer en begin mijn verhaal. Hij luistert aandachtig en laat me rustig uitspreken. Als ik zwijg, is de stilte te snijden.

Het snerpende "Neen!" komt als een donderslag bij licht bewolkte hemel. Verwonderd en verbouwereerd – alhoewel ik dat zo goed mogelijk probeer te verstoppen – kijk ik de vader van mijn vriendje aan. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Herwig ineenkrimpen. Ik wil nog even niet geloven wat ik gehoord heb, en probeer vertwijfeld het gesprek een alsnog positieve wending te geven.

"U kunt niet in juli? In augustus is voor mij ook goed, hoor. Om het even wanneer?"

Herwigs vader kijkt me aan alsof hij me het liefst van al ter plekke zou executeren. Hij steekt van wal: "Neen. Ik kan het heel erg op prijs stellen dat u van alles organiseert voor de kinderen, en ik zal het niet nalaten mijn zoon eraan mee te laten doen, maar dat u hem persoonlijk uitnodigt, en met hem alleen van alles wil doen, kan voor mij niet door de beugel. Herwig mag van mij mee op een uitstap of een kamp met de groep, maar ik wil niet dat u hem alleen mee neemt. Heeft u dat goed begrepen?"

Ik sta sprakeloos. Zo'n grenzeloos wantrouwen ben ik zelden tegengekomen. Ik stamel nog net: "Goed, als u het wil." en sta even later op straat.

Herwig komt me uitwuiven, het huilen staat hem nader dan het lachen. Ik zou hem willen vast nemen en ten afscheid knuffelen, maar durf het niet meer. "Jammer hè?" fluistert hij. Ik kan niet antwoorden, heb het te moeilijk met mijn eigen emoties. Ik heb zonet al mijn plannen in duigen zien vallen.

Ik fluister: "Ik vind het vreselijk. Het had zo leuk kunnen worden."

Herwig kijkt schichtig achterom als hij in de hal een deur hoort open en toe gaan. Gelukkig komt niemand hem vooralsnog halen. "Ik denk dat het beter is als we elkaar niet meer zien buiten de school," vertrouwt mijn vriendje me toe, "ik zou niet willen dat Mister Hell je wat aandoet."

Ik ben ontroerd om zijn bezorgdheid, bedwing alweer een neiging om hem te omhelzen en te kussen. Stilletjes, voorzichtig druk ik mijn gevoelens voor hem uit: "Herwig… ik heb je graag… ik hou van je."

Hij kijkt me vertederd aan. "Ik ook van jou," openbaart hij me; "Ga nu maar, papa wordt vast ongeduldig. Tot op school!"

Ik stap op mijn fiets en rijd weg als een dronkeman. Niet in staat ook maar eender welke extra inspanning te doen. Een glazen huis ligt aan diggelen. Ik wil niet naar huis, niet alleen zijn. Ik bel aan bij een heel goede vriendin. Huilend val ik bij haar binnen.

Dag 3, 16u30

In de supermarkt ontmoet ik Darylls moeder. Ze nodigt me uit om thee te komen drinken. Gedurende de hele weg naar haar thuis babbelt ze honderduit. Om de paar minuten moet ik haar afremmen omdat haar Engels te onduidelijk wordt voor een anderstalige. Rond vijf uur komt Daryll thuis. Hij groet me uitbundig en komt het gesprek bijwonen en opfleuren. Als het zes uur slaat, besluit ik naar het hotel weer te keren. Darylls moeder vraagt of ik niet wil blijven eten, maar – een oude smoes gebruikend – dan zeg ik haar dat ik al een afspraak heb. Daryll wacht me aan de buitendeur op – hij was het laatste half uur naar zijn kamer gegaan – en stopt me een smoezelig papiertje in de hand. "Read it now and just say yes or no!" fluistert hij me toe.

Ik open het kladje en lees, met verbijstering: "Tonight. Eight o'clock. Knife's boat."

Ik tover een glimlach op mijn gelaat en antwoordt: "Yes."

Hij balt zijn vuist in een vreugdevol gebaar en danst het huis in.

Ik vond vandaag een bruine envelop op mijn bureau met daarin een smoezelig bierkaartje. Het bevatte niet meer dan een eenvoudige boodschap: "Na schooltijd kom ik even. Jonas."

De school is nu een kwartier uit en ik werk nog wat aan verbeteringen. Iemand klopt zachtjes op de deur en schuifelt binnen voor ik heb kunnen antwoorden. Ik voel dat het Jonas is. Het is midden september in het nieuwe schooljaar. Herwig is door zijn ouders naar een internaat gestuurd in de hoofdstad. Ongetwijfeld hebben ze uit hem weten los te krijgen dat hij ook wel eens wat deed met het zoontje van de apotheker. Jonas' ouders weten van niets, dus misschien geloven ze hem gewoon niet, maar denken ze dat hun zoon een vieze homo is die verbeterd moet worden. Ik voel me best wel schuldig ten overstaan van Jonas, want ik heb het gevoel dat het mijn fout is dat hij nu zijn seksmaatje kwijt is.

We kijken elkaar aan en zwijgen. Ik kom niet verder dan een zinloos "Hallo. Hoe is het met jou?"

Zijn antwoord is even eerlijk als correct: "Verschrikkelijk. Ik mis Herwig enorm. Jij vast ook."

"Heel erg." vertrouw ik hem toe. Dan vertel ik hem, half snikkend, wat er gebeurd is, en dat ik me erg schuldig voel over het afspringen van het contact tussen Herwig en hem. Dan wordt hij vertrouwelijk, en verwonderd neem ik kennis van het feit dat Jonas met dezelfde twijfels zit.

"We sliepen vaak samen," zo vertelt hij, "en dan waren we allebei naakt. We vonden het prettig om met elkaar te neuken. Zijn ouders zagen ons nooit, dachten we, maar ik vermoed dat ze ons bespied hebben toen we sliepen. Ze verdroegen het waarschijnlijk niet dat we zo intiem waren."

We komen tot de conclusie dat het gebeuren onvermijdelijk was. Hierbij hebben we troost aan elkaar. Jonas kruipt op mijn schoot dicht tegen me aan. We geven ons helemaal aan elkaar, maar worden bruusk onderbroken door voetstappen op de gang. Plots staan we weer een meter van mekaar. De voetstappen gaan voorbij, het was vermoedelijk Marjet, de kuisvrouw, maar we beseffen allebei dat het eigenlijk te gevaarlijk is om hier erg innig met elkaar te zijn. Jonas komt bij me staan en kijkt me strak aan. Ik streel zijn gezicht en zijn nek. "Ik heb zin om met jou te neuken.", zegt hij plots, niet geheel onverwacht. "Dat lijkt me een goed idee," antwoord ik, "maar in deze klas is dat te gevaarlijk; Iedereen kan zomaar binnen komen."

Na ons er goed van vergewist te hebben dat er niemand zal komen, begeven we ons naar de kleedkamers van de turnzaal. Die sluiten van binnen en niemand zal ons dus op heterdaad kunnen betrappen. Samen gaan we ver buiten de randen van de wettelijkheid.

De zon staat laag aan de hemel als ik aan de 'Knife's Boat' kom. Daryll weet blijkbaar heel goed dat dit dingetje verlaten is en dat er geen kat meer komt. Het is blijkbaar het hoofdkwartier van zijn eenmansbende. Ik betreed de kajuit en herken dezelfde stoffigheid van gisteren. Alleen leiden er nu frèle voetstapjes naar het luik dat half open staat. Ik vermoed dat Daryll zich verborgen houdt in het vooronder. Van binnenuit sluit ik de kajuit en daal dan af naar het ruimpje. Boven me sluit ik het luik, maar er zijn voldoende spleten in de wanden die zorgen voor heel wat licht. Hier is het uiterst proper en goed onderhouden. Je waant je in een nieuwe boot. Ik ben nog aan het bekomen van de verrassende aanblik als ik achter in de ruimte een zacht gefluit hoor. Ik ga in de richting van het geluid en ontwaar Darylls gestalte op een houten zitbank. Hij ligt op zijn rug, zijn knieën opgetrokken en zijn handen in de nek. Ontwapenend kijkt hij me aan: "Come sit next to me." fluistert hij. Er zijn geen woorden nodig. We bouwen een veld van vertrouwen op rondom ons. Gedurende wat talloze minuten lijken, kijken we elkaar aan. Hij ademt rustig. Zijn T-shirt hangt los, zodat ik zijn navel kan bewonderen. Zijn benen prijken voor mijn neus. Zijn short verbergt ze niet.

Plots neemt Daryll mijn hand en legt ze op zijn blote buik. Ik weet dat hij wil dat ik hem streel. Dat doe ik. Eerst zachtjes aan, dan steeds wat steviger. Ik knijp zachtjes in zijn tepels, tokkel met mijn vingers op zijn ribbenkast. Hij draait zich om en ik onderwerp zijn rug aan een stevige beurt.

"So different." zucht hij, en ik weet dat hij de aanvallen van de andere jongens bedoelt.

Plots waag ik een ongelooflijke stap. Ik leg mijn vrije hand op zijn zitvlak en knijp er zachtjes in.

"Hmmmmmm, it's great!" kreunt hij. Aangemoedigd door deze appreciatie geef ik hem een heel erotische massage. Plots draait mijn nieuwe engel zich weer op zijn rug. Daarbij zorgt hij ervoor dat mijn ene hand op zijn kruis komt te liggen. Ik voel zijn erectie onder mijn vingers.

"May I pull off your shorts?" vraag ik voorzichtig.

Hij knikt enthousiast. Ik doe het en streel vervolgens langs zijn harde trots. Ik rol zijn balletjes in mijn hand heen en weer. Hij kreunt steeds harder.

"Please, suck 'm," klinkt het plots.

Verbaasd kijk ik hem aan. Ik denk dat ik het niet goed begrepen heb. Als ik hem echter zie kronkelen van verlangen, weet ik dat ik het goed verstaan heb. Ik vergewis me ervan dat alles op slot is en waarschuw hem: "Don't make too much noise. Anyone could hear us."

Hij knikt begrijpend en ik doe iets wat ik nooit eerder bij een jongen heb gedaan. Hoe komt Daryll aan die behoefte aan harde seks, vraag ik me nog af, maar even later zink ik weg in de heerlijke walmen van zijn lichaam. Een miniem straaltje warm vocht drupt in mijn op mijn tong. Daryll kan zich niet houden en lijkt wel heel de buurt bij elkaar te schreeuwen. Nog ettelijke minuten hijgt hij na. Ik raak hem niet meer aan, want weet dat zijn lichaam nu heel gevoelig is. Hij vraagt er ook niet meer om.

Wanneer hij zich weer aankleedt, kijkt hij me vragend aan: "When do we meet again?"

"Whenever you want, Daryll."

"Tomorrow evening? Same time, same place?"

"Great idea!"

Australië is fijn!

Dag 22, op weg naar huis.

Het was een hemelse vakantie. Gisteren hebben Daryll en ik uitgebreid en passioneel afscheid genomen. Wat we nog niet geprobeerd hadden en hem interesseerde, hebben we geprobeerd. We hebben niet alleen gevreeën, oh nee. We zijn gaan zwemmen, naar de film geweest, zowat van alles. Maar minstens één keer per dag hebben we ons aan elkaar gegeven. Een enkele keer in het hotel, een enkele keer bij hem thuis (toen zijn moeder naar haar ouders was, reuze spannend!) maar meestal in de Knife's Boat, onze Love Boat.

Hoewel Daryll heel triest was bij het afscheid, vertelde hij me dat hij rijker was geworden. Hij had meer zelfvertrouwen gekregen en had, aan het eind van mijn vakantie, voor zichzelf het gevoel gekregen dat hij nu veel sterker stond naar zijn belagers toe. Ik merkte ook een verandering in zijn houding op. Waar hij aanvankelijk heel passief was, ontwikkelde hij steeds meer initiatief. Na een week of wat vroeg hij me om mezelf ook uit te kleden en ontwikkelde ons seksuele spel zich tot een echt bedrijven van de liefde.

De oh zo bekende taferelen glijden voorbij het raampje van de trein naar mijn woonplaats. Stilaan keren ook mijn gedachten terug naar de realiteit. Ik zal Daryll ongelooflijk missen, temeer ik me opnieuw pijnlijk bewust wordt van het gebeurde met Jonas. Het is me nog niet helemaal duidelijk hoe het nu verder moet, en ik vraag me af of ik niet beter aan de andere kant van onze aardkloot gebleven was.

Aldus mijmerend open ik de voordeur en neem de post door. Er zit een kaartje van Jonas bij. Een standaard vakantiekaartje dat een week geleden verstuurd is vanaf Camping Bergervenne. Onder de obligate groetjes staat in kleine, beverige lettertjes, alsof het geschreven is zonder dat zijn ouders het mochten weten: ik mis je. Mijn hart maakt een sprongetje.

Ik beluister mijn antwoordapparaat. De laatste boodschap dateert van vanmorgen, een klaterend stemmetje doet mijn gemoed vollopen: "Hallo, Jonas hier, ik heb een lang gesprek met mijn ouders gehad. Bel me wanneer ik weer mag langskomen."

Is er dan toch nog leven na de dood?

Blote borsten

De laatste jaren ben ik zelfs toegekomen aan het schrijven van pedo-erotische verhalen zonder seksuele gebeurtenissen. Een hele overwinning, al zeg ik het zelf. Blote borsten is hier een mooi voorbeeld van, vind ik. Ontstaan uit mijn eigen ervaringen met jongens, gebeurtenissen die ik als erotisch ervoer en die ik in een verhaal dat tikje meer gegeven heb, een tikje dichter bij de rand van de illegaliteit gebracht heb.

juli 1999

Kenneth en Frederik zijn een tweeling die al ettelijke jaren getrouwe vakantiekampbezoekers zijn. Een eeneiige tweeling. In al die jaren ben ik er amper in geslaagd ze uit elkaar te halen. Er is een jaar geweest dat Kenneth zijn haar langer droeg, maar ook dat is weer voorbij. De twee scheppen blijkbaar plezier uit hun verwisselbaarheid. Of zijn gewoon opgegroeid met de gedachte dat ze als twee druppels water op mekaar moeten lijken.

Dit jaar bereiken de jongens de gezegende leeftijd van twaalf jaar. Het lijkt wel of hun schoonheid stilaan tot ontbolstering komt. Al meerdere malen heb ik in stilte hun fijne gezichtjes met de grijsblauwe ogen geobserveerd, heb ik in gedachten over hun vlasblonde, zachte haar gestreeld en teder mijn hand in hun nek gelegd. Nog steeds lijkt hun moeder te denken dat ze hen zo identiek mogelijk moet kleden, al is dat niet zo opvallend meer als vroeger het geval was. Ik tracht hen nu uit mekaar te houden door hen 's morgens aan te spreken – als ik "Frederik!" roep kijkt één van hen op – en weet ik voor de rest van de dag dat Frederik een wit t-shirt draagt en Kenneth een rood, bijvoorbeeld.

Wat ik ook al wel gemerkt heb, is een opvallend verschil in karakter. Frederik ondergaat meer, is het volgzame type. Kenneth neemt eerder het voortouw als er kattenkwaad uitgehaald moet worden. Als het er op aankomt zijn ze allebei best te genieten en valt er goed met hen te werken, maar je moet ze natuurlijk niet te lang onder invloed van Wim of Andy laten staan.

Tijdens de huidige week heb ik de tweelingbroers al enkele keren bij mijn spel gehad. Eergisteren voetbalden ze vrolijk mee, gisteren gaven ze te kennen graag met klei te werken en daarnet vroegen ze me alweer of ik met hen wilde voetballen. Het viel me mee ze erbij te hebben. Gisterennamiddag stonden ze het zelfs toe dat ik – terwijl ik een uitleg gaf over één of ander maatschappelijk 'probleem' dat hen bezig hield – mijn armen over hun schouders legde. Meer zelfs, ze leken het best aangenaam te vinden dat een begeleider met zoveel gezag (en dat heb ik, ongetwijfeld) zich tot hun niveau liet 'afdalen' om een babbeltje met hen te slaan.

Na het voetballen had één van hen – was het nu Kenneth of Frederik? – zijn t-shirt uitgespeeld. Eventjes nam ik de gelegenheid te baat om vast te stellen dat de stiekeme poseur beschikte over twee schier onzichtbare, licht roze tepeltjes, een amper merkbaar naveltje en een perfect strakke en gladde buik. En waarom zou zijn
evenbeeld er niet net hetzelfde uitzien? Dan speelde ik weer begeleider en maande de overtreder aan zijn t-shirt weer aan te trekken ("tegen verbranding! het slechte voorbeeld!"), maar deze weigerde, waardoor ik onmiddellijk wist dat het Kenneth was. Mijn handen jeukten, mijn hart stuurde me naar een aanraking waar ik geen nee tegen kon zeggen en mijn verstand stelde me gerust dat het geen kwaad kon. In gedachten aaide ik Kenneth over zijn ranke lijf, maar in de realiteit kietelde ik hem gewoon af. Gedurende enkele seconden gaf de jongen geen krimp, dan verspreidde een brede glimlach zich over z'n gezicht en even later stuikte de knul luid lachend tegen de grond. Hij smeekte niet om genade, dus ging ik maar door, en hij leek er van te genieten. Dan gaf hij toe verloren te hebben en trok zonder morren z'n t-shirt weer aan. Jammer.

Gisteren zag ik hen weer – op het heetste moment van de dag (letterlijk) – langs paraderen. Allebei onherkenbaar getooid in een wit Rucanor-t-shirt en bijpassende, donkerblauwe kniebroek. Ze zagen me en één van hen trok uitdagend z'n t-shirt uit, waarop ik verplicht reageerde dat hij het onmiddellijk weer aan moest doen. Dus begaf ik me naar hen om me te kwijten van een onaangename (sic) edoch verplichte taak. De boosdoener kruiste zijn slanke armen voor zijn gladde borst en wachtte me met een glimlach van 'wie doet me wat?' op. Enkele seconden later lag hij uitgeteld, giechelend en genietend op de grond. Hij gaf zich over. Ik begreep dat het weer Kenneth was die over de schreef gegaan was, dus legde ik nogmaals uit waarom het eigenlijk niet hoorde (al zei ik er niet bij dat hij van mijn gerust de hele dag zo mocht rondlopen).

Vanmorgen dan dreven ze echt de spot met me. Plots zag ik ze allebei in hun blote borsten (nu ja, borsten – of toch wel: elk één) over het plein flaneren, zich schijnbaar niets aantrekkend van mijn verbod van de vorige dagen. Ook nu weer besloot ik dat er maar één straf was die hen weer op het rechte pad zou brengen. Tevens begon ik ze ervan te verdenken dat ze het er voor deden, dat ze wisten dat ik hen zou afkietelen en dat ze dat zo prettig vonden dat ze het overduidelijk uitlokten. Dat gevoel werd versterkt toen één van de twee – was het nu Frederik of Kenneth? – na de kietelbeurt met een verzaligde glimlach met z'n blonde hoofdje even op mijn dij bleef rusten, alvorens met duidelijke tegenzin het textiel te nemen om zijn prachtige lichaam te bedekken en me zo met m'n zondige gedachten alleen te laten.

Ik doe mijn ronde langs de grenzen van het domein om me ervan te verzekeren dat niemand het in zijn hoofd haalt om de kippen van de buren boven een houtvuurtje te roosteren, de bloemen van de industriéle kwekerij te plukken of het alarm van het nabijgelegen benzinestation in werking te stellen. Het zijn zo'n lieverdjes, hè? Reeds na vijf minuten heb ik prijs, al is de aard van de misdaad iets minder erg en me zeer bekend. Kenneth (of is het Frederik?) ligt in z'n blote bast te genieten van de zon. Ik slaag erin hem ongemerkt te besluipen (hetgeen wel vergemakkelijkt wordt doordat z'n ogen gesloten zijn) en merk z'n gave oksels op. Verder kan ik me zeer goed inbeelden hoe het er in het verlengde van de verticale lijnen van zijn borst en buik uitziet, en opnieuw wringt zich de drang naar boven me dat onbekende terrein eigen te maken. Niet doen, roept het wetsdoktertje in mijn hart met spijt.

De jongen schrikt zich een ongeluk wanneer hij mijn niets ontziende, ongenadig kietelende handen over zijn tere bovenlichaam hun vernietigende werk voelt doen. Wanneer hij van de verbazing bekomen is en roept dat hij zich overgeeft, legt hij z'n hoofd op mijn dij en blijft nog even genieten.

De begeleider in me speelt zijn rol:

"Waarom doe je het elke keer opnieuw? Je weet dat ik je dan afkietel!" Ik weet niet eens tegen wie ik spreek, maar maakt dat uit?

"Juist omdat we van dat afkietelen telkens weer een stijve krijgen!"

"Ah… ja."

Dialoog

De Dialoog gaat over een jongen die ik oppervlakkig een tijdje gekend heb. Ik was niet echt verliefd op hem, maar vond hem toch wel raaaaazend knap. Ik vermoed trouwens dat hij dat nog een tijdje geweest is.

Situatie: een zesde leerjaar op openluchtklassen.

"Meester, mag ik even met je praten?"

"Me dunkt zit jij met een probleem, Jonathan."

"Klopt meester, ik zou uw raad willen horen."

"Ga zitten, Jonathan, maak het je gemakkelijk."

"Mag ik naast u op het bed komen zitten, meester. Als u niet wilt, zit ik wel op een stoel, hoor"

"Nee hoor, Jonathan, maakt niet uit. Je stoort me niet."

"Zo, Jonathan, zeg me nu eens wat je op je lever hebt liggen."

"Meester, ik ben verliefd."

"Hm, dat heeft iedereen wel eens voor, mag ik weten op wie?"

"Natuurlijk meester. Op Lisa, maar…"

"Maar wat?"

"Maar ik weet niet hoe ik het aan moet pakken."

"Goh, Jonathan, en wil jij dat ik jou uitleg hoe je het moet aanleggen?"

"Ja!"

"Laat me even denken. Heb je er zelf al over nagedacht?"

"Ja."

"Vertel eens."

"Zeg mééster!!!"

"Ja maar, je wou mijn hulp. Nu ja, als je niet wil…"

"Wacht even, meester. Ik zal het voordoen. Stel nu dat…"

"Stel nu wat? Durf je niet goed?"

"Hm. Stel nu dat ik u wil verleiden, meester."

"Een vreemd gezichtspunt, Jonathan. Ik kan even niet volgen."

"Luister nu. Stel dat ik u wil verleiden, dan zou ik om te beginnen zo op uw schoot komen zitten, zoals ik nu doe. Met mijn gezicht naar u gekeerd. Ik druk dan mijn neus en voorhoofd tegen de uwe en kijk u diep in de ogen, ziet u?"

"Ik kan heel goed volgen, Jonathan, je doet het klaar en duidelijk voor."

"Ik heb er dan ook lang over nagedacht, meester. Nu wrijf en knijp ik zachtjes in uw hals, meester. Voelt u zich al een beetje verleid, meester?"

"Ik moet toegeven dat ik een zekere opwinding gewaar word, Jonathan."

"Mooi zo, meester. Hoe zou u reageren als u verleid wilt worden?"

"Dan zou ik mijn hand onder jouw bloes schuiven en je mooie, zachte rug strelen, Jonathan. Vind je dat een goede reactie?"

"Ik sta versteld, meester, en nu… smmmmmmmmmàk… een dikke kus op uw mond, meester. Hebt u door waar ik naartoe wil? Ja, doet u maar, gaat u rustig liggen, dan strek ik me boven op u uit. Zover zijn we nu al, meester. Doe ik het goed?"

"Je doet het prima, Jonathan, ik geniet ervan met volle teugen."

"De volgende stap is een tongzoen, meester, laat me even doen, het komt vanzelf."

"Dat was zalig, Jonathan!"

"Ik heb er ook van genoten, meester. Uw speeksel smaakt goed."

"Dank je, Jonathan. Hé, wat doe je nu?"

"U hebt ook niet veel borsthaar, meester, maar dat geeft niet. Ik knoop gewoon uw overhemd los. Als je iemand wil verleiden, moet je dat toch durven, hè meester?"

"Je hebt gelijk, Jonathan, sta me toe dat ik je broek losknoop."

"Dat mag, meester, leuk!"

"Is dat nu zaad, meester? Het proeft een beetje zout."

"Dat is zaad, Jonathan, dat heb jij ook, maar ik denk dat het er bij jou nog niet uitkomt."

"Ik vond het wel prettig toen u op mijn piemel zoog, meester, en ook toen u zo'n beetje in mijn billen beet, meester."

"Ik vind dat jij een te gek lichaam hebt, jongen."

"Meester?"

"Ja, Jonathan?"

"Eigenlijk wilde ik helemaal geen raad om Lisa te verleiden. Ik wilde u verleiden."

"Wat vertel je me nu?!"

Dertien

Tien jaar geleden leerde ik een jongen kennen die gedurende jaren meer dan zomaar een jongen voor me geweest is. Hij deed het 'alleen voor de seks'. Hierover gaat Dertien.

begonnen in 1992, afgewerkt op 11 februari 2000

Ouder niet. Objectief gezien niet bijzonder knap, maar zijn ogen… Hij is de jongere broer van een vriend van een neef. Of we niet samen kunnen gaan zwemmen. Geen bezwaar, met z'n vieren kan het best leuk worden.

In het zwembad loopt alles aanvankelijk nogal gewoontjes. We spelen, rusten uit, babbelen. Je kent dat wel. Tot ik zelf opmerk dat hij nogal wat belangstelling voor me toont. Hij komt regelmatig dicht in mijn buurt, raakt me aan, ik hem. Onschuldige contacten kan je het noemen, maar toch. Op zeker moment, ik zit aan de rand van het bad, mijn benen hangen in het water, komt hij naar me toe zwemmen en hijst zichzelf op mijn schoot. Niet direct een gewone handelwijze voor een jongen van dertien, maar ik laat me het welgevallen. Meer gebeurt er niet, maar iets in mij is opengebroken.

We spreken af om een volgende keer te gaan zwemmen, met z'n vieren. In de kerstvakantie, da's goed. Laat nog iets weten.

Als het zover is, is hij er niet, op weekend met de scouts. Kon hij niet weten. Ik laat het niet zien, maar voel me teleurgesteld. Ledevede?

Een andere keer, hij is er weer bij. In het zwembad lijkt het wel of hij me niet goed meer kent, maar na enige tijd is het ijs gebroken. Het contact, de aanrakingen worden steeds intenser. We spelen tikkertje 'onder-de-benen' in 't water. Telkens als hij me tikt, wil hij me als eerste verlossen. Hij zwemt dan onder mijn benen door, blijft daar even hangen, raakt mijn dijen met zijn jonge lichaam. Ik geniet, vind het heerlijk. Soms blijft hij met zijn hoofd tussen mijn benen hangen. Oefent hij nu lichte druk uit? Of is dat maar inbeelding? Mmmm…

Later. We hebben geen zin meer om te spelen. Ik hang langs de kant van het zwembad. Hij komt tegen me aan hangen, met zijn rug tegen mijn buik. Met één arm hou ik hem goed vast. Zijn bewegingen bezorgen me een erectie. Ik weet niet of hij het voelt, ik hoop het. Telkens als hij tegen me hangt, geniet ik van zijn warme lichaam.

Zijn broer en mijn neef gaan het water uit. Wij besluiten nog even te blijven. Tien minuten later volgen we hun voorbeeld. Terwijl ik mijn spullen pak, houdt hij de deur van zijn kleedhokje open en wacht op me. Of ik bij hem kom? Als hij dat wil, okee, ik wil niet liever (maar dat laatste zeg ik er niet bij). Even later staan we naakt bij elkaar en drogen we ons af. Zijn piemel staat hard, heel hard. Het afdrogen duurt voort. Het duurt extra lang vandaag. Ik kijk hem aan, hij mij. Kijk terloops naar zijn piemel. Innerlijk vecht ik een tweestrijd uit. Nu of nooit, denk ik. Fluisterend zeg ik: "Amai. Je hebt nogal een stijve."

"Jij toch ook!" repliceert hij onmiddellijk.

Dat is niet helemaal waar. De zijne staat stijver. Ik besluit een volgende stap te zetten: "Heb je misschien zin om te vrijen?"

"Nee hoor! Jij wel?"

"Een beetje."

Gesprek voorlopig afgesloten. We drogen ons verder af, maar noch hij, noch ik maken aanstalten om ons aan te kleden. Even later, het lijkt wel een eeuwigheid, probeer ik een tweede keer: "Ik heb eigenlijk wel zin, maar als jij niet wil… Jij moet het weten."

Hij kijkt me weifelend aan. Aarzelt: "Als je er tegen niemand iets van zegt."

"Beloofd!"

Ik hang mijn handdoek opzij, hij legt de zijne weg. Hij omhelst me. Hij trilt. Zijn piemel wiegt heen en weer. Ik verberg mijn mond in zijn haar. Ik fluister: "Heb je hier al eerder aan gedacht?"

"Neen."

"Ik wel."

Nog even staan we daar zo. Dan maakt hij er een eind aan en begint zich aan te kleden.

"Wat vond je ervan?"

"Niet plezant!"

Dat doet me pijn. Ik hoopte dat hij er wel van zou genieten. Dat probeer ik hem ook te zeggen, maar ik struikel over mijn woorden. Hij reageert er ook niet op. Nog even vraagt hij of ik al een vriendin heb, waarop ik, allerlei smoezen bedenkend, ontkennend antwoord.

Afgelopen. Buiten wachten zijn broer en mijn neef. We fietsen samen weg, maar echt hartelijk is de sfeer tussen ons niet meer. Hij moet nog heel wat verwerken, denk ik.

Ook aan mij knaagt het. Heb ik hem nu misbruikt? Hij wou het precies zelf. Die strelingen, samen in een hokje, die stijve. Of heb ik dat verkeerd geïnterpreteerd? Vlak voor hij bij hem thuis aanbelt – ik rij al verder – kijkt hij me na. Ik kijk regelmatig om. Verlangt hij?

Wordt vervolgd?

***

Sinds ik deze eerste impressie van het gebeurde opschreef zijn er meer dan twee jaar verlopen. Kort nadien nodigde Koen me een tweede keer uit om te gaan zwemmen. Aanvankelijk bleef ons contact heel afstandelijk, maar geleidelijk aan – onder andere doordat we met enkele gemeenschappelijke kennissen, jongere kinderen, speelden – werd Koen weer heel lichamelijk. Als vanzelfsprekend belandden we weer samen in een kleedhokje, hoewel Koen de vorige keer nadrukkelijk gezegd had het niet te willen. Opnieuw stond zijn piemel vreselijk stijf. Deze keer kwamen er geen woorden aan te pas. Hij had zich met zijn rug naar mij gedraaid en droogde zich zo af. Ik hield een minimale erectie niet tegen (echt stijf kreeg ik hem niet, vermoedelijk omdat ik teveel schrik had om betrapt te worden), ik was toch niet de enige. Ik hing mijn handdoek opzij en nam zijn schouders vast. Prompt draaide hij zich om en omhelsde me. Hij streelde mijn balzak en mijn penis. Ik liet mijn handen over zijn billen glijden. Even plots als het begonnen was, hield het weer op, en weer liet Koen blijken er eigenlijk niet van te hebben genoten. Opnieuw zat ik met een heleboel tegenstrijdige gevoelens, schuldgevoelens ook.

Een jaar later, het contact tussen Koen en mij was verwaterd, ontmoette ik hem toevallig opnieuw in het zwembad. We hadden er niet afgesproken en hadden elkaar niet gezien in het bad zelf, maar het toeval wou dat we elkaar zagen toen we onze kleren namen om ons om te kleden. We gingen beiden in een apart hokje, maar algauw kwam hij bij mij. Toch vreeën we niet, want toen hij bij mij kwam, had ik mijn ondergoed al aangetrokken, en dat deed ik niet meer uit. Hij maakte ook geen aanstalten. Achteraf vond ik het jammer dat ik niet bij hem in het hokje gegaan was, want dan had ik mijn zwembroek opnieuw aangedaan en ze bij hem weer uitgedaan. Dan hadden we weer naakt samen geweest, en had het anders kunnen verlopen. Koen kon bovendien, zoals alle vorige keren, zijn opwinding niet verbergen.

Ik zou hier allemaal geen werk meer gemaakt van hebben, ware het niet dat Koen me, twee jaar na de eerste feiten, plots opnieuw opbelde met de vraag om te gaan zwemmen. Niet goed wetend wat ik ervan mocht verwachten, nam ik de uitnodiging aan. In het zwembad gebeurde niets noemenswaardig, hetgeen je ook niet mag verwachten als een bijna 15-jarige en een 23-jarige samen gaan zwemmen. Dan wordt er niet openlijk geknuffeld. Toch maakte ik van de gelegenheid gebruik om Koen te bestuderen: zijn stem was verzwaard, maar hij had geen haargroei aan zijn oksels of op zijn borst of kin. Wel op zijn benen en, zo vermoedde ik, rond zijn penis.

Het begon pas goed toen we, naar oude gewoonte, ons samen in één hokje zouden omkleden. Voor mij was het toen duidelijk waar Koen op aanstuurde, want een goed ontwikkelde veertienjarige gaat niet met een volwassen man in één kleedhokje zonder bijbedoelingen. Bovendien stond zijn penis harder dan ooit. Koens penis was enorm groot en vrij zwaar behaard, maar zijn bovenlichaam was nog jongensachtig, en ook het verleden trok me aan. Toen Koen zich dan ook met zijn rug naar me keerde en voorover boog om zijn voeten af te drogen, duwde ik mijn lichtjes verstijfde penis (nog steeds de schrik om betrapt te worden, ja) tussen zijn billen, met de bedoeling dat hij dat goed voelde en dat hij besefte dat het niet per ongeluk was. Toen was de ban gebroken: Koen stond recht, drukte zich tegen me aan en streelde me. Even vreeën we – waarbij ik mijn schuldgevoelens overboord wierp – om nadien ons voort aan te kleden. Ondertussen verklaarde Koen zijn gedrag: hij had behoefte aan seks, maar dierf het nog niet aan met een meisje. Wat meer was, hij kondigde aan dat hij woensdagnamiddag alleen thuis was, en nog niet goed wist wat doen. Daarom stelde ik hem voor dat ik langs zou komen, als hij dat wou en niemand anders wilde uitnodigen. Hij zou erover nadenken en eventueel 's middags opbellen zodra hij alleen was.

Uiteraard kwam dat telefoontje, en met een stijve van verlangen reed ik naar hem thuis. Hij liet me, een beetje schuw voor de omgeving, binnen, en even later zaten we naast elkaar op zijn bed en babbelden over van alles. Ik voelde heel sterk aan dat hij me daarvoor niet uitgenodigd had (zo lag er bijvoorbeeld een grote handdoek op zijn bed i.p.v. een deken, zodat ik op zeker ogenblik met mijn voet (we hadden allebei onze schoenen uitgedaan) zijn voet aaide. Hij aaide terug, we keken elkaar in de ogen en het volgende ogenblik lag Koen boven op me. Hij zei wel dat hij niet wou kussen, want hij deed het enkel voor de seks. Kussen wou hij enkel met een meisje.

We kleedden elkaar uit, streelden elkaar, raakten elkaars geslachtsdelen aan, ik duwde mijn penis in zijn bilnaad, nam zijn penis in mijn mond, kortom: verkenden het gamma van de jongensliefde. Ik bracht hem tot een orgasme en na ongeveer drie kwartier was het voorbij. Hij zou me nog wel bellen als hij weer zin had.

Nadien hebben we nog verschillende keren seksueel contact gehad. Vaak belde hij me op een avond in de week, wanneer zijn ouders uit waren en zijn broer op kot zat. Zijn telefonische boodschap was steeds eenvoudig: "Ik ben alleen thuis, heb je zin om langs te komen?" Elke keer hadden we seks, maar tot dingen als pijpen of neuken is het niet gekomen. Ik merkte ook dat voor mij de magie voorbij was, zodra we naakt bij mekaar lagen. Zelden behield ik een erectie en nog minder kon hij me doen klaarkomen. Toch bleef zijn bovenlichaam begeerlijk, maar wat daaronder kwam, vond ik zo lekker niet meer…

Het is nu een jaar of twee geleden dat ik hem voor het laatst tegen me gevoeld heb. Hij was toen zeventien. Zelden spraken we over wat we deden. We deden het gewoon. Ik verklapte hem dat ik biseksueel was, durfde de diepere waarheid niet vertellen. Hij gaf niet te kennen homo te zijn of hetero. Zou hij een vriend of vriendin hebben bij wie hij nu aan zijn seksuele trekken komt? In elk geval ben ik blij dat ik het heb kunnen meemaken, met alle positieve en negatieve aspecten erbij.

Een kamer in mijn hart

In een tamelijk recent verleden ontmoette ik in het zwembad een ex-speler van me. Op zijn veertiende is hij erotischer dan ooit, wat mij betreft. In een (in mijn hoofd) turbulent weekend schreef ik Een kamer in mijn hart. Als jullie evenveel genieten van het lezen, als ik van het schrijven, wordt het een spetterend succes.

januari 2000

Nog gauw geef ik mijn halve voetbalploegje wat instructies mee hoe ze zich wel en niet mogen gedragen in het zwembad. Je kent dat wel: niet lopen langs de randen, geef een seintje als je naar het diepe wil, … de gewone prietpraat. Hoewel, prietpraat? Ik zou niet graag naar de ouders bellen met de mededeling "Meneer, mevrouw, uw zoontje is jammerlijk verdronken…"

Terwijl de bekende woorden als automatisch uit mijn mond rollen, bedenk ik me dat de jongens er heel wat schattiger uitzien in zwembroekje dan naakt. Anders… erotischer… Zes – tot achtjarigen bloot onder de douche zie ik twee keer per week, na wedstrijd of training, dus dat ben ik ondertussen wel gewoon. Ook al geniet ik elke keer weer van bijvoorbeeld Marks fijne lijfje: slank, glad… ja, maagdelijk ook, een piemeltje om te zoenen. Nu ik dat piemeltje niet kan zien, vallen zijn mooie, grijze, grote ogen me weer op… maar hij is nog maar zes, en dat vind ik toch een tikje te jong om meer dan sluimerende erotische aantrekkingskracht op me uit te oefenen.

Dan is de erotische aantrekkingskracht van Tom, zijn tienjarige broer die ons vergezelt, heel wat minder sluimerend voor me. Straks tijdens het omkleden moet ik toch maar eens een poging doen om zijn slurfje met dat van z'n broertje te vergelijken. Ook Mohamed, broer van Yassir en even oud als Tom is het bekijken waard, maar ik heb geleerd te genieten van wat komt en geen jacht te maken op meer… Ik geloof trouwens niet dat Mohamed ooit prijs zou stellen op een 'grote vriend'. Hij zal vast en zeker opgroeien met de idee dat je maar beter volbloedhetero kan zijn.

En daar gaan we. En masse naar het ploeterbadje, want er zijn er weinigen die echt kunnen zwemmen. Ze houden elkaar wat bezig en ik beperk me voorlopig tot wat observeren en laten spelen. Maar dat houden ze niet lang vol, want al gauw willen ze bijna allemaal de grote glijbaan in. Da's ook voor mij een heel wat prettiger gedeelte, want nu kan ik met een jongetje op mijn schoot of buik mee glijden, of mijn spelertjes bij het uitkomen van de baan in mijn armen opvangen. Zo'n geïmproviseerde knuffel is altijd meegenomen.

Plots word ik brutaal langs achteren aangevallen. Terwijl ik onder het om me heen kolkende water verdwijn bedenk ik me dat er gelukkig geen spelertjes in de glijbaan zijn en mijn afgevaardigde nog altijd in de buurt is om ze op te vangen. Dan tracht ik me een beeld te vormen van mijn belager, hetgeen niet gemakkelijk is als je niks ziet, alleen maar voelt. Afgaande op het gewicht en de impact van de inslag kan het alleen maar een jongetje zijn, maar blijkbaar niet één van mijn duiveltjes, want daarvoor is hij dan weer te zwaar. Een gevoel van gladde benen en een heerlijk zachte blote buik en borst bevestigen mij respectievelijk de indrukken 'jong' en 'jongen'. Verder deduceer ik – zeer wijs, al zeg ik het zelf – dat het om een jongen moet gaan die me kent en vertrouwt. Tegenwoordig is het immers moreel verboden aan jongetjes om zich in te laten met volwassenen die ze niet geheel vertrouwen. Gelukkig mogen sommige jongetjes zèlf bepalen wie ze vertrouwen en wie niet. Die kunnen in elk geval meer van het leven genieten dan die kinderen voor wie de ouders dat bepalen.

Ik draai me om en vat de jongen bij de schouders. Ik ontwaar heel even een glimp van zwemshort (doodjammer) en kom uit het water omhoog. Een lief gezichtje dat me met zijn breedste glimlach aankijkt, een lichtblond kopje, een stel grijsblauwe kijkertjes: dit is Mutri. Lieve, mooie, kinderlijke Mutri. Twaalf jaar maar nog steeds zo aanhankelijk als toen hij zeven was. Eén van mijn speelpleinlovers… altijd in voor een knuffel. Mutri de aaibare, Mutri de schone. Toen hij bij een vorige zwemontmoeting zich onder de douche helemaal uitrekte stond ik in stille bewondering voor zijn lijfje. Duivels jammer dat die knul een short verkiest boven een zwemslipje. Maarre, niks aan te doen.

Wanneer we elkaar in het zwembad ontmoeten laat hij vaak met plezier zijn tijdelijke kameraadjes links liggen om zich met mij te amuseren. Hoeft het gezegd dat ik met vlagen verliefd ben op dat kind? Mutri zou zich trouwens het ideale vriendje kunnen tonen: lief, knap, trouw… Hij heeft me al een paar keer mijn adres gevraagd en zou het liefst heel geregeld met me gaan zwemmen. Mutri is vooral een jongen die massa's aandacht nodig heeft. Als ik binnen afzienbare tijd contact kan leggen met zijn ouders, mag hij misschien een geregeld vriendje worden…

Maar nu is het tijd voor actie. Met een sierlijke boog zwaai ik hem vier meter verder het bad in. Hij komt strijdvaardig naar me toe en – geheel tegen de verwachtingen in en toch ook weer niet – geeft me een flinke knuffel. Of ik hier alleen ben, wil hij weten, waarop ik op de jongetjes om me heen wijs en ze voorstel als zijnde mijn voetbalgroepje. Vindt hij wel een beetje jammer, want nu kan ik hem niet de onverdeelde aandacht geven, natuurlijk. Hij vraagt nog gauw hoe laat ik er uit ga en belooft zichzelf dat hij er op dat ogenblik ook wel genoeg van zal hebben. Ik zie het met graagte gebeuren. Een beetje minder vrolijk dan tijdens ons watergevecht vervoegt hij weer zijn tijdelijke kameraadjes. Ik had hem graag bij me gehouden, maar besef dat dit misschien moeilijk te verantwoorden is t.o.v. mijn spelertjes en hun ouders.

Ik ben nog helemaal in de wolken van het zicht op Toms bekoorlijke jongensspeeltje als Mutri me bij de ingang van het zwembad opwacht en nog eens mijn adres vraagt. Ik troon hem even mee naar het cafetaria, waar ook de ouders van mijn spelertjes wachten, en neem een bierkaartje, leen een pen en schrijf mijn huidige èn toekomstige adres en telefoonnummer op. Hij mag me bellen als hij zin heeft om bijvoorbeeld te gaan zwemmen, zeg ik hem, maar hij vraagt onmiddellijk om – het is nu woensdag – al voor aanstaande zaterdag af te spreken. Een voorstel dat ik, moet het gezegd, met graagte aanvaard.

De dagen die aftellen naar mijn begeerde zwemafspraak leef ik als in een roes. Regelmatige opstoten van dolle verliefdheid stuwen me voort. Niet dat ik als onderwijzer een saai leven heb, maar het is wel knap vermoeiend en dan helpt het heel wat als je een paar keer per dag zo'n adrenaline-injectie krijgt.

***

Zaterdag is dan de grote dag. Een paar minuten te vroeg sta ik op het punt der afspraak. Twintig minuten later ben ik een illusie armer. Mutri zal niet komen. Logisch ook, want zijn ouders wisten niks van onze afspraak (ik twijfel eraan of hij er iets van gezegd heeft) en hebben misschien andere plannen voor een zaterdagnamiddag. Ik verwijt Mutri niets, ik verwijt alleen mezelf dat ik de lat weer maar eens veel te hoog gelegd heb, dat ik weer maar eens wilde geloven dat een goedbedoelend, wat naïef jongetje van twaalf jaar dezelfde waarde kàn hechten aan een afspraak als een verliefde volwassene. Als ik hem nog eens zie, zal ik erop aandringen kennis te maken met zijn ouders, zodat ik onmiddellijk weet waar ik sta met hem. Misschien draait het wel heel positief uit, je weet nooit, maar nu moet ik in elk geval een concrete beslissing nemen. Annuleer ik mijn zwemdromen of nodig ik mezelf uit op een namiddagje kontjes kijken? Misschien is er wel een leukerdje die ik ken en die met me wil spelen of… heel misschien is Mutri al binnen, met tijdelijke kameraadjes aan het spelen, wachtend op mij. Mijn hoop wint het weer maar eens van mijn geloof…

Binnen zijn wel leuke jongetjes te zien, maar niet onmiddellijk iemand die ik ken. Of toch… iemand die mij een beetje kent en me de groeten doet. Een niet geheel onaantrekkelijke jongen van een jaar of tien. Als ik hem vraag waar hij me van kent (en denk: waarschijnlijk van het speelplein) wijst hij naar de top van de waterglijbaan. Hij moet op mijn gezicht lezen dat ik niet begrijp wat hij bedoelt en zegt: "Van daarboven, weet je nog?" Nu herinner ik me dat hij de jongen is die ik aangesproken heb toen ik een keer daarboven stond te wachten. We geraakten toen aan de praat en blijkbaar is hij dat nog niet vergeten. Ik verwonder me erover dat er jongens zijn die zich zulke dingen blijven herinneren en bedenk me dat hij misschien ook wel vatbaar is voor een bijzondere vriendschap. Toch blijf ik hopen op een beter bekend kind en realiseer me wat later dat ik daardoor mijn kansen verspeel om wat bekender met hem te worden.

Terwijl ik de jongen en een kameraadje van hem observeer, schiet aan de zijkant van mijn ogen een schicht uit de douches het water in. Ik ontwaar een fel blond hoofdje boven een schitterend lijf in een blauw zwemslipje. Ik besteed er weinig aandacht aan en pas als hij wordt gevolg door twee gelijkaardige schichten, waarvan één er een stukje ouder lijkt, verleg ik mijn aandacht en herken tienjarige Wietse, zijn elfjarige broertje Hannes en hun veertienjarige broer (veertien-en-een-half, bijna vijftien) Willem. Het zijn alle drie ex-voetballertjes van me. Ik stel vast dat ze er met het ouder worden niet lelijker op geworden zijn. Willem straalt een mystieke, erotische aantrekkingskracht uit die typisch is voor sommige beginnende pubers. Met mijn ogen lees ik zijn stevige, haarloze voetballersbenen. Hij is tevens één van de weinige jonge pubers die een zwemslip draagt, merk ik. Zelf gekozen of opgelegd? Maakt niet uit: genieten.

Mijn blikken en gedachten blijven echter zweven. Ik slaag er niet in om mezelf ertoe te brengen hen te benaderen. Wietse en Hannes komen me wel tegemoet en blijven even babbelen, maar mooie, erotische, onbereikbare Willem blijft op afstand. Zijn hoofdhaar heeft een soort van donkerblonde, gemengde kleur. De jongens gaan voort en ontmoeten een voetbalvriend die me absoluut niet aanstaat: onbeleefd, lelijk en moddervet. Dat zo'n pareltjes zich daarmee moeten inlaten.

Dan merk ik dat ze een spelletje met de wipplank spelen: ze hangen met z'n drieën aan de plank en de vierde loopt dan aan om ze, met een stevige stamp vooraleer te springen, in het water te doen belanden. Uiteraard hebben Willem en Vette Vriend het meeste succes. Ongemerkt ga ik naar de duikplank en betreed ze. Ik zie drie paar handen zich vastgrabbelen aan het springvlak en loop aan. Dan maak ik een salto, mijn meesterstuk om indruk te maken op jongetjes. Wanneer ik bovenkom en me omdraai, zie ik dat geen van de 'hangers' nog boven water gebleven is. Het ijs is opnieuw gebroken, de band gesmeed. We gaan samen een paar keer de glijbaan in en een keer blijf ik er met Hannes, die zich blijkbaar toch het meeste tot me aangetrokken voelt, minuten lang het water tegenhouden, wachtend op zijn broers die niet komen. Beneden aangekomen bleek dat zij op hun beurt ons aan 't opwachten waren.

De broers willen wat anders. Ze duiken onder water naar mekaar en trachten elkaars benen onderuit te trekken. Al gauw proberen ze dat ook bij mij, maar zelfs met z'n drieën valt het hen behoorlijk moeilijk. Ik geniet van al die jonge lichamen die om me heen wroeten. Meermaals pak ik Wietse en Hannes op om hen weg te smijten. Als ik het een keer met Willem probeer, vindt hij het maar belachelijk, maar verder blijft hij vrolijk meespelen. De examenstress van zich afspelen, vermoed ik, want het is december. Als de jongens alles proberen om mijn voeten van de bodem los te krijgen, waarbij Willem zelfs een paar keer tussen mijn benen door zwemt, geniet ik nog harder. Ik voel hun onbewuste, erotische aantrekkingskracht. Willems bil die tegen mijn dij schuurt geeft me een gelukzalig gevoel. Wietse die me met zijn mooie lijfje helemaal omklemt in een poging me te doen vallen, omklemt hierbij mijn hele hart. En zoals Hannes langs me heen glibbert, kan alleen Hannes. Op zeker ogenblik pak ik Hannes (of is het Wietse?) op met één hand onder zijn nek en één hand onder zijn billen, waarop ik hem uit het water til en weggooi. Zijn zachte jongensbilletjes laten een gloeiende indruk na in mijn ene hand. Even later probeer ik hetzelfde met de toch wel een tikje zwaardere Willem. De veertienjarige laat het probleemloos gebeuren. Ik vraag hem nog of hij dit ook niet belachelijk vindt, deels om de tijd te rekken dat zijn stevige zitvlak op mijn hand rust en zijn indruk in mijn zenuwuiteinden na te laten. Hij heeft geen bezwaar. Gelukkig. Ik kijk even naar de nadrukkelijke vorm in zijn zwemslip.

Na een uurtje krijgen Wietse en Hannes genoeg van het zwemmen. Ze zijn nooit sterk geweest in het zich lang concentreren op één activiteit. Daar hadden ze het met het voetballen al moeilijk mee. Willem is anders, ook al ouder, hij heeft wel een stukje van de zigzaggerij van zijn broers, maar niet zo sterk. Tot mijn plezier maant Willem zijn broers aan om zich dan al maar aan te gaan kleden en te wachten in de cafetaria, hij blijft nog even. Hannes en Wietse kijken even verbaasd, maar gehoorzamen hun oudere broer.

Nadat de 'kleintjes' verdwenen zijn, merk ik een lichte wijziging in Willems gedrag. Hij komt, letterlijk en figuurlijk, dichter. Hoewel ik hem in de stad al druk bezig gezien heb met het bewonderen en opvrijen van leeftijdsgenotes, geniet hij van het lichamelijke contact met zijn ex-trainer. Hij zoekt veel aanrakingen op, maar vooral in de sfeer van jongensachtig boksen, vechten… Typisch jongens…

Een half uurtje later, het is halfvier, zoeken we dan toch de kleedhokjes op. Ik heb van de namiddag genoten en weet zeker aan wie ik vanavond zal denken als ik van jetje geef. We kiezen twee aanpalende hokjes en babbelen honderd uit. Een keer kijkt Willem over de rand van het hokje en blijven zijn ogen lang op mijn – op dat moment naakte – lichaam rusten (of verbeeld ik me dat maar?). Dan komt een opmerking die me op mijn grondvesten doet daveren (als dat tenminste een uitdrukking is die op mensen van toepassing is). "Zal ik even bij jou komen? Dat praat gemakkelijker."

"Als je dat echt wil…"

"Ik kom eraan."

Twee minuten later staat Willem, droog, maar nog steeds in zwemslip, op dertig centimeter van mij. Ik sta hier verdomme met één van mijn natte dromen binnen raakafstand op een minimale oppervlakte. Hij kijkt, een beetje onopvallend maar toch niet helemaal, naar mijn piemel. Wat maalt er nu door zijn hoofd? Ik herinner me dertienjarige Stijn die, nu bijna tien jaar geleden, op dezelfde manier bij me kwam en die een seksmaatje geworden is. Terwijl Willem rustig zijn kleren aan een haakje hangt, weiger ik me al aan te kleden. Ik probeer te doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik zo lang bezig ben met afdrogen. Willem gunt me een 'moment de gloire'.

Hij stroopt langzaam zijn zwemslipje omlaag. Omdat hij met z'n zijkant naar me toe staat, merk ik eerst zijn mooie billen op. Ze zien er een beetje ruw uit, maar ik vraag me af hoe glad ze zijn. Willems naakte lichaam veroorzaakt een stroom van sappen in het mijne die ik met moeite onder controle kan houden. Is deze veertienjarige al uit op seks? Zal hij er, met woorden of daden, om vragen of verwacht hij hunkerend een signaal van mijn kant? Terwijl hij zijn handdoek zachtjes door zijn bilnaad heen en weer schuurt, krijg ik zicht op zijn liefdeswapen. Lang… bijna zo lang als de mijne… een voorzichtig bosje donkerblond schaamhaar verraadt deels zijn leeftijd. Ik vind het gewoonweg schattig. Zijn eikel is nog helemaal afgesloten. Zijn lid heeft de wat donkerder kleur van een goed doorbloed lichaamsdeel. Zijn teelballen zijn al stevig ingezakt.

Ik vraag me af of hij al ontdekt heeft hoe hij moet masturberen. Ik vraag me af of hij seksuele spelletjes speelt met Hannes en Wietse. Ik vraag me af of, neen, ik verlang er vurig naar dat hij seksuele spelletjes wil spelen met mij. Ik doe moeite om mijn opwinding niet te laten merken, maar de natuur laat zich niet geheel bedwingen. Ik besef dat ik er beter nu een einde aan maak en zo alle onaangenaamheden voorkom. Ik draai me om, met mijn rug naar hem toe. Net op tijd, want mijn piemel richt zich in volle glorie steeds verder op. Een beetje verward zoek ik naar mijn onderbroek.

"Tony?"

"Ja, Willem?"

"Scheelt er iets? Je doet zo raar."

"'t Is niks, Willem. Doe maar voort, je broers wachten."

"Oh, die amuseren zich wel. We hebben tijd."

Iets in zijn woorden dwingt me om te kijken. Hij staat nog steeds in zijn blootje, zijn handdoek op de grond, onder zijn voeten. Hij streelt met zijn rechterhand de schacht van zijn piemel van de wortel naar de top en trekt even aan het topje. Iets wat je als een gewone krabbeweging zou kunnen interpreteren, maar hij herhaalt het. Hij doet het godverdomme nog een keer! Hij maakt er een spelletje van. Ik kan mijn emoties nog amper bedwingen en mijn erectie drukt tegen mijn buik. Hij glimlacht. Ik draai me weer van hem weg, niet goed wetend wat ik hiermee aan moet. Liefst van al zou ik me omdraaien en hèm eens lekker van jetje geven, maar het gebrek aan privacy is een rem. De angst om iets illegaal te doen tegen zijn wil is groter dan ooit.

Plots duikt zijn mooie hoofd links van me op. Ter hoogte van mijn heup komt hij een kijkje nemen naar wat hij bij me aanricht. Zijn rechterhand rust plots in mijn andere zij, zijn linkerhand steunt tegen de wand van het kleedhokje. De jongen komt mijn erectie bekijken. Zijn enige commentaar is "Wow! Wat een stijve." Hij fluistert het, nauwelijks hoorbaar. Ook hij beseft ten volle het gebrek aan privacy van deze situatie, maar ik heb nu een gevoel dat het nu of nooit is. Met mijn linkerarm klem ik zijn nek en hoofd tegen me aan. Willem geeft geen krimp. Integendeel, hij lijkt mijn superstijve piemel vlak bij zijn gezicht wel héél interessant te vinden. Zijn rechterhand knijpt zachtjes in mijn lendenen. Een soort weldadige rust daalt over me neer, dit wordt het dus, dit wordt waar ik zo lang naar gesnakt heb. Ik laat zijn hoofd los en streel zijn haar, mijn rechterhand neemt zijn rechterhand vast. Hij staat recht. Ik draai me naar hem toe.

We kijken elkaar in de ogen. Ik voel nu dat hij het wil, dat hij net zo veel zin heeft in seks met mij als ik in seks met hem. Voorzichtig, bijna teder, neem ik zijn handen vast en trek hem zachtjes naar me toe. Gewillig nadert hij me. Zijn piemel staat nu ook voor honderd procent omhoog. Zijn rode eikel komt voorzichtig kijken, als een groot, rood kattenoog. Willem is bijna even groot als ik, merk ik nu. We schelen hooguit twintig centimeter, maar voor de rest is hij nog op en top een jongen. Onze piemels raken elkaar aan, een weldadige siddering loopt door mijn lichaam. Ik leg mijn handen in zijn zij en laat ze naar zijn billen afzakken. Ze zijn inderdaad nog behoorlijk zacht, maar toch al met een ruwheid die me alleen maar naar meer doet verlangen.

Ik voel nu ook zijn grote handen op mijn achterwerk rusten. Tussen onze benen voeren we een verkenning met de degens. Onze neuzen drukken zich tegen mekaar, onze ogen verkennen elkaars binnenste. Ik lees er een alles verschroeiende begeerte, maar durf niet vragen of dat klopt. Hij likt zijn lippen. De winter heeft ze hier en daar gekloven, hier en daar hangen velletjes er wat losjes aan. Ik wil hem vragen of ik hem mag kussen, maar durf de magie van het moment niet met woorden doorbreken. Zijn handen masseren mijn rug en mijn billen, ik breng een vingertop tussen zijn billen. Hij zucht en drukt ze samen, neemt mijn vinger gevangen. Tegelijkertijd drukt hij zijn bekken stevig tegen het mijne. Ik verlies nog een rem en kus hem zachtjes op de mond. De haartjes op onze lippen raken elkaar. Ik voel een combinatie van een leerachtige verharding, ongetwijfeld wintersporen, en een begeerlijk en begerend vocht.

We zeggen geen woord, maken amper geluid. Hij likt nu mìjn lippen. Ik breng het puntje van mijn tong naar buiten en hij likt eraan. Hij opent zijn mond verder en ik breng voorzichtig mijn tong bij hem binnen. Onze monden vormen nu één geheel en onze tongen dansen een wilde dans der dwazen. Ik leun tegen de zijwand van het hokje en Willem drukt zich verlangend tegen me aan.

Een wilde kreet rukt ons uit onze verstrengeling. Bliksemsnel laten we elkaar los en angstig kijk ik omhoog. Mijn hart bonkt als een razende heen en weer tegen mijn ribben en mijn rug. Willem vertoont een uitdrukking van een flits van doodsangst, gecombineerd met een wegebbende maar nog niet geheel voldane geilheid. Een paar jongens roepen en brullen naar elkaar, maar al gauw merken we dat niemand ons heeft opgemerkt. Snel trekken we een onderbroek en onderhemdje aan.

"Ik neem heel even een kijkje, oké?" fluister ik.

Willem, bij wie het nog niet duidelijk is of de angst of de geilheid het gaat winnen, knikt een beetje verdwaasd. Een snelle verkenning van de omgeving en een interpretatie van het jongenslawaai leren ons al snel dat de roepende pubers de andere kant van de kleedruimte opzoeken. De hokjes in onze onmiddellijke nabijheid blijven leeg.

Maar wat nu? We kijken elkaar aan. De angst heeft een eerste keer toegeslagen. De volgende keer loopt het misschien niet zo goed af. De geilheid blijft bestaan, keert stilaan terug. We beseffen allebei dat we reuze gevaarlijk bezig zijn. Thuis kan ik hem niet uitnodigen, want zijn broertjes zijn nog hier. Bovendien passeert, zo weet ik van andere keren, geregeld een werkvrouw om de kabines te kuisen.

"Ik moet naar de wc." is het eerste wat hij na de bliksemschicht van besef over zijn bevallige lippen krijgt. Hij komt tot rust. Wie nu nog kijkt, zal niks illegaal merken. Zelfs onze erecties zijn verdwenen. "Ga je mee?" hoor ik hem vragen.

Nu begrijp ik waar hij op aan stuurt. Na de renovatie van het zwembad zijn de wc's omgebouwd tot volledig aparte ruimten die geluiddicht van elkaar zijn afgesloten. Tot voor de verbouwing bestond de scheidingswand uit enkel maar tussenschotten, met een ruimte van een centimeter of twintig tussen de grond en de wand en een grotere uitsparing tussen de wand en het plafond. Ideaal om alles te horen en, met een beetje moeite, te zien wat er zich in de andere hokjes afspeelde. Maar nu kan je dus genieten van een perfecte privacy, als je er maar op let dat niemand je met twee ziet binnengaan of buitenkomen.

Willem is al begonnen zich weer uit te kleden als ik zie dat hij mìjn zwemslip aantrekt. Ik wil iets zeggen, maar hij legt zijn vinger op mijn lippen en fluistert: "Doe jij de mijne aan…" Die is natuurlijk een tikje te klein, maar ik vind het een ongelooflijk erotisch idee. We bergen onze kleren weer in een hokje en begeven ons naar de toiletten. Even later staan we samen in de ruimere gehandicaptentoilet en proberen door mekaar aan te kijken de geile sfeer terug te vinden.

"Je wil dit toch wel echt, hè Willem?"

"Dat heb je toch gemerkt, Tony? Ik heb razende zin in seks. Mijn lief wil niet, Hannes en Wietse zijn niet aan te porren en rukken alleen vind ik niet voldoende." Dan streelt hij zachtjes mijn ingepakte kruis en kijkt me smekend aan: "Alsjeblieft…"

Ik knoop mijn zwemslip nee, de zìjne dus) opnieuw los en laat mijn piemel, klaar voor de strijd, eruit floepen. Onmiddellijk glijdt ook mijn eigen slip van Willems bekken weer tot op de grond. Hij heeft er duidelijk zin in. We verliezen elkaar in een lange, passionele kus. De top van mijn eikel zweeft tegen zijn zachte huid, de emoties hopen zich hoog op in mijn bekken. In onze omhelzing worden we één. Ik voel mijn hart kloppen in zijn lichaam en zijn hart in het mijne. Zachtjes lik ik zijn hals terwijl hij even op adem komt. Mijn handen masseren zijn billen, zijn uitdrukkingen van opperste lichamelijkheid. Onze erecties zijn nu bijna even groot en we drukken ze vurig tegen mekaar. Willem begint zijn genotgereedschap ritmisch tegen het mijne heen en weer te schuiven. Ik laat me tegen de toiletpot drukken en voel amper de harde vormen van het hoekige materiaal in mijn rug priemen. De lust is te groot. Doordat Willem erg snel tegen me op rijdt, glijden onze piemels te vaak van elkaar.

"Wacht even, Willem, je gaat te snel."

Hijgend houden we even op, om adem te halen na deze intense inspanningen. Ik merk op dat de muur achter de toilet niet helemaal recht is. Op ongeveer een meter hoogte maakt ze een hoek van 45 graden achteruit. Een halve meter later gaat ze weer recht omhoog. Dit is ideaal om ons spel af te ronden. Ik neem mijn pas ontdekte kroonjuweel weer in mijn armen en leid hem met zijn rug tegen de muur. Hij kan gemakkelijk half liggend ertegen hangen. Met mijn hand druk ik zijn en mijn erectie weer tegen mekaar. Hij zoent me nog eens vol op de mond. Dan ga ik half over zijn heerlijke lichaam hangen en begin op mijn beurt voorzichtig heen en weer te schuiven. Plots zegt hij, geschrokken, "Nee!", houdt zijn handen tegen mijn schouders en duwt me een beetje achteruit. Een vorm van schrik slaat me om het hart, want hij geeft me het gevoel dat ik te ver gegaan ben, dat hij niet 'geneukt' wil worden op deze manier. Beseft hij plots waar hij mee bezig is en wordt het hem teveel? Trillend op mijn benen, van genot, van de inspanning en van een vage angst, sta ik weer recht en kijk de jongen vragend aan. "Je bent te zwaar, Tony, ik heb liever dat jij tegen de muur leunt."

Hij heeft er geen idee van hoe opgelucht ik ben dat het dàt maar is. We wisselen van positie. Ik open mijn armen en ontvang de jongen, met zijn lichaam dat aan de rand van de puberteit staat, tegen me aan. Deze keer is het Willem zelf die, terwijl hij zijn neus weer tegen de mijne drukt en met zijn ene hand mijn nek en haar streelt, met zijn andere hand onze erecties tegen mekaar brengt. Ik voel een warme tinteling in mijn teelballen en merk dat het zijn balletjes zijn die, stomend van activiteit, de hun warmte met de mijne vermenigvuldigen. Ik leg mijn handen op Willems wonderlijke billen en beweeg mee met zijn zachte stoten. Ik stuur zijn onervaren lichaam tegen het mijne aan. Hij laat zich gewillig sturen, stemt zijn bewegingen af op mijn lichte druk. Onze gelijktijdige bewegingen verworden tot een stomend ritme, twee ademhalingen worden één, tongpunten vertroetelen elkaars gezicht, handen zorgen voor een heilzame rug – of nekmassage… zo doen we de spanning stijgen. Ik verlies alle besef van tijd en ruimte, ik voel me één met de jongen in mijn schoot. De bizarre gedachte flitst door mijn hoofd dat er meer is dan deze aarde, dan dit leven. Met de blonde knaap stijg ik boven de reële wereld uit.

Dan stijgt er een kreun op uit Willems diepste binnenste. Zijn lichaam schudt en beeft en ik voel een warm vocht tegen mijn lichaam stromen. De hete lava in mijn bekken begint nu ook vorm te krijgen. Willems zachte kreunen, zijn overal strelende vingers, zijn hete adem brengen me bijna buiten zinnen. "Tony… Tony…" is het enige dat hij nog kan fluisteren. Mijn armen bewegen nu automatisch zijn willoze lijf tegen het mijne aan. Luttele seconden na hem kom ik klaar. Mijn zaad vermengt zich met het zijne. Ik kan me niet meer houden en glijdt langzaam tegen de grond. Met het gewicht van mijn beminde boven me keer ik langzaam terug naar Planet Earth.

Innig omarmd liggen we op de grond. Mijn ex-voetballertje ligt met gesloten ogen na te hijgen van zijn pas beleefde avontuur. Als ik hem voorzichtig op zijn wang zoen, siddert hij nog wat na. Ik leg mijn hand op zijn borstkas en voel zijn jonge hart met verhoogde snelheid kloppen. Tussen onze benen ontwaar ik een mengeling van twee ontspannende penissen die met een boel sperma tegen elkaar en in de lies geplakt liggen. Ze zouden zich rond elkaar wikkelen als het zou kunnen, zo lijkt het wel. Mijn schaamhaar ligt er wat ontzield bij, platgespoten, maar dan in een andere betekenis van het woord. Ook aan zijn schattige bosje kleven witte druppels. Ik zou willen dat hier nooit een eind aan kwam en zo lijkt Willem er ook over te denken. "Ik heb er heerlijk van genoten, Willem, het was een fantastisch plezier. Het was zaaaalig…" fluister ik in zijn oor. Hij verkiest voorlopig niet te reageren. Laat hem nog maar even in de roes van de overwinning. Ver weg hoor ik het doorspoelen van de toilet die vlak naast ons ligt. Ik sluit mijn ogen…

Dan komt ook Willem weer naar deze planeet. Ik voel de kracht in zijn lichaam terugkeren. Met een smakkend geluid maakt hij zich van me los. De indruk van zijn piemel blijft nog altijd in de mijne nazinderen. Als ik mijn ogen open, torent hij boven me uit. Een beetje verdwaasd lijkt hij het tafereel te bestuderen. Ik hoop maar dat hij nu geen negatieve gevoelens krijgt over het gebeurde. Dat zou doodzonde zijn. Ik trek me op aan de metalen stang in de muur die stilzwijgend getuige is geweest van ons illegale samenzijn. Een beetje onwennig kijken we elkaar aan. Wat we nu zeggen of doen kan bepalend zijn voor de gevolgen van deze daad. Zou hij het gevoel hebben dat ik hem gemanipuleerd heb? Onze zwemslips liggen op ons te wachten in een hoekje van de cabine. Ik voel een natuurlijke behoefte opkomen en draai me naar de wc-pot toe. Een halve tel later neemt Willem mijn angstige twijfels weg. Hij komt naast me staan, legt zijn arm in mijn zij en doet een aandoenlijke poging om met zijn straal de mijne te raken. Dolverliefd geef ik hem een kus op zijn haar.

Dan kijkt hij me aan met een speelse grijns, neemt alweer mijn zwemslip en trekt ze aan. Het is geen zicht want ze slobbert om hem heen en verbergt weinig, maar het is maar voor een kort eindje. Ongezien geraken we uit de toiletten, Willem loopt onverwijld naar de kleedhokjes, waar het ondertussen aardig wat drukker is geworden. Ik hang mijn kleren in een vrij hokje en verwacht dat de jongen me gezelschap komt houden, maar hij aarzelt. Op mijn vragende blik antwoord hij: "Zouden we niet beter apart gaan. 't Is erg druk nu en 't zou misschien opvallen."

"Ik denk dat je gelijk hebt, 't is veiliger zo."

Tijdens het omkleden bedenk ik me dat de ongewassen, kleverige brei op mijn buik en in mijn schaamhaar niet alleen de mijne is, èn dat dat voor Willem ook moet gelden. Vijf minuten later halen we Hannes en Wietse weg van voor de spelcomputer. Als Hannes, die niet van de domsten is, vraagt waar we zo lang gebleven zijn, antwoordt Willem zonder blikken of blozen dat hij nog een poos met een kameraad gebabbeld heeft. Babbelen heeft wel een héél ruime betekenis…

Het is eigenlijk al behoorlijk donker als we een drankje later de plaats van het gebeuren verlaten. We begeven ons naar de fietsen, Hannes en Wietse vijftig meter voorop, Willem dicht naast mij. Ik vraag me af of ik nog iets moet zeggen, maar de jongen is me voor: "Kom je morgen naar mijn wedstrijd kijken?"

"Ja."

Hij kijkt snel om zich heen, stelt vast dat zijn broertjes de enigen zijn die in de buurt zijn en te veel aandacht voor mekaar hebben (althans, dat stel ik vast), legt zijn hand op mijn schouder en plaatst zijn lippen in mijn nek. Zijn tong schrijft razendsnel een geheim teken in mijn nek. Dan roept Wietse, die blijkbaar niks gezien heeft: "Waar blijven jullie nu?"

"Ik heb je graag, Willem." fluister ik nog. De stralende glimlach die doorbreekt is het bewijs dat we vrienden zijn. Terwijl ik naar huis fiets, neem ik overal in mijn lichaam een stukje mee van de jongen die nu een kamer in mijn hart bewoont.

Mijn naturistje

Jammer dat je op vele naturistencampings enkel maar als gezin binnen mag. Zeker als man alleen is het reuze gevaarlijk om je er te begeven. Of vergis ik mij? Lees mijn (gedroomde) ontboezemingen in Mijn naturistje.

15 juli

Op een naturistencamping is het goed toeven. Behalve een hele reeks, al dan niet uitgezakte, maar nooit echt aantrekkelijke vrouwen – en mannenlijven loopt er nog een apart ras rond: de jongetjes. Eigenlijk begeef ik me niet graag naar zo'n camping. Ik heb altijd schrik dat ik – automatisch de jongetjes opzoekend – mijn penis niet in bedwang zal kunnen houden.

Na lang aandringen hebben Hugo en Irene, een bevriend koppel met een schat van een zesjarige zoon, me zover gekregen om met hen tien dagen de camping te bevolken. Robby, hun zoontje, is met de jeugdbeweging op kamp en zal mijn vakantie dus niet verblijden. Toch ga ik mee.

Hugo en Irene zijn naar het dorp en dat doet me besluiten, bevrijd van alle aardse textiel, een wandeling over de camping te maken. Aan de zandbak zitten twee zalige brokjes natuur, een jongen van vermoedelijk negen en één van ongeveer elf, met autootjes te spelen. Het zijn duidelijk broertjes, bij allebei loopt de ruggengraat even mysterieus en feilloos over in de bilspleet. Hun klatergouden stemmen achtervolgen me nog even, maar dan wordt mijn aandacht getrokken door een ander stemmetje: "Meneer! Meneer! Help! Hierboven!"

Het eerste wat me opvalt als ik omhoog kijk zijn twee gave, mooie jongensbenen langs weerszijden van een dikke boomtak. Die behoren, zo blijkt, aan jou, een ongeveer 15-jarige jongen met blonde haren, een perfect lijf en een lange, maar nog onbehaarde piemel. "Zet de ladder recht, alsjeblieft!" Onder aan de boom ligt een omgevallen ladder. Waarschijnlijk ben je in de boom gekropen en viel de ladder daarna, om wat voor reden dan ook, om. Snel neem ik de ladder vast en plaats hem tegen de tak, vlakbij jou. Je kruipt er, nog lichtjes onzeker, op en komt met trillende benen omlaag. Ondertussen neem ik je uitgebreid op, dat lichaam zou ik graag eens tegen me aanvoelen.

Mijn wens wordt sneller bewaarheid dan ik dierf vermoeden, maar niet helemaal zoals gehoopt. Beneden aangekomen val je me, nog narillend van de schrik, in de armen en snikt "bedankt, bedankt!" Ik troost je even, er wordt niets meer gezegd en dan verdwijn je stilletjes. Je laat een beetje de indruk na je te schamen over de situatie, de val van de ladder, de omhelzing.

Die avond maakt een 15-jarige, blonde knaap met een perfect lijf en een lange maar nog haarloze piemel deel uit van mijn wildste fantasieën. Nog altijd voel ik jouw warme lijf tegen het mijne, jouw zachte handen op mijn rug, jouw gladde rug onder mijn troostende handen, jouw lange piemel in mijn liesstreek, ik herinner me levendig de geur van jouw strooien haar.

16 juli

Met z'n drieën, Hugo, Irene en ik, zoeken we in deze ondraaglijke hitte het zwembad en de lommer op. Aan het zwembad klinken voortdurend heldere, joelende kinderstemmetjes. De twee broertjes van gisteren zijn er ook. Ze amuseren zich te pletter met elkaar, zwemmen elkaar na, ravotten in het gras, waarbij de kleinste ongegeneerd een erectie krijgt. Dit beeld dwingt me ertoe me op mijn buik te draaien en aan iets lelijk te denken.

Even later hang ik langs de rand van het bassin in het water en geniet van de jonge drukte om me heen. Plots klinkt een kreet. Ik kijk in de richting van het geluid en zie nog net een slank, lichtgebruind jongenslijf met blonde manen in het water duiken. De heerlijke verschijning zwemt onder water op me af en komt op een metertje afstand proestend boven. Schuddend met je haar maak je me wat nat en komt dan naast me hangen, en zo raken we aan de praat. Je heet Henri, bent net 15 geworden en woont deels in Luik – bij je moeder – en deels in Hasselt, bij je vader en diens vriendin. Je bent dan ook perfect tweetalig. Als het gesprek op het voorval van gisteren terugkomt, blijkt dat je graag ergens alleen en onbereikbaar zit. Zo kan je weg dromen en van de omgeving genieten. Toen ik je gisteren redde, zat je er nog maar net, maar wel lang genoeg om in paniek te geraken. Je bent me dankbaar en schaamt je een beetje dat je gisteren zomaar weggelopen bent.

Plots krijgt het gesprek een andere wending. Je slikt even en vraagt dan: "Wil je mijn vriend zijn? Ik heb geen vrienden." Eigenlijk vraag je onomwonden Wil je van me houden? Ergens heb ik wel eens gelezen dat je zo'n noodkreet, zo'n uitgestoken hand niet mag negeren. En daar komt mijn verlangen dan nog eens bij… Ondertussen komt het er met horten en stoten uit. Je bent altijd het zwart schaap op school. Omdat je nog geen haar op je lichaam hebt, lig je onder bij de meeste van je klasgenoten. In het zwembad, of onder de douche na de sportles, word je gegarandeerd uitgelachen. In Hasselt ben je een 'onnozele Waal', in Luik een 'pauvre flamand'. Enkele tranen blinken in jouw ogen. Ik leg mijn arm om je schouders – ja, ik wil van je houden – en je drukt je hoofd tegen mijn borst. Ik aai je in je nek en haar – en ik begeer je. Je ouders houden wel van je, zeg je, maar wat moet je nu met ouders?

Even later maak je je los en haalt een plastic strandbal. Geen vijf minuten na je diepste ontboezemingen spelen we vrolijk in het water. 's Avonds spijt het me heel erg dat ik niet alleen ben, met een tentje. Dan zou ik je in mijn tentje kunnen uitnodigen en je liefdevol bejegenen.

17 juli

Net na het middagmaal wandel ik door het vaste gedeelte van de camping: houten bungalows, opgetrokken uit ruwe boomstam, althans langs de buitenkant. Ik zie uit één van de bungalows een man en vrouw in avondkledij buitenkomen. Die moeten vast naar één of andere zeer belangrijke bijeenkomst. Ik kijk het tweetal even na en ontdek dan dat een blote jongen met een perfect lijf in de deuropening dat ook doet. Mijn hart springt op! Dus hier verblijf je! Op dat ogenblik zie je me ook en rent op me af. Je schudt me enthousiast de hand en nodigt me binnen uit.

Je vader en diens vriendin, Herlinde, zijn tot morgenavond weg. Je werd oud genoeg geacht om het alleen te rooien. Je wou net naar me op zoek gaan om een hele dag bij je vriend te zijn, en daar sta ik toch wel zeker! Misschien hebben we telepathisch contact zonder het zelf te beseffen.

Die namiddag liggen we aan het zwembad, spelen we badminton, bouwen een heel groot zandkasteel en gaan zelfs – op mijn kosten – even de sauna in. Tussendoor spreken we af dat ik bij jou zal komen eten en slapen. Vooral dat laatste trekt me aan. Ik verwittig Hugo en Irene dat ik er die avond en nacht niet zal zijn. Het was immers de afspraak dat ik te allen tijde kon weggaan of ergens anders heen, maar hen wel daarvan op de hoogte moest brengen.

's Avonds heb je een eenvoudig maal klaargemaakt, maar het smaakt me heerlijk. Ik complimenteer je daarmee en je zegt: "Het is dan ook met liefde klaargemaakt." Even kijk je me, lichtjes glimlachend, in de ogen en drukt dan een vluchtige zoen op mijn mond. Je draait je om en trekt je terug op het toilet, waar je je – naar ik vermoed – even met je eigen lichaam bezighoudt. Ik begin maar vast met de afwas. Vijf minuten later doe je – zichtbaar opgelucht – je intrede in de keuken. Je neemt een handdoek en zwijgend werken we samen verder.

Je wil me absoluut enkele van je geheime genietplekjes laten zien. Je trots is een dikke beuk net buiten het domein, gelegen in de Verboden Voor Gluurders-zone. Langs een branduitgang geraken we er, en voor ik het weet zit je al zo'n drie meter hoger, verscholen in het dichte lover. Ik volg je richting hemel en je zit schrijlings op een dikke tak, omzoomd met een deken, op me te wachten. Ik zet me, eveneens schrijlings, achter jou op de tak. Je schuift wat achteruit en vlijt je tegen me aan. Zo houden we elkaar warm in de afkoelende avondlucht.

God weet hoelang we daar al zitten, maar geleidelijk aan raak ik steeds meer in de ban van jouw bedwelmende lichaam. Ook jij geniet volop van deze houding. Ik streel je over borst en buik en proef van je haar. Met mijn lippen beroer ik je oren. Mijn erectie wordt steeds groter en drukt tegen jouw warme rug. Ook jij, mijn vijftienjarig naturistje, laat de sappen van genot door je lichaam stromen. Zachtjes fluister ik "Ik hou van je" in je oor. Als antwoord strek je je linkerarm naar me uit en aait mijn gezicht.

Bij valavond dalen we af, en wanneer we op de grond staan is de hartstocht niet meer van ons lichaam af te lezen. Hand in hand wandelen we naar de blokhut, zoals jij jullie bungalow noemt. In het schemerdonker is herkenning bijna uitgesloten, en wie ons helemaal niet kent, kan ons aanzien als vader en zoon.

Een verkwikkende douche later stel je voor dat we samen in het grote bed van je vader en Herlinde gaan liggen. Je legt je onmiddellijk op je buik en sluit je ogen. Ik streel je over je rug, in je nek, op je billen en over je benen. Je geniet hoorbaar. Als ik mijn lippen op jouw haar druk en mijn hand op je rug laat rusten, richt jij je half naar me op en we kussen elkaar vol op de mond. Ik merk je kanjer van een erectie op. "Ik hou ook van jou" fluister je me liefdevol toe, en valt prompt in slaap. Ik bevredig mijn lusten, met behulp van een zakdoek om geen sporen na te laten, met zicht op jouw perfecte lichaam.

18 juli

Bij het ontwaken voel ik jouw zachte hand me strelen. Je bent vlak tegen me aan komen liggen, met je hoofd op mijn schouder. Ik open mijn ogen en kus je op je voorhoofd. "Dag liefste." fluister ik je toe. Je kijkt me blij verrast aan en kust me op de mond. "Dag schat." antwoord je. Ik draai me op m'n zij, zodat we nu met onze piemels tegen elkaar liggen, en neem je teder in mijn armen. De emotie bonkt een erectie in me omhoog en met mijn penis voel ik dat ook de jouwe in die toestand verkeert. Je lacht naar me en drukt je bekken wat dichter tegen me aan. Het wekt gevoelens op die ik nooit bij mezelf gezocht had. Met mijn lippen en tong proef ik je oorschelp. Je hebt me nu stevig omarmd en van top tot teen geniet elke vezel van de aanraking met je lichaam.

Na even uitgerust te hebben leg je je op je buik en ik me half boven jou. Mijn stijve penis en balzak beweeg ik ritmisch langs je bilnaad op en neer. Het contact blijkt te intens en ik kan me niet langer inhouden. Met een kreun van puur genot stort ik mijn zaad over je mooie rug uit.

Je wil niet dat ik het afveeg, noemt het het bewijs van mijn liefde voor jou die sporen nalaat op je lichaam. In stilte vraag ik me af waar je die omschrijving gelezen of gehoord hebt, maar je praat al voort. Over klaarkomen. Of ik dat ook zo lekker vind. "Natuurlijk, dat heb je toch gehoord", vertrouw ik hem toe. Jij hebt het al eens gedaan, maar daarbij steeds aan meisjes gedacht, behalve gisteren, na die zoen. Ootmoedig beken je dat je toen aan mij gedacht hebt. En dan komt het hoge woord, de langverwachte vraag: of ik jou eens wil doen klaarkomen.

Als antwoord zoen ik je op je voorhoofd, je neus, je mond. Ik zoen je hartstochtelijk in je nek en op je borst, je tepels, terwijl ik langzaam de deken van je afschuif. Tien keiharde centimeters jongensheld komen bloot te liggen. Ik zet mijn queeste voort en beland tussen je benen. Zachtjes kneed ik je testikels en merk je eerste schuchtere schaamhaartjes op. Jammer eigenlijk, het begin van het einde. Voorzichtig neem ik je penis half in mijn mond. Zachtjes trek ik je huid heen en weer met mijn rechterhand, terwijl mijn linkerhand nog steeds de vorm van je balletjes aftast. Plots, na nauwelijks een minuut schokt je jonge lichaam heftig. Je prille zaad spuit in mijn mond. Je schreeuwt het uit van genot. Even lig je nog na te trillen, dan sluit je me weer in je armen en zucht: "Dank je wel. En dat meen ik!"

Mijmeringen

Als je veel met kinderen in contact komt, is er altijd wel eentje bij die een tijdje met je hart op wandel gaat. Zo kreeg Christian me ooit zo ver dat ik hem het verhaal Mijmeringen toedichtte.

9 november 1997

Het was me het weekendje wel. Ik heb namelijk mijn vriendje Christian op bezoek gehad. Christian is een schat van een achtjarige jongen, blond haar, grijsblauwe ogen en een pracht van een lijf. Dat kan ik weten, want ik heb hem een vol jaar mogen bewonderen onder de douche. Christian is namelijk één van de elf van mijn voetbalploegje geweest, dit seizoen. Reeds in het begin stal hij een speciaal plaatsje in mijn hart, want hij leek wel verdomd veel op Erik, een verloren gegane liefde. Het verschil met Erik was wel dat Christian een ietwat moeilijker karakter heeft, maar met mijn ervaring als jeugdleider, voetbaltrainer en onderwijzer kon ik al gauw doorgronden wat er scheelde, en sindsdien heb ik geen kind aan hem gehad.

Meermaals inspireerde hij mij, onwetend, tot fabuleuze hoogtepunten van mijn fantasie. Ik herinner me nog levendig hoe hij vaak wat onwennig stond rond te draaien en te kijken vooraleer hij onder de douche ging. Zo was hij even op z'n mooist. Gekleed in niets dan een bezweet slipje. Zijn machtige billetjes pronkten in al hun glorie door het textiel heen. Zijn gestroomlijnde lichaampje vroeg om een knuffel, dewelke ik hem graag had gegeven als er niet al die ouders en andere kinderen bij geweest zouden zijn.

Ik herinner me die keer dat ik hem in de kleedkamer om één of andere reden nogal vaak aanraakte. Zijn reactie "Jij kan niet van me afblijven, zeker?" lokte een "Inderdaad!" plus extra 'touch' uit. Gedurende het jaar stelde hij echter steeds meer vertrouwen in me, temeer hij voelde dat ik de problemen die hij met zijn autoritaire ouders had, mee wilde opvangen. Aan mij vertelde hij vaak dat hij veel liever voetbalde dan turnde, terwijl zijn moeder daar niet van wilde horen. In die periode droomde ik vooral van een knuffel, maar Christian stelde een duidelijke grens op aanrakingen.

Gelukkig is dat beetje per beetje voorbijgegaan. Steeds vaker kwam hij om een aai, een klopje of zelfs een omhelzing vragen. Steeds vaker sprong hij regelrecht in mijn armen als hij me zag komen. Je zal mij niet horen zeggen dat we een relatie ontwikkelden, want onze contacten beperkten zich tot de woensdagse trainingen en zaterdagse matchen (wanneer hij niet moest turnen, tenminste). Uiteindelijk bleek ook bij de ouders van Christian een bepaald besef door te dringen, namelijk dat ze hun kind met al zijn verplichte ontspanning aan het kapot maken waren, en lieten ze hem vrij in zijn keuze van hobby. Uiteraard koos hij zonder aarzelen voor het voetbal.

Verleden woensdag vroegen zijn ouders dan of Christian een avondje bij me mocht komen logeren. Een vreemde maar prettige vraag vond ik dat. Zijn broer en zus konden bij een vriendje overnachten, maar mijn schat wilde het liefst van al bij zijn trainer terecht. Na lang wikken en wegen – zoiets doe je uiteraard niet zomaar – besloten mama en papa het er toch maar op te wagen. Of ik het niet vervelend vond, als het niet ging moest ik het maar zeggen… en meer van dat fraais. Ik hield even – voor de schijn – de boot af door te stellen dat mijn huisgenoten het daarmee eens moesten zijn, maar inwendig had ik al een dikke ja op het niet bestaande formulier gedrukt. 's Avonds nog belde ik hen op met de mededeling dat het in orde was. Op de achtergrond hoorde ik de jongen een welgemeend "Yes!" uitbrengen.

Zo kwam het dat de knapste voetballer van mijn gemeente en omstreken gisteravond even voor vieren aan mijn deur stond. Na nog wat raadgevingen van zijn ouders –"Hier is het nummer waarop we te bereiken zijn, bel ons als het niet gaat." – zette mijn maatje zijn overnachtingsspullen in de kamer en stelde voor om te gaan zwemmen. Zijn zwembroek had hij bij, de schat! Het zwemmen verliep heel prettig, met een ongeremd knuffelende Christian en een ongegeneerd strelende ikke. Na het zwemmen stelde de jongen opnieuw een duidelijke grens. Hij wilde zonder twijfel alleen in een kleedhokje. Ik voelde aan dat ik het eigenlijk niet hoefde te vragen, dat mijn aanwezigheid (en vooral mijn naakte aanwezigheid) hem te zeer van zijn stuk zou brengen. De vorige malen dat ik met een naakte jongen in één hokje ging, ging het om een jongen van elf à twaalf jaar, Christian is nog maar acht. Te jong dus om bepaalde dingen in te schatten.

Na het zwemmen gebruikten we een maaltijd in het bijzijn van mijn huisgenoten, die als bij toeval allemaal een weekendje weg moesten. Ze wisten op voorhand dat ik bijzonder bezoek zou krijgen en respecteerden mijn wens om dit weekend alleen te zijn. Nu ja, alleen. Na de maaltijd trok ik met mijn voetballertje naar het nabijgelegen sportpark om wat te… voetballen, ja. Het draaide er uiteindelijk op uit dat ik me – na een uur intens heen en weer hollen – om uit te rusten tegen een boom op de grond zette. Christian speelde nog wat in zijn eentje verder, maar dat begon hem al gauw te vervelen, zodat zijn slanke gestalte zich al gauw in mijn richting bewoog. Zonder veel omhaal kroop hij op mijn schoot en liet – met een genoeglijke zucht – zijn hoofd tegen mijn schouder rusten. Liefderijk sloeg ik mijn armen om hem heen, hetgeen voor hem teken was om met een gelukzalige glimlach nog dichter tegen me aan te kruipen. Voorzichtig drukte ik mijn mond in zijn haar en blies verliefde stootjes lucht door mijn neus en mond. Zachtjes streelde ik met mijn vingertoppen zijn zalig gladde nekje, terwijl ik met één hand – louter toevallig – die vormen ondersteunde die ik onder de douche al meermaals had mogen onderscheiden en waar ik met plezier zachte zoentjes op zou geven of mijn gezicht tegen zou drukken (op voorwaarde – harde realiteit – dat hij geen darmgassen zou vrijlaten).

"Zal ik je eens op je blote rug strelen?" formuleerde ik mijn wens uiterst behoedzaam. Ik wilde het doen voorkomen als een gunst die ik uiterst zeldzaam toestond aan wie ik liefhad, realiseer ik me nu. Gelukkig vond hij dat best een prettig idee, zodat mijn hand even later zachtjes zijn fluweelzachte huid beroerde. Af en toe trippelde ik naar de zijkanten van zijn bovenlichaam, maar zijn buik en borst liet ik onaangeroerd. Zo'n heerlijke schotel eet je toch niet in één keer op? Bovendien heb ik reeds ervaren dat zulks onpraktisch is.

Tegen de negenen begon bij Christian de vermoeidheid te spreken en keerden we huiswaarts. Zijn fijne handje legde hij zonder aarzelen in de mijne. Wanneer we bij mijn appartement aankwamen had hij zijn arm al om me heen geslagen en streelde ik wederom dat fijne, vaak ondergewaardeerde plekje op een jongenslichaam, nl. de nek. Eenmaal boven was mijn gast zijn vermoeidheid van daarnet even vergeten en wilde hij nog wat op de spelcomputer "werken". Langer dan twintig minuten duurde dit niet, want ik had zijn ouders beloofd – wanneer Christian erbij was – hem niet te laat naar bed te sturen. Hij wilde graag douchen en, eens mijn toestemming verkregen, kleedde hij zich zonder schroom in mijn bijzijn uit. Geen wonder, want gedurende het hele seizoen was ik erbij wanneer hij in de kleedkamer zijn Adamskostuum aanhad, zodat hij ook wel wist dat dat niets was om zich voor te schamen, en dat ik er zeker geen bezwaren tegen had.

Na de douche stelde zich het praktische probleem dat ik tot dan altijd voor me uit had geschoven: waar moest Christian slapen. Hij wou mijn kamer wel eens zien en was onmiddellijk verkocht aan de driezit die deel uitmaakt van het meubilair. Net als met het zwemhokje voorvoelde ik dat deze jonge god mijn bed niet zou willen delen. Toen hij mijn bed gezien had, was zijn beslissing duidelijk: "Dan zal ik hier wel op de zetel slapen." Omdat ik geen enkele verdenking wilde wekken, heb ik maar niet voorgesteld dat hij bij mij in bed zou komen. Het zou trouwens vrij moeilijk zijn, omwille van de beperkte grootte van een eenpersoonsbed.

"Doe je geen pyjama aan?" vroeg ik mijn nog steeds poedelnaakte pupil. "Ach neen", reageerde hij, "daar is het nu te warm voor. Dat doe ik thuis ook niet. Je vindt dat toch niet erg?" Uiteraard vond ik dat niet erg. Integendeel! Maar dat ik het eigenlijk wel fantastisch vond, kon ik moeilijk openlijk laten blijken. Om mijn innerlijke spanning een beetje te verminderen, grapte ik: "Al wil je in je blote kont ondersteboven op de trap slapen, je doet maar." Hij lachte, en daarmee verloor de sfeer voor mij zijn gespannenheid. Christian vond het doodnormaal dat hij in zijn blootje vlak bij mij was. Voor hem maakte het in dit geval duidelijk geen verschil of er nu textiel rond hem flapperde of niet. Hij toonde zo zich blij te voelen met zijn lijf (mèt reden, vind ik).

Het fijnste moment moest nog komen. Toen we een deken hadden opgesnord en ik hem wilde onderstoppen, vroeg hij: "Wil je me nog wat strelen voor het slapen gaan?" Ik vertelde hem dat ik dat met plezier zou doen en liet mijn hand zachtjes over zijn rug glijden. Hij bleef me aankijken en lachte genietend. Gestimuleerd door de licht erotische, maar totaal niet seksuele sfeer die we geschapen hadden, beroerde ik voorzichtig zijn billen. Een nieuwe zucht volgde, en Christians opmerking "Dat is prettig!" veroorzaakte een spanningsverhoging in mijn broek. Gedurende meer dan een kwartier streelde ik hem afwisselend over zijn rug, zijn billen en zijn benen en in zijn nek. Na een poosje nam Christian mijn andere hand en drukte ze tegen zijn wang. Dan weer gaf hij er zachte zoentjes op, en zeer regelmatig keek hij me liefdevol aan. Het was halfelf toen de vermoeidheid zich echt meester van hem maakte en hij echt wilde gaan slapen. Als vanzelfsprekend tuitte hij zijn lippen voor een zoentje, hetgeen ik – met een mengeling van echte liefde en toch ook een behoorlijke portie begeerte – diep en warm op zijn mond drukte.

Eenmaal in de woonkamer zette ik een zeer rustige, warme cd op en overdacht het gebeurde. Christian wilde geen seks, zoveel was duidelijk. Ik zou het niet moeten riskeren mijn naaktheid met de zijne te willen combineren, maar als het om het koesteren van zijn lichaam ging, stond hij vrij veel toe. Wat Christian verlangde was een stevige portie lichamelijke aandacht, met veel liefde gegeven. Vlak voor ik hem toedekte draaide hij zich om, zodat ik zijn zalige lijfje nog even van voor kon bekijken. Achteraf realiseerde ik me dat ik zijn piemeltje wel zag, niet in opgewonden toestand, en dat ik het ook niet beschouwde als het middelpunt van zijn lichaam, maar als een onderdeel ervan, evenveel waard als zijn tepels, zijn navel, zijn neus of zijn ogen. Uiteraard ontlaadde ik die avond mijn seksuele spanning met hem in mijn gedachten, goed wetend dat mijn droomprinsje amper drie meter verderop van een welverdiende nachtrust genoot en totaal onwetend van hetgeen ik hem in gedachten aandeed.

De volgende ochtend werd ik vrij vroeg wakker. Ik trok uit veiligheidsoverwegingen een onderbroek en een T-shirt aan en bekeek mijn jonge beschermeling. Zijn nachtelijk gewoel had het deken van hem af doen glijden en bood me een kijkje op zijn paradijselijk lichaam. Zijn parmantige slangetje in rusttoestand, zijn fijne tepeltjes, zijn ongetwijfeld zeer zachte buik, zijn stevig gespierde voetballersbenen. Een golf van tederheid overviel me en dwong me hem een zachte kus op zijn wang te duwen, en kijk, als in het sprookje werd de geliefde wakker. Hij was eventjes uit zijn lood geslagen, maar na luttele seconden herinnerde hij zich de vorige avond en voelde zich weer compleet op zijn gemak. Hij had heerlijk geslapen, zei hij, en of ik hem nog eens zo lekker wilde strelen. Zijn buik voelde inderdaad heel zachtjes aan, zijn tepeltjes waren fijne knopjes. Zorgvuldig vermeed ik zijn piemeltje. Liefde is een werkwoord.

De President is nooit alleen

President moet een saai, enerverend en vermoeiend beroep zijn. En als de president van de VSA een avontuurtje mag beleven in zijn Oval Office, waarom zou een andere president dan niet zijn zorgen mogen vergeten in de armen van een lieve knul? Lees één en ander in De president is nooit alleen!

4 april 1997

De President is nooit alleen, voortdurend door bewakers omringd, toch is hij een eenzaam man. Hij ziet elke dag 24 verschillende dagbladen onder zijn neus voorbij flitsen, toch weet hij niets van de wereld. De President is getrouwd en heeft kinderen, hoewel het al drie weken geleden is dat hij zijn vrouw en zijn kinderen gezien heeft. De President is de belangrijkste man van het land, hoewel hij voor alles bij zijn Adviseur te rade moet gaan. De President heeft een ongebreidelde vrijheid, hij mag alles doen wat hij wil als hij hiervoor de schriftelijke toestemming heeft van de chef van de Dienst Veiligheid. De President denkt soms dat eender welk bedelkind dat hij vaak in het nieuws ziet, het beter heeft dan hem. Gelukkig is er dan zijn privé-psycholoog, die hem duidelijk maakt dat hij het bijzonder goed heeft, dat iedereen wel eens zwartgallige gedachten heeft en dat hij zich beter goed zou proberen te voelen, zodat hij zich voor honderd procent kan inzetten voor staatszaken. De President bepaalt hoe het in zijn land reilt en zeilt, dat wil zeggen, hij mag zijn handtekening zetten onder documenten die zijn bekwame ministers voor hem opgesteld hebben. De President neemt nauwelijks nog de moeite om de documenten te lezen. De President voert een beleid dat het beste voorheeft met iedereen, tenminste, zo zegt zijn Adviseur het. De President moet hiervoor maatregelen nemen die niet altijd populair zijn. Sommige mensen willen niet inzien dat het voor hun eigen bestwil is. Sommige mensen zijn dom. Sommige mensen kan je maar beter executeren, dat zegt de Adviseur. De President is erg moe. Hij wil rusten.

De Jongen is dertien. Hij leeft op straat. De Jongen loopt meestal rond in een halflange, gerafelde spijkerbroek en een gescheurd, wit hemd. De Jongen heeft warrig zwart haar en gitzwarte ogen. De Jongen heeft nog nooit schoeisel aan zijn voeten gevoeld. De ouders van de Jongen waren erg arm. Waren, want ze zijn vorige week opgepakt door de Presidentiële Wacht. Vader werd verdacht van illegale activiteiten. Vader had nog nooit iets anders gedaan dan gewerkt. Toch moest de presidentiële wacht hèm hebben. De Jongen zwerft al een week over de straat. Zijn zusjes heeft hij niet meer gezien. In deze maatschappij moet iedereen maar voor zichzelf zorgen.

De Adviseur dommelt langzaam in op zijn stoel. Hij heeft het Hoofd van de Wacht nog wat instructies gegeven. Altijd dezelfde: Goed rondkijken. Goed luisteren. Elk kwartier een nachtronde. Elk halfuur even op de slaapkamer van de President kijken of alles in orde is. Nooit iemand onmiddellijk doodschieten. Altijd eerst de kans geven aan inbrekers om uitleg te geven. Daarna kan doden nog altijd. De Adviseur slaapt tevreden.

Het Hoofd van Wacht heeft zijn mannen goed gedrild. Ze doen blindelings wat hij vraagt. Ze tonen al veertien jaar dat ze trouwe soldaten zijn. Ze beschermen de President goed. Nog nooit is een samenzweerder verder geraakt dan de tuin van de President. Nog nooit heeft een samenzweerder kunnen navertellen wat er in die tuin te zien is.

De Jongen slentert doelloos met zijn hond door de straten. Het valt hem op dat de straten hier netter zijn dan elders in de stad. Hij weet daardoor dat hij in de buurt van het presidentieel paleis komt. De Jongen krijgt een goed idee.

De Adviseur schrikt wakker. Hij droomde dat de President hem ontsloeg. In zijn droom had de President hem betrapt toen hij de brandkast wilde leegmaken. Verontwaardigd denkt de Adviseur dat hij zoiets nooit zou doen. De President maakt zich immers geen zorgen over de brandkast. Dat is de taak van de Financieel Gemachtigde.

De Soldaat houdt goed de wacht over Sector Q. Hij houdt zijn geweer in aanslag. De Soldaat hoort een plof en geritsel. Onmiddellijk richt hij zijn zaklamp op de plek waar het geluid vandaan komt. Via zijn walkietalkie verwittigt hij het Hoofd van Wacht. Die komt onmiddellijk met versterking. Samen gaan ze op een struik af waar ze een angstig gehijg en gegrom horen. Ze vragen om tevoorschijn te komen. De inbreker blijft zitten. Plots springt een donkere massa uit de struik tevoorschijn en valt het Hoofd van Wacht aan. De Soldaat aarzelt niet en schiet twee keer. De massa valt als dood voor de voeten van het Hoofd van Wacht. De versterking kijkt verbijsterd naar de massa: het is een straathond. Het Hoofd van Wacht bedankt de Soldaat. Hij belooft hem promotie. De Soldaat is tevreden. Het alarm wordt afgeblazen.

Snikkend zit de Jongen tegen de muur. Maar ja, de hond moest wel dienen als afleidingsmanoeuvre. Nu is hij tenminste veilig binnen geraakt. Over naar deel twee van zijn plan.

De President droomt zoete dromen. Hij gaat met zijn gezin op vakantie. Wanneer hij plots wakker wordt,beseft hij pijnlijk hard hoe hij hen mist. Dan zet de President zijn voelhorens uit. Hij voelt dat hij niet zomaar wakker geworden is. In paniek drukt hij op de bel. Onmiddellijk staan drie wachters in de kamer. Ze doorzoeken de kamer van boven tot onder, maar vinden niets. Gerustgesteld slaapt de President weer in

Het Hoofd van Wacht meldt deze onregelmatigheid in het logboek. Morgen zal de adviseur er akte van nemen en er het gepaste gevolg aan geven..

De Jongen, verstopt in de douchecel van de presidentiële badkamer, haalt opgelucht adem. Gelukkig keken die stomme soldaten niet naar boven. Stilletjes sluipt hij naar de presidentiële slaapkamer. Hij wil het geschikte moment afwachten en kruipt in een bolletje in de hoek. De Jongen is moe en kan er dus niet aan doen dat hij inslaapt.

De President wordt opnieuw wakker. Hij is er zeker van, hij hoort een zachte ademhaling. Hij knipt zijn nachtlampje aan en kijkt rond. Met een schok wordt hij een levend iets gewaar in de hoek van zijn kamer. Het is een jongen, een kind nog. De jongen is gekleed in een rafelige spijkerbroek en een wit, gescheurd hemd. De jongen stinkt. De president maakt de Jongen wakker.

De Jongen schrikt wakker en kijkt in het gezicht van de President. Hij wil gillen maar krijgt geen geluid uit zijn keel. De President leest de doodsangst in de ogen van de Jongen. Hij stelt hem gerust. Hij zegt dat hij niets moet vrezen. Hij wil de Jongen verstoppen voor de Wacht, want die zouden hem vermoorden. De President voelt een vreemd soort vertedering voor de Jongen.

De Jongen ontspant. Hij kan mensen onmiddellijk doorzien. Hij voelt dat de President hem geen kwaad zal doen. De Jongen gaat maar al te graag in op het aanbod van de President om van de badkamer gebruik te maken. Hij geniet van het warme, pulserende water dat zijn lichaam verwent. Hij geniet van de heerlijke geur van de shampoo waarmee hij zijn haren wast. Hij geniet van de zachte handdoeken waarmee hij zich afdroogt. Hij voelt een heerlijke, sensuele prikkeling wanneer hij zijn hele lichaam insmeert met body lotion. Hij krijgt kippenvel wanneer hij de haardroger op zijn natte haren richt. Nu hij proper is, voelt hij de honger knagen.

De Wachter komt even kijken op de presidentiële slaapkamer. Hij merkt niets bijzonder op. Hij hoort alleen de regelmatige ademhaling van een slapende President. Hij merkt niets van het licht dat onder de badkamerdeur doorschijnt.

Als de Wachter weg is, haalt de President opgelucht adem. De aanwezigheid van de Jongen is niet bemerkt. Hij is benieuwd wat de Jongen hem te vertellen heeft. Hij zal ook wel honger hebben. Via de intercom geeft hij het Hoofd van Wacht bevel een stevige broodmaaltijd en een king size fles limonade te brengen en niet meer op zijn kamer te controleren. Hij zal alles veilig afsluiten. Het Hoofd van Wacht volgt morrend het bevel op.

De Adviseur slaapt, hij weet niets van de vreemde wending in de houding van de President. Anders zou hij wel ingegrepen hebben.

Slechts omgeven door zo'n heerlijk zachte badjas stapt de Jongen de slaapkamer van de President binnen. De President wacht hem op in een identieke badjas. Hij nodigt hem uit om naast hem op het bed te gaan zitten. Ze praten wat, maar de Jongen voelt heel goed aan dat de President zijn rede al jaren laat primeren op zijn gevoel. De Jongen speurt naar barstjes in het redelijke pantser van de President. Hij wil wel wat en knoopt zijn badjas los. De adem van de President stokt. Even later liggen twee badjassen op de grond en ligt de Jongen naast de President in bed. De President mint zoals hij nog nooit gemind heeft. De Jongen verkent de mogelijkheden van zijn nakende puberteit.

De Adviseur wordt wakker en vraagt het Hoofd van Wacht om verslag. Wanneer hij van het bevel van de President hoort, wordt hij razend. Als er na drie keer kloppen geen antwoord komt uit de Presidentiële slaapkamer, opent hij de deur met de loper. De President ligt levenloos op het bed. Er steekt een dolk door zijn hart. Naast het bed liggen twee kamerjassen op de grond.

Spijt

Heb jij dat soms ook? Na een jarenlange, intense vriendschap met een mooi en lief jongetje krijg je, wanneer de knul begint te puberen, plots het gevoel dat hij het allemaal niet zo prettig vond. Dan besluipt je het gevoel dat je eigen verliefdheid veel te sterk was voor je gezond verstand en dat je dingen gedaan hebt waarbij je onvoldoende hebt nagedacht over wat de jongen er van zou vinden. In mijn schuldbelijdenis druk ik mijn spijt uit voor lieve,

11 november 1997

Verdomme! Het huilen staat me nader dan het lachen. Dimitri, mijn dertienjarige schone heeft me weer eens in de kou laten staan. Ik had het kunnen weten, maar wilde – tegen beter weten in – toch nog eens met hem gaan zwemmen. Het is ook elke keer hetzelfde, ik laat me teveel leiden door het verleden. Waar is de tijd dat Dimitri nog probleemloos mee in één zwemhokje ging, dat hij het zich liet welgevallen dat ik zijn rug masseerde, zijn billen zachtjes aanraakte of rond zijn tepels wreef. Hoe mooi was het moment waarop hij onmiskenbaar een lichte erectie vertoonde als reactie op mijn liefkozende aanrakingen? Misschien te mooi. Misschien was het allemaal minder mooi dan ik me had voorgesteld, en is dit zijn manier om verstaanbaar te maken wat ik niet wilde weten, namelijk dat hij niet gediend is van mijn liefkozingen. Hij klonk al zo weinig enthousiast aan de telefoon, vorige week. Ik liep eigenlijk de hele week met de angst dat hij het zou "vergeten". 'k Was al blij dat hij nog eens mee wilde, want dat was ook al een eeuwigheid geleden. Eeuwen geleden dat ik zijn mooie, naakte lijf nog eens mocht aanschouwen. Eeuwen geleden dat ik zijn zachte, warme huid mocht strelen. 't Is mooi geweest, maar wilde ik niet teveel? Ging ik niet te ver? Ik zal het nooit weten…

Negen uur hadden we afgesproken. Kwart voor tien is het nu. Als een blinde mol, als een kip zonder kop, als een wanhopige verliefde heb ik drie kwartier staan wachten. Vermoedelijk slaapt hij nog, of erger, is gewoon thuis en een beetje bang, bang dat ik zal bellen.

Oké, Dimitri, ik heb je boodschap begrepen. Ik laat je met rust. Ik bel je niet, nu niet, straks niet, nooit meer. Je vroeg wel om mijn aandacht, maar niet om dat soort aandacht. Ik weet nog heel goed de eerste keer dat ik je ontmoette. Je was nog maar acht en kroop gewillig op mijn schoot. In het duister luisterde je, samen met heel wat andere kinderen naar mijn griezelverhaal. Toen je plots op mijn vinger zoog, stokte mijn adem even. Stel je voor zo'n knap ventje dat om lichamelijke aandacht vraagt! Gedurende drie weken in de zomervakantie was je mijn beste vriendje. Drie heerlijke weken waren dat, waarin we vooral elkaar lichaamswarmte schonken.

Je verdween weer uit mijn leven, Dimitri, en dat voor drie jaar. Drie jaar waarin ik je niet echt miste, omdat ik genoeg andere dingen aan mijn hoofd had. Drie jaar waarin ik andere verliefdheden en vriendschappen kende, waarin ik andere kleine verdrietjes had. Drie levensjaren waarin ik het best kon stellen, zo zonder jou. In die drie jaren heb ik je hooguit twee keer gezien. Telkens herinnerde ik me die drie weken, maar zonder bijgevoelens, zonder wroeging, hooguit met een warm gevoel rond mijn hart.

En dan was je er weer. Intens als nooit tevoren. Alles ging snel, heel snel. Je was nu elf en nog knapper dan in mijn herinnering. Uiteraard kende je me nog, en zeker wilde je wel eens gaan zwemmen. Je lichaam was sterk zongebruind, ik kreeg je opnieuw op mijn schoot, maar de beleving was nu veel intenser. Je was elf, geen acht meer. Je droeg slechts je zwembroek, meer niet. Ik rook je, voelde je, proefde je. Ik wilde je, ik begeerde je. Na de eerste zwembadbelevenissen speelde jij avonden na mekaar een hoofdrol in mijn fantasieën. Ik hoefde mijn ogen maar te sluiten en zag je stralen in je lichtblauwe zwemslip. Ik stond achter je op de trappen van de waterglijbaan, met mijn gezicht op 20 centimeter van je kontje. Wauw! Wat een kontje. Je benen, je rug, je borst, je gezicht. Alles aan jou maakte me sprakeloos van begeerte, van verlangen. Ik wilde je zo snel mogelijk betasten, kussen, beminnen. Ik wilde, kort gezegd, zo snel mogelijk seks met je beleven.

Ik was razend verliefd. Daardoor was ik blind voor je minder aangename karaktertrekken. Je speelde met mijn voeten, je liet me doen wat je wilde. Ik deed het, maar tegelijkertijd zag ik door je pose heen. Je was een sociaal armoedig kind. Enig kind, afwezige ouders, veel materiële verwennerijen. Je zocht een vriend. Ik wilde je vriend zijn, maar tegelijkertijd nog veel meer. Ik wilde je geliefde zijn. Ik wilde, achteraf bekeken, te veel, veel te veel. Ik had moeten weten dat je niet zo benaderbaar was als je leek te zijn. Je liet je doen, omdat ik je aandacht gaf. En ik, met mijn verliefde kop, zag het niet. Maar soms denk ik, je wilde het wel, je wilde niet laten zien wat je eigenlijk nodig had, en daarom liet je vrij veel toe. Je maakte het me behoorlijk lastig. Dat je zo verschrikkelijk knap was, daar kon je natuurlijk zelf niet aan doen. Waar je wel aan kon doen was je lichamelijkheid, daar ben ik volledig door ingepalmd. En dan dacht ik dat je vooral aandacht wou, dat je iemand nodig had om je hart bij uit te storten. Maar je deed het niet. Je bleef je gedragen als een nukkig kind. Verdomd! Natuurlijk! Je wàs ook nog een kind. Ik wilde dat niet beseffen. Door je sociale armoede was je mentaal nog geen twaalf. Je kon gewoon niet zeggen wat er scheelde. En ik, ik kon het er niet uitpeuteren. Ik kende nog geen technieken om de taal van een kind dat met problemen zit te begrijpen. Nu wel, had ik het toen geweten…

Een keer stelde ik voor samen in één kleedhokje te gaan. Je vond het goed, en ik was dolblij. Er gebeurde niets. Of wel, mijn verliefdheid werd nog groter nu ik je naakt, schijnbaar weerloos kon aanschouwen. Rond je piemel en billen was je uiteraard wit, want een stoere knul als jij zont niet in zijn blootje. Spelenderwijs raakte ik je billen aan. Eén keer, één tikje maar. Voor een eerste keer was dat voldoende voor me, ik moest ervoor zorgen in jouw bijzijn (nog?) geen erectie te krijgen. Even later boog je je voorover om je voeten af te drogen. Je hoofd bleef op enkele centimeters van mijn penis hangen. Je haar streelde, héél lichtjes, mijn geslachtsdeel. Ik controleerde mijn ademhaling, fixeerde me op dit ene moment, genoot. Tegelijkertijd concentreerde ik me tot het uiterste om te voorkomen dat ik 'een stijve' zou krijgen. Het lukte me. In gedachten drukte ik mijn geslacht tegen je haar, maar in werkelijkheid niet. Ik dacht "Wil hij nu of wil hij niet? Wat wil hij? Doet hij dit alles onbewust? Of heeft hij er een zeer specifieke bedoeling mee?"

Mijn begeerte werd groter, je werd mijn favoriete lustknaap. Mijn verliefdheid werd met momenten groter dan die voor mijn jeugdbewegingsschatje. Groter, niet dieper, niet uitgebreider, alleen maar groter. Vooral de begeerte werd groter.

Regelmatig gingen we samen zwemmen. De omkleedsessies duurden steeds langer. Er hing een zeer erotische spanning in de lucht. Een keer ging ik je met mijn vinger opensnijden. Je moest stop zeggen, op tijd halt roepen als ik je ergens zou raken waar je het niet leuk vond. Mijn vinger vertrok onder je kin. Langzaam trok ik een lijn naar omlaag. Tussen je tepels, over je zachte buik, langs je navel. Elk moment verwachtte ik het beperkende woordje. Nog vijf centimeter, nog vier, drie… Je zei niets. Triomfantelijk streelde ik even je piemeltje, om aan het topje ervan het opensnijden stop te zetten. Ik keek je aan, je keek me nietszeggend aan. Vond je het leuk? Weet ik niet. Je zei niets. Ik durfde niets te vragen.

Een andere keer zaten we samen, naakt, op het bankje. Onze benen raakten mekaar. Vaak had ik gedroomd dat je dan op mijn schoot zou komen zitten, maar dat deed je niet. Steeds weer speelde je dat spelletje van aantrekken en afstoten. Je liet me dichtbij komen, erg dichtbij, om vervolgens (onbewust?) de afstand weer te vergroten. Samen naakt op dat bankje dus, ik streelde zachtjes je been. Even later keek je in de spiegel die in het hokje hing. "Kijk eens!" trok je mijn aandacht. Ik kwam achter je staan. Nauwelijks merkbaar hing mijn piemel tegen je billen. We zeiden er niks van. Voor mij was het de hoogste seksuele prikkeling die ik kon ervaren zonder het aan jou toonbaar te maken. Elke keer als we samen in één kleedhokje waren, was ik me tweehonderd procent bewust van jouw aanwezigheid, van jouw voor mij erg opwindende lichaam, van de begeerte die door me stroomde en die ik als liefde of verliefdheid meende te herkennen. Ik droomde ervan mijn geslachtsdeel iets harder tegen je billen aan te drukken, het contact, het één-zijn intenser te maken. Maar het mocht niet zijn. Je begon over je lief te praten, over school, zei dat ik misschien wel een "janet" was, maar geen woord over ons erotisch samenzijn. Jouw beschuldiging leek slechts bedoeld om te kwetsen, alsof je ze formuleerde zonder dat je eigenlijk ooit iets met me had gedaan.

Ik herinner me jouw lichte erectie na een streelsessie mijnerzijds. Er hing een doorzichtig druppeltje vocht aan het topje van je plasser. Ik interpreteerde het als opwinding, maar deed er verder niets mee, ondernam niets. Steeds weer rinkelde een belletje in me: stel dat het niet waar is. Je kon best wel eens lichamelijk opgewonden raken van mijn strelingen, zonder dat je dat eigenlijk wilde. Iemand die verkracht wordt, kan ook sporen van opwinding vertonen. Is het dat? Heb ik je eigenlijk verkracht? Heb ik 'seksuele handelingen' met je verricht tegen je wil in. Heb je me dat niet durven duidelijk maken. Heeft de vriendschappelijke kant van onze relatie (die jij zo nodig had) maanden zwaarder gewogen dan de 'opwindende kant' (die jij er voor lief bijnam, maar niet van harte). Heb je bij het ouder worden een ander seksueel bewustzijn ontwikkeld en ben je tot de conclusie gekomen dat wat ik met je deed niet was wat jij wilde? Of hebben je ouders er achter gezeten? Hebben ze op je ingepraat of je gewoon verboden met me om te gaan?

Het spijt me nu dat we er niet over gepraat hebben (of konden praten). Ik heb je nooit gezegd "Ik zie je graag" of "Geef me eens een knuffel!" Het lichamelijke aspect van onze verhouding is nooit verwoord geweest. Ik heb je verteld dat ik verliefd op je was, dat ik "pedofiel ben". Je reactie was nietszeggend: "Nou èn?" Toen vond ik ze alles zeggend. Toen vond ik dat je daarmee te kennen gaf dat je dat niet erg vond. Nu denk ik dat je te kennen gaf dat je er niet bij stil stond, dat je het een niet zo belangrijk aspect van mijn persoonlijkheid vond. En ik, ik bleef er op hameren. Ik bleef, zo zie ik het nu soms, mijn lichaam aan je opdringen. Het zou best kunnen dat je het walgelijk vond, maar bang was me kwijt te raken. Ik heb me effectief te erg aan je opgedrongen, te weinig van jouw kant laten komen, maar ik was ook zo hopeloos verliefd.

We spraken, twee maand geleden, af dat jij me zou bellen als je nog eens wat wilde. Uiteraard deed je dat niet. Eén keer nog zijn we samen weggeweest. Jij op je rollerskates, ik op mijn fiets. Om het snelst, om het gewaagdst… Ik had mijn fototoestel mee en wilde je fotograferen, je vond het vreemd, maar stemde toe. De foto's zijn niet zo goed gelukt. Jammer.

En toch, Dimitri, denk ik, vermoed ik dat het anders had kunnen lopen. Had ik me niet zo opgedrongen, zou het anders kunnen worden zijn. Hoewel, ik wist niet goed wat ik aan je ouders had. Misschien hebben zij toch bij je aangedrongen om me te ontlopen. Wat vind ik het vreselijk dat we er niet openlijk over kunnen praten. Maar ja, eigenlijk was er niets waarover jij je blootgaf (behalve letterlijk dan). Rouwen kost tijd. Een afgesprongen relatie, een weggevallen vriendje… Ach, Dimitri, ik heb je begeerd maar, naar ik vrees, nooit echt van je gehouden. Je lichaam trok me aan en verdoezelde je minder aangename karakter. Het zij zo.

De andere 14 verhalen volgen spoedig

Do you enjoy having access to all the great fantasy material and also having a place to share your own stories without having to censer them for a general audience? Please donate to ASSTR to help support and maintain this free service. Go to http://medplastika-ufa.ru/donations.html


Online porn video at mobile phone


Chris Hailey's Sex Storiesरात में बिना panty के so gi ki chudiferkelchen lina und muttersau sex story asstrluba shumeyko red dress shaveddale 10, extreme incest family porn fiction.porn.comgeschichten mama steckte mich in windeln und versohlt mein kleinen popoपति बदलकर चुदना मंहगा पड़ाcache:sgeismiZVCMJ:awe-kyle.ru/~Dryad/twd1.html meri chut ki sheel tut gaee hindi chut chudaee storybaby oil pza storyuuuuhh oh me uuuh for youferkelchen lina und muttersau sex story asstrKleine Löcher enge fötzchen geschichten perversSchwarzes ferkelchen und muttersau asstr  ममी की मालिशcache:DCjNp9y8fWgJ:awe-kyle.ru/~jeffzephyr/jzstories.html fiction porn stories by dale 10.porn.comananga ranga urdu lizzatcache:XypYOJqvnYAJ:awe-kyle.ru/~LS/stories/baracuda1967.html धीरे धीरे टच हो रहा था चुदाईdebreasting naked girl story[email protected]cache:8QeVaL5ixpsJ:awe-kyle.ru/~Alvo_Torelli/Stories/Wedding/atthewedding.html xxx mere papa ne meri chut ke baal saph kiyeश ईदा चुदाई कानीयाpure xxx doctor buggsचुदई हुई बुढीया के साथदीदी के चूत का मम्मी को गाँड का मुझे शराब का नशा ferkelchen lina und muttersau sex story asstrKleine Fötzchen perverse geschichten extremhttp//awe-kyle.ru/~LS/titles/aaa.html storiesleslita authors by countryasstr ped mind control helmetburke wale bive ki chudaiस्कर्ट उठाकर चूत दिखायीToiletslave stories kristen archivesburke wale bive ki chudaivideos of milky breastspress squeeze tease pull push suck by menLittle sister nasty babysitter cumdump storiesporn loud hiccupshajostorys.comnifty archives jaydens dark journeyla culotte rouge asstrgerman horem teufel asstrkauri dulhn ki cudhaeChris Hailey's Sex Storiescache:XypYOJqvnYAJ:awe-kyle.ru/~LS/stories/baracuda1967.html femdom wife im cumming all over your assEnge kleine fotzenLöcher geschichtenferkelchen lina und muttersau sex story asstrcache:Zl_PUVv9sZgJ:awe-kyle.ru/files/Authors/sevispac/www/misc/girlsguide/index.html nifty.org/nude double standardASSTR.ORG/FILES/AUTHORS/GINA Gcache:UCLOoBxVfscJ:awe-kyle.ru/~Andres/ausserschulische_aktivitaeten/01_-_Der_neue_Computer.htmldirty sex slave mother asstr storiesped tort snufffiction porn stories by dale 10.porn.comबिहारन की चुदाईcache:KorSrYWVHnMJ:awe-kyle.ru/~BitBard/forray/wollstonecraft/safe.html see no evil map asstrइंडिया की औरतों को कितना मोटा लैंड चाहिएcache:IsgmyrmXfFwJ:awe-kyle.ru/~LS/stories/feeblebox4455.html आ मेरे कुत्ते चाट गाड besharam peshab pi kutte bahut gandi kahaniferkelchen lina und muttersau sex story asstrchoti chotu chuto ke chudaiM/g erotic story cock wombचोद दूँ क्या..?? डार्लिंग..?ferkelchen lina und muttersau sex story asstrcache:6AFtYw3sZd0J:awe-kyle.ru/~Marcus_and_Lil/taken.html cache:sgeismiZVCMJ:awe-kyle.ru/~Dryad/twd1.html asstr.com uptataकुत्ते से साथ सेक्स की कहानीdemi marx porn farmमेरी चूत कब से पानी छोड़ रही है डार्लिंगhoundour hot scalding cum storiesदो की एक साथ चुदाईpatibarta ourat chudaijr parz mcDeep fuckin cumming mother hot storiescache:rHiJ-xAESxUJ:awe-kyle.ru/~LS/authors/uuu.html सर्दी में सगी बहन को चोद पर रात गुजारीAsstr gay fart rapeमाताजी की बुर चोदाई की दावत मे बेटा भी शामिलnifty camp counselor whoreForced lesbian fart eating porn fiction stories by nifty and sea sirenचुदाई की कहानी राज शर्मा कोई तोह रोक लोकार में चुदाई की कहानियां इन हिंदीForced lesbian fart eating porn fiction stories by nifty and sea sirenFotze klein schmal geschichten perverscache:MJ-LO6JjTREJ:awe-kyle.ru/~LS/stories/erzieher7633.html cache:XszWep8-5ZUJ:awe-kyle.ru/files/Authors/SirFox/Story%20german/Vergewaltigung_im_Pferdestall.html cache:hMFfPU_oVZEJ:awe-kyle.ru/~LS/stories/krazokiw3862.html erotic stories of girl virgins prepared for sexual awakeningउछल ऊछल के चुदीभाई आप पैन्ट मे पेशाब कर देते हैerotic fiction stories by dale 10.porn.comvirgin bonobo school xxx